De bekeerlinge

Vrijdag, 14 oktober, 2016

Geschreven door: Stefan Hertmans
Artikel door: Marnix Verplancke

Een heldin van alle tijden

Stefan Hertmans brengt al decennia zijn zomers door in het Zuid-Franse bergdorp Monieux. Hoger op de helling liggen de ruïnes van het Middeleeuwse Moniou. In de elfde eeuw woonde er een bijzondere vrouw, ontdekte hij. In zijn nieuwste boek brengt hij haar verhaal.

[Recensie] Omdat documenten waarop het woord Jahweh voorkomt niet vernietigd of verbrand mogen worden, heeft iedere synagoge een geniza. Het is een soort vergeetput waarin de documenten verdwijnen. In 1753 kreeg Simon von Geldern, een oudoom van Heinrich Heine, als eerste westerling de geniza van de synagoge van oud-Caïro onder ogen en hij wist meteen dat hij een bijna niet te overziene intellectuele schat in handen had. Het zou echter nog meer dan een eeuw duren eer die schat werkelijk opgedolven mocht worden en hij gelijk bleek te hebben. Op het vlak van theologie en filosofie was dit onovertroffen materiaal. Tussen de traktaten zat ook een tekst over een Noord-Franse bekeerlinge, Hamoutal, een merkwaardig levensverhaal zo bleek. Toen Stafan Hertmans vernam dat zij nog in zijn vakantiedorp had gewoond, was hij meteen geïntrigeerd.

Hamoutal kwam in 1070 in Rouen ter wereld als Vigdis Adelaïs. Haar ouders waren Frankisch en Noors. Ze werd verliefd op David, een joodse jongen uit Narbonne die door zijn oom naar de talmoedschool van Rouen was gestuurd en omdat haar ouders een gemengd huwelijk niet zagen zitten, vluchtten de jongelingen naar het zuiden. Vigdis bekeerde zich tot het jodendom, kreeg de naam Hamoutal, trouwde met David en leidde een vrij luxueus leven in Narbonne tot ze op de vlucht moest voor de ridders die haar in opdracht van haar vader aan het zoeken waren.

Kruisvaarderskaravaan

Zo belandden de hoogzwangere Hamoutal en haar David in Moniou, een dorp dat Hertmans door en door kent, merk je aan zijn doorleefde beschrijving ervan. Wanneer hij de zomers beschrijft, voel je de zon op de muren van het dorp branden en zie je hagedissen en schorpioenen beschutting zoeken onder de rotsen. Wanneer hij het over de winter heeft, krijg je kippenvel bij het idee aan de wind die tegen diezelfde muren duwt en zie je de honden doodgevroren langs de straat liggen. Hamoutel en David achtten zich daar veilig, tot in 1095 een kruisvaarderskaravaan op weg naar het Heilig Land het dorp brandschatte. David werd vermoord en twee van zijn kinderen werden meegenomen.

De bekeerlinge is een portret van een ijzersterke vrouw. Niet dat Hamoutal op de barricaden de vijand bestrijdt of zo. Ze begrijpt de krachten die de wereld sturen niet zo goed en omdat deze vrijwel uitsluitend door mannen worden beheerst, kan ze er nog minder aan veranderen. Ze wordt er wel keer op keer door geslagen, en ondanks alles houdt ze vol, tot het martelaarschap toe. Hertmans heeft met haar een heldin voor alle tijden gecreëerd.

De Bekeerlinge is echter ook het autobiografische verhaal van Hertmans zelf, over de reis die hij in de voetsporen van Hamoutal maakte en die hem ondermeer naar Caïro bracht – waar zij haar kinderen zocht – en naar Cambridge, waar hij likkebaardend de documenten uit de geniza kon bekijken.

We zullen het maar meteen zeggen: we houden niet van geëngageerde literatuur. Niet omdat we harteloze stoffels zijn, maar wel omdat engagement nogal eens leidt tot pamflettaire toestanden. De schrijver zal ons eens zeggen wat we moeten doen. Hertmans is in deze een diamant die ergens onderin de mijn lag en nu eindelijk boven is gehaald. Ook hij is geëngageerd, maar het verschil is dat hij zegt wat we juist niét moeten doen, en dat hij dat ook nog eens heel subtiel doet op de koop toe. Natuurlijk kun je in de kruisvaarders die in navolging van paus Urbanus II bij iedere gruweldaad “God wil het” schreeuwen iets van de jihadisten van vandaag herkennen, net zoals er wel meer parallellen te trekken zijn tussen het Europa van vandaag en dat van een millennium geleden, maar Hertmans duwt die nooit door je strot. Je doet ermee wat je wil, en dat siert hem.

Centrale zinnen: “Ik probeer moeizaam enkele stenen te keren. Zie ik oeroude krassen of vervaagde tekens?”

Over Stefan Hermans (1951)

Vlaanderens literaire ambassadeur bij uitstek. Hij is zowel een verdienstelijk essayist, dichter, toneelschrijver als romancier. In het begin van zijn carrière werd hij vooral door de intelligentsia gesmaakt. Mettertijd is daar verandering in gekomen, zeker na het meermaals bekroonde en vertaalde Oorlog en terpentijn, zijn grote WOI-roman, gebaseerd op de nagelaten cahiers van zijn grootvader.

Eerder verschenen in Knack

Lees ook De historische achtergrond van De bekeerlinge, een verlaten verhaal uit de middeleeuwen