De diepst verborgen herinnering van de mens

Vrijdag, 20 januari, 2023

Geschreven door: Mohamed Mbougar Sarr
Artikel door: Ger Leppers

Het schrijfplezier spat van de pagina’s

[Recensie] “Door volwassen te worden plegen we altijd ontrouw aan onze jonge jaren. Maar daarin schuilt ook alle schoonheid van de kindertijd, het is de bedoeling dat er verraad aan wordt gepleegd, want dat verraad brengt weemoed voort, het enige gevoel dat ons misschien op een dag helemaal aan het eind van ons leven in staat stelt de puurheid van onze jeugd te hervinden.” Dat is de tegelijkertijd pessimistische en troostrijke, ook tot een zekere vorm van bescheidenheid uitnodigende conclusie die zich opdringt aan de Senegalese schrijver Diégane Latyr Faye, de hoofdpersoon van De diepst verborgen herinnering van de mens.

Confronterende reis
Hij is dan bijna aan het einde gekomen van zijn jarenlange speurtocht naar de mysterieuze auteur T.C. Elimane. Het was een reis die hem confronteerde met allerlei aspecten van de altijd onrust scheppende vraag wat nou precies iemands identiteit uitmaakt. Een universele vraag, en bovendien een vraag die voor iemand die afkomstig is uit een voormalige kolonie enkele extra en netelige kanten heeft. Zijn identiteit is immers nog meer dan die van anderen complex, en opgebouwd uit met elkaar strijdende elementen, waarvan nu eens het ene, dan weer het andere de overhand heeft. Het is pas in de berusting van het einde, wanneer het overbodige is afgeschud, dat men en een vorm van zuiverheid hervindt. Dat laat Sarr met ware meesterhand zien in deze subtiele, heel genuanceerde roman die naast, veel meer, een grote verrijking is van de literatuur over de koloniale en postkoloniale problematiek.

De genoemde T.C. Elimane, zo verneemt de lezer, was afkomstig uit Senegal en verwierf in 1938 in Frankrijk kortstondige roem met zijn eerste en enige roman, ‘Het labyrint der onmenselijkheid’. Over dat boek komt de lezer van ‘De diepst verborgen herinnering van de mens’ niet veel te weten. Wel ontdekken critici alras dat Elimane’s boek vol staat met verwijzingen naar en citaten van andere auteurs, die naadloos in de roman zijn verwerkt, en aldus, in de ogen van Elimane, in die nieuwe context een nieuw leven zijn gaan leiden.

Plagiaat
Met die opvatting is echter lang niet iedereen het eens. Na de onthulling van het plagiaat verdwijnt Elimane dientengevolge snel en voorgoed uit het openbare leven, en weldra verdringt de Tweede Wereldoorlog zijn boek volledig uit de belangstelling.

Wandelmagazine

Maar zijn landgenoot Diégane, die net als destijds Elimane in Frankrijk is gaan wonen, krijgt er, tientallen jaren later, bij toeval een exemplaar van in handen. Hij is onmiddellijk in de ban van de roman en begint een speurtocht naar de hem voordien geheel onbekende schrijver. Daarbij komt hij in contact met een bonte stoet van heerlijke, zeer uiteenlopende personages, zoals Siga D., bijgenaamd ‘De Slangenmoeder’. Zij is een nicht van Elimane, en schrijfster van schandaalverwekkende romans. Iets later maken wij kennis met de vader en de oom van Elimane. De eerste was een geassimileerde zwarte die in de Eerste Wereldoorlog is omgekomen toen hij bij Verdun voor de Fransen vocht, de tweede een blinde dorpsziener. Er is ook nog het idealistische uitgeverspaar dat het boek van Elimane heeft gepubliceerd en de schrijver heeft geïntroduceerd in de vooroorlogse Parijse libertijnse kringen. De man zal omkomen in Mauthausen. En er is de studente Fatima Diop, die zich uit protest tegen het corrupte bewind van Senegal op een dag in Dakar in brand steekt, en zo massale protesten ontketent. En dat is dan nog maar een deel van het kakelbonte tableau de la troupe.

Uiteenlopende literaire vormen
Vanuit Parijs voert het boek van Sarr de lezer naar zo uiteenlopende plekken als Amsterdam, het Senegalese platteland, literaire salons in Buenos Aires (waar wij Witold Gombrowicz en Ernesto Sábato met elkaar horen converseren) en Dakar. De schrijver maakt in zijn boek gebruik van zeer uiteenlopende literaire vormen: krantenartikelen, dagboeken, gespreksverslagen, een lang essay, bekentenissen.

De roman krijgt daardoor steeds verse impulsen, en de verrassende ontwikkelingen buitelen over elkaar heen, regelmatig is het de lezer te moede alsof het tapijt onder zijn voeten wordt weggetrokken, en dan het volgende tapijt ook, en daaronder blijkt dan weer een valluik verborgen te zijn.

Schrijfplezier
Vrijwel niets en niemand is wat het op het eerste gezicht lijkt, en het schrijf- en formuleerplezier spat van de pagina’s. Het is een feest van de fantasie. Van de fantasie? Ook dat is slechts ten dele waar, want de lotgevallen van Elimane zijn gebaseerd op die van een Afrikaanse schrijver die wel degelijk bestaan heeft: de Malinees Yambo Ouologem, die in 1968 als eerste Afrikaan de prestigieuze Prix Renaudot won met zijn roman Le Devoir de volence, en daarna een met die van Elimane vergelijkbare duik in de vergetelheid nam. Aan hem heeft Sarr zijn roman opgedragen.

Eén van de vele dingen waarvan de lezer zich allengs sterk bewust wordt, is dat het in het leven en in de literatuur niet gaat om de bestemming, maar om de reis. Op de bestemming aangekomen zijn de vragen beantwoord en de avonturen beëindigd. Dat is natuurlijk een forse een platitude, maar de ervaring leert dat de beste literatuur vaak nu juist aan fijnzinnig uitgewerkte platitudes de frisheid en de kracht kan geven van een revelatie.

Prix Goncourt
Dat is in deze roman het geval, onder meer dankzij de vele problematieken die Sarr nadrukkelijk en zijdelings in zijn verhaal weet te vervlechten. Een sleutelrol speelt het racisme, dat verbonden wordt metde vraag naar authenticiteit – zeker voor een Afrikaan die een carrière nastreeft in de literatuur van een moederland dat hem altijd tot op zekere hoogte vreemd zal blijven en dat hem vanwege afkomst en huidkleur ook altijd als vreemde eend in de bijt zal blijven zien; trouw aan familie en cultuur; de daarmee strijdige gretigheid om nieuwe landen en culturen te ontdekken. Dat dit volle, genereuze boek, waarmee Mohammed Mbougar Sarr vorig jaar de belangrijkste literaire prijs van Frankrijk, de Prix Goncourt, won, op de Nederlandse lezer zo’n overweldigende indruk maakt, is mede te danken aan de vertaling van Jelle Noorman, die volledig recht doet aan het rijke vocabulaire van de schrijver, zelfs in de langste zinnen glashelder blijft en ook verder geen lezerswens onvervuld laat.

Eerder verschenen op Trouw