De projectleider

Dinsdag, 5 juli, 2022

Geschreven door: René den Ouden
Artikel door: Arnold Heumakers

In een vermakelijke roman neemt René den Ouden zowel het ‘diversiteitsbewind’ als de hele managementcultuur in het hoger onderwijs op de hak.

[Recensie] Sinds schrijver en literatuurwetenschapper Ton Anbeek in 1980 vroeg om ‘een beetje meer straatrumoer’, klinkt periodiek de klacht over het gebrek aan engagement in de Nederlandse literatuur. In deze krant was het onlangs de beurt aan Hans Maarten van den Brink (Letteren hebben debat nodig, geen safe space08/01). Hij herinnerde aan W.F. Hermans, wiens ‘jaar’ het nu zou zijn, en dat maakt zijn ‘uitgangspunt’ voor het polemische engagement een beetje vreemd. Niemand zou zich ‘vernederd’ mogen voelen, aldus Van den Brink, kennelijk even vergeten dat Hermans zijn slachtoffers liefst zoveel mogelijk vernederde. Ook René den Ouden herinnert in zijn – al in mei vorig jaar verschenen, maar vrijwel nergens besproken – roman De projectleider aan Hermans, getuige de beginregel “De portier was een man”. De Hermans-roman die zich opdringt is alleen niet Nooit meer slapen (waarnaar de regel verwijst) als wel Onder professoren, Hermans’ afrekening met zijn Groningse ex-collega’s.

Den Ouden is geen Hermans. Toch zijn er wel een paar overeenkomsten. Ook hij rekent af met ex-collega’s (van de Hogeschool van Amsterdam) en ook hij doet dat op een satirische manier die meer wil zijn dan een private wraakoefening. Hermans nam de toenmalige ‘democratiseringsgolf’ aan het hoger onderwijs op de hak, Den Oudens doelwit is onder meer de ‘diversiteitswind’ die tegenwoordig door onderwijsland waait. Onder meer, want in feite wordt de hele managementcultuur die er heerst belachelijk gemaakt. De ontvankelijkheid voor ideologische modes (alles en iedereen ‘in transitie’) is slechts één aspect. Wordt iemand daarbij vernederd? Nauwelijks, ben ik bang, Den Ouden houdt ons, zoals het ergens in de roman wordt genoemd, een ‘lachspiegel’ voor. Maar misschien is dat in het huidige lichtgeraakte klimaat al onverdraaglijk genoeg.

Kritische observaties
De roman bevat de ‘kritische observaties’ (in de vorm van een dagboek) van de communicatiedeskundige Jackie Bruin, 53 jaar, getrouwd met een organisatieadviseur en moeder van twee dochters. In haar motorclub wordt zij ‘een vrouw met ballen’ genoemd, haar andere bijnaam is ‘Miss Teflon’, omdat alle kritiek van haar af zou glijden. In Parijs heeft zij een blauwe maandag filosofie gestudeerd en daaraan een levenslange liefde voor het satirische weekblad Charlie Hebdo overhouden. In deze roman en in het gekkenhuis van De Hogeschool vertegenwoordigt zij onmiskenbaar het gezonde verstand, wanneer zij als projectleider wordt ingehuurd om de ‘digitale leer- en werkomgeving’ van De Hogeschool ‘gebruikersvriendelijker’ te maken. Het is nu een ‘digitale jungle die door studenten angstvallig werd gemeden’. Gaat dat lukken? De vraag stellen is haar beantwoorden.

Deze minimale plot wordt door Den Ouden dankbaar benut als kapstok om een tamelijk hilarisch beeld te schetsen van de bureaucratie en – vooral – de vergadercultuur in ons hoger onderwijs. Bila’s, trila’s, meetings, brainstorms – met iets anders lijken de talloze managers zich niet bezig te houden, geobsedeerd door de ‘stip op de horizon’ die hun telkens weer ontglipt. Maar werken is ‘de hele dag mailen’, lezen we ook ergens. Vandaar het kapitale belang van de ‘digitale leer- en werkomgeving’.

Schrijven Magazine

Den Ouden heeft er bovendien allerlei andere actuele zaken in verwerkt, zoals de ‘flexibele werkplekken’ die ertoe leiden dat iedereen in no time zijn eigen ‘vaste flexplek’ heeft. Moslimstudenten verzoeken om een gebedsruimte in De Hogeschool, wat wordt afgewezen, al komt er wel een ruimte ‘voor yoga en meditatie’. #MeToo is present in de gedaante van een eigen ‘Harvey Weinstein’, die zich zelfs aan Jackie probeert te vergrijpen en tegen wie uit angst voor ‘reputatieschade’ niet wordt opgetreden. Een moslimdocent daarentegen die na zijn bedevaart naar Mekka weigert nog langer vrouwen de hand te schudden, wordt wel geschorst. Er is een schandaal rond het hogeschoolblad, dat twee blote borsten op de voorpagina heeft afgebeeld, cybercriminelen hacken het digitale systeem en op zeker moment slaat corona toe – waarna De Hogeschool dichtgaat en Jackie’s project in de ijskast verdwijnt.

Hoogtepunten
Tot de hoogtepunten reken ik de vergeefse uitleg door een geestdriftige ICT’er van het nieuwe projectdenken ‘Agile’ – even dacht ik dat Den Ouden het had verzonnen, maar nee, het blijkt echt te bestaan, inclusief het tiende principe (van de twaalf): “Eenvoud, de kunst van het maximaliseren van het werk dat niet gedaan wordt, is essentieel.” Een ander hoogtepunt vormt het plan om een nieuw ‘Genderportaal’ te introduceren waarop iedereen, ter bevordering van diversiteit en inclusiviteit, zijn of haar (of hun) genderidentiteit moet invullen. Dat is natuurlijk vragen om moeilijkheden.

Er is wel meer in deze roman dat je ziet aankomen, net zoals het nodige herinnert aan Voskuils Het bureau. Jammer is ook dat Den Ouden in het nuchtere commentaar van Jackie een soort morele bijsluiter heeft meegeleverd (het was beter geweest de waanzin voor zichzelf te laten spreken) en als hij de lediggang van de ‘informatiemanagers’ afzet tegen het onderbetaalde werk in de zorg overspeelt hij zelfs zijn hand – in literair opzicht, in elk ander opzicht heeft hij groot gelijk, maar dat wordt zo te gemakkelijk binnengehaald. Dat zouden ze bij Charlie Hebdo anders hebben gedaan.

Daar staat tegenover dat ik geen andere roman ken, waarin zoveel hedendaagse heikele thema’s zo soepel en vanzelfsprekend in een vermakelijk verhaal zijn samengebracht. De projectleider is de roman waarvan Hans Maarten van den Brink denkt dat hij niet bestaat. En er zit ook nog een werkelijk verontrustend kantje aan. Want terwijl iedereen voortdurend in de weer is met de ‘onderwijslogistiek’, wordt niet één keer aandacht besteed aan de inhoud van het onderwijs. Dat de schoolprestaties in Nederland schrikbarend teruglopen, hoeft niemand na lezing van dit boek nog te verbazen.

Eerder verschenen in NRC en op Arnold Heumakers