De geest uit de fles

Zondag, 22 september, 2019

Geschreven door: Ger Groot
Artikel door: Piet Wiersma

De ‘full-body(-and-mind) workout’ van Ger Groot

[Recensie] De achternaam van haar auteur schiet tekort om De geest uit de fles eer aan te doen; het is een kolossaal werk. Dit geldt misschien voor de missie die het werk zichzelf stelt, maar bovenal voor haar fysieke eigenschappen. Het boek (de pil, de ’tome’) is een van de weinige werken waarbij de moeite van het lezen toe te schrijven is aan de vorm in plaats van de inhoud. Als je iemand bent (zoals ik) die graag in bed leest – in horizontale positie en zonder de hulp van een tafeloppervlak om de zwaartekracht het hoofd te bieden – zal je je fitnessregime drastisch moeten opschroeven om van kaft tot kaft te geraken. Alsof je een stoeptegel in je klauwen hebt. ‘Crossfit eat your heart out’. Voor zover de fysieke training, maar hoe zit het met brein en geest? Kunnen we spreken van een ‘full-body(-and-mind) workout’?

Het oogmerk van De geest uit de fles is niet mis. Groot vraagt zich, zoals de ondertitel doet vermoeden, af hoe de moderne mens is geworden wie hij is. Beginnend bij Descartes vertrekt hij vanuit het verlies van het goddelijke ijkpunt en alle gevolgen van dien voor onze conceptie van politiek en wereld, maar vooral van de mens zelf. Het denken, stelt Groot weinig controversieel, bestaat in de eeuwen die volgen voornamelijk uit het vinden van een antwoord op dit verlies van een rigoureus absoluut ankerpunt. In de volste breedte van haar spectrum reflecteert onze samenleving dit euvel, lijkt het. Dit geldt niet alleen voor het ‘verlies’ van God, maar voor filosofisch denken in het algemeen. Filosofie, stelt Groot, “is overal, in alle hoeken van de samenleving – niet alleen in de kunsten, maar ook in reclameboodschappen, in pornografie en zelfs in de graffiti op straat”. Het perspectivisme in de schilderkunst wordt bijvoorbeeld vergeleken met wat je het ‘wijsgerige perspectivisme’ zou kunnen noemen – de fenomenologische wending die Immanuel Kant in gang zet. Groot wil dus laten zien dat je filosofie terugvindt over de gehele breedte van onze cultuur(geschiedenis), niet alleen in schilderwerk, maar juist ook in strips, films, en reclames.

Jammerlijk feit is dat het boek zich nauwelijks onttrekt aan een zekere neiging binnen de filosofie om de geschiedenis van de mens gelijk te stellen aan de geschiedenis van het denken. Juist middels de verwijzingen naar concrete (culturele) fenomenen – en hun verbindingen met filosofisch gedachtegoed – lijkt Groot hier een tegenwicht aan te (willen) bieden, maar hij slaagt hier maar mondjesmaat in. Het boek verwijst regelmatig naar beeldmateriaal van films, toneelstukken, en bijvoorbeeld songteksten, maar als lezer bekruipt je vaak het gevoel dat dit een soort afterthoughts zijn – bijzaken die in dienst staan van het denken, of in ieder geval in dienst van Groots schets van de geschiedenis van het denken over de mens. Leuke toevoeging is desondanks dat sommige van deze fragmenten te beluisteren en bekijken zijn op de website van het boek, www.degeestuitdefles.com. De site is echter vrij sober ingericht en droog en zeer bondig becommentarieerd. Het gevoel dat er wat betreft de relatie tussen het denken en haar reflectie in de materiële werkelijkheid – tussen de geest en begeesterde materie – meer in had gezeten bespookt de lezer menigmaal.

Meer dan een beschrijving van het proces waarin ‘de moderne mens werd wie hij is’, heeft Groot dus het proces beschreven van hoe de moderne mens door de geschiedenis heen werd gedacht door de filosofie. Dat is op zichzelf genomen natuurlijk geen probleem, maar dan zou het boek (bijvoorbeeld in haar marketing en op de achterkaft) minder de verwachting moeten wekken dat het oprecht is geïnteresseerd in de manier waarop filosofie zich weerspiegelt ziet en doorsijpelt in de volste breedte van onze cultuur. Wat problematischer is, is dat ‘de mens’ in het boek gelijkgesteld lijkt te worden aan de Westerse mens, en ‘de menselijke geschiedenis’ op eenzelfde wijze wordt verward met de Westerse geschiedenis. Ondanks dit forse kritiekpunt, en ondanks het (wellicht onvermijdelijke) feit dat een aantal grote namen, zoals bijvoorbeeld Hume en Wittgenstein, ontbreken of slechts zijdelings worden genoemd, moet gezegd worden dat deze Westerse geschiedenis helder en uitgebreid wordt geschetst.

Boekenkrant

Het boek is gebaseerd op een collegereeks die Groot gaf aan eerstejaars filosofiestudenten in Rotterdam, en lijkt dan ook geschreven voor die doelgroep: beginnende filosofiestudenten en -aficionado’s. Voor deze doelgroep vormt het een uitstekende introductie tot de Westerse wijsgerige antropologie, met hier en daar uitstapjes naar nauw verwante filosofische disciplines. Diegenen (zoals ik) wiens interesse voornamelijk werd geprikkeld door de link tussen het denken en haar reflecties en (cultuur)uitingen in de wereld – de begeesterde materie – komen er wat bekaaid vanaf, maar zelfs dan blijft het een boeiend werk en kunnen de voorbeelden die genoemd worden wellicht dienen als duikplank naar diepere wateren.

Eerder verschenen in Splijtstof, onafhankelijk wijsgerig tijdschrift van de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen van de Radboud Universiteit te Nijmegen.