De eerste sportfotograaf, hommage aan Jules Beau

Zaterdag, 12 februari, 2022

Geschreven door: Jan Mulder
Artikel door: Chris Reinewald

Diregeable en quintuplet

[Recensie] In overzichten met pionier-fotografen ontbreekt Jules Beau (1864-1932) veelal. Blijkbaar geldt de Fransman als te weinig onderscheidend van de vele andere broodfotografen die rond 1900 actief waren. Voor een eigen uitgave selecteerde wielerjournalist Jan Mulder aansprekende sportfoto’s uit Beau’s vroege wieler-, vlieg,- motor- en autosportarchief, mét niet al te zwaarwichtige explicaties.

Door een gelukkige samenloop ontwikkelde rond 1900 de technologie van film en foto zich vrijwel gelijktijdig met de ontwikkeling van de mobiliteit. Daardoor hebben we al relatief vroeg (bewegende) beelden van rijwiel, auto en vliegtuig.

Afgaand op de gecategoriseerde fotoselectie die Jan Mulder maakte waagde Beau zich zelden aan al te snelle objecten: om technisch bewogen foto’s te voorkomen. Vrolijke gezichten van rijders en toeschouwers verraden dat iedereen poseerde en de auto nog niet reed. De staatsiefoto van een met bloemen en een dame versierde, elektrische wereldsnelheidswagen, de La Jamais Contente (105 km/u in 1899), is nadien veel – zonder auteursnaam – gereproduceerd voor standaardwerken van de auto(sport)geschiedenis. En Beau’s opname van een wielrenner in actie werd door de kunstenaar Henri de Toulouse-Lautrec nagetekend voor een reclameaffiche. 

Tour
Tussen 1894 en 1913 was Beau actief als fotograaf met een eigen winkel in Parijs. Hij ontwikkelde zich vanuit een niche tot een specialist: snelheidssporten waarvan hij graag de positieve kanten liet zien. Zijn voornaamste klanten waren tijdschriften en de trotse coureurs zelf. Op een latere foto van een collega zie je hoe Beau zelf na gedane arbeid meetafelt met de organisatie.  

TijdvoorTijdschriften

Zijn foto’s en knipsels plakte hij in 36 oblong-albums – zoals de beroemdere Jacques-Henri Lartigue dat ook deed. Na de Eerste Wereldoorlog werd Beau archivaris van de Touring Club de France, vergelijkbaar met onze Algemene Nederlandsche Wielrijders Bond. Zij verwierven het archief dat na hun opheffing weer verhuisde naar de Bibliotheque Nationale, www.gallica.fr, waar het inmiddels auteursrechtvrij is. Mulder bewerkte de vergeelde foto’s tot contrastrijk zwartwit beeld.

De scheiding tussen fiets en auto was rond 1900 nog niet zo strikt. Men combineerde de Tour de France aanvankelijk als autorally (heen) met een wielerwedstrijd. De deelnemende auto’s fungeerden terug naar Parijs als gangmakers voor wielrenners. Ze reden vòòr de fietsers en hielden ze zo met de slipstream uit de wind waardoor ze hogere snelheden konden bereiken.

Verder experimenteerde men met vroege Derni-bromfietsachtigen of een quintuplet, een spectaculaire maar moeilijk te besturen vijfmanstandem.

Céline
Op 12 mei 1902 maakte een durfal een rondvlucht boven Parijs, waarvan Beau alleen de fatale afloop vastlegde. De diregeable, een ballon met twee motoren en een propeller als stuur, bleek niet zo hanteerbaar als de naam suggereerde. Waarschijnlijk ving het waterstofgas in de ballon vlam.

Het vliegtuig stortte neer op de Avenue du Mairie in Montparnasse. Op Beau’s persfoto verzamelen heren in vesten en overhemdsmouwen de ravage op straat. Op dat moment zullen de omgekomen piloot en boordtechnicus al vervoerd zijn naar de morgue.

Céline-lezers herkennen de sfeer uit diens prachtige jeugdherinneringen Dood op krediet over de avonturier Roger-Martin Courtial des Pereires, een fictieve samenvoeging van de werkelijk bestaande Raoul Henri Clément Auguste Antoine Marquis de Graffigny, kortweg Henry de Graffigny en de Braziliaanse vlieger/fabrikant Alberto Santos-Dumont.

Eerste e-bikes
Beau wist waar-wat gebeurde. Hij fotografeerde presentaties en tentoonstellingen met rijwielen en automobielen zoals de RAI bij ons. Ook reisde hij de eerste wedstrijden vanuit Parijs na. Op het omslag poseert Beau op een rijwiel met hulpmotor, een oerbrommer. Onduidelijk is of hij zelf ook autoreed. Door het opwaaiende stof van de nog ongeasfalteerde wegen zag hij er na zes dagen werk uit als een schoorsteenveger. Een foto toont de pikzwarte Beau in het hagelwitte straatbeeld van Nice. Tijdens de trip fotografeerde hij toeristische bezienswaardigheden, een heuvelklim en ook nog een bloemencorso.

Jan Mulder lukte het niet om het type platencamera te traceren. Hij is het meest thuis in de wielersport. Maar ook noemt hij de juiste automerken en de Max Verstappen van die dagen: de zwaar gebouwde en bebaarde coureur René de Knyff.

Dat het 100 jarige onderwerp toch eigentijds aanvoelt komt door Mulders actuele blik. Hij signaleert wielrensters en menig elektrisch aangedreven automobiel voordat de benzinemotor uiteindelijk de standaard werd. Ook zien we een tandem met versterkte buizenconstructie om vier elektro-accu’s plus aandrijfmotor te torsen: de overgrootvader van onze e-bikes.   

Ook verschenen op Alleroogen

Het boek is in eigen beheer uitgegeven en direct bij de auteur te bestellen. www.julesbeau.nl