De inwendige

Donderdag, 20 september, 2007

Geschreven door: Pauline Slot
Artikel door: Lotte Brugman

Voedsel als bindende factor

Alma heeft een ingewikkelde relatie met voedsel. Eten is voor haar symptoom, aandoening en medicijn tegelijk. Aan haar eetgewoonten kun je aflezen hoe ze zich voelt en hoe ze in de wereld staat. Eten markeert de belangrijke momenten in haar leven en bepaalt de manier waarop ze zich deze gebeurtenissen herinnert. Wanneer haar vader in het ziekenhuis ligt, telefoneert ze met haar moeder. Die heeft net samen met haar man een tosti gegeten. ‘In gedachten zie ik haar bij de telefoon staan, in het ziekenhuis, in de lange gang. Haar wangen zijn nat. Kinderen deppen geen tranen, likken niet de chocolade uit hun mondhoeken, vegen niet met de rug van hun hand het gemorste ijs weg van hun kin. Ik hoop dat iemand haar ziet, haar meeneemt, instopt, welterusten wenst. Een moeder voor mijn moeder.’

De schrijfstijl van Pauline Slot maakt het boek gemakkelijk leesbaar. De zinnen zijn uitgebalanceerd, kort maar verhalend. Het boek volgt de ontwikkeling van Alma: van klein meisje tot volwassen vrouw. De stijl groeit haast ongemerkt mee met de hoofdpersoon. In de eerste hoofdstukken van het boek weet Slot in korte, kinderlijke zinnen de manier te treffen waarop kinderen de wereld zien. De puberale Alma heeft al een andere, scherpere stijl. Die scherpte neemt bij de volwassen Alma iets af en wint aan nuance. Zo wordt niet alleen de persoon, maar ook de stijl volwassen.

De inwendige is in de eerste plaats een ontwikkelingsroman. Daarbij bepaalt eten de structuur, het tempo en de dynamiek. Deze vorm maakt de persoon van Alma toegankelijk en haar handelingen en gedachten begrijpelijk. Ook de relatie met de mensen om haar heen wordt gekenmerkt door eten, zoals die met haar ouders. Eén van de beelden uit het begin van het boek beschrijft Alma als meisje van vier met kerst. ‘“Alma’s eerste kerstdiner!” zegt mama. “Aan haar eigen tafeltje. Wat gaat de tijd toch snel.” Ze lacht niet meer. Ze is verdrietig. (…) De tafel van papa en mama heeft geen borden. Er staat geen kaarsje op. Ik neem hapjes. Dat kan ik goed, daar word je groot van. Mama kijkt toe. Papa maakt een foto. Zij eten niet.’

Je vraagt je af wat daar precies aan de hand is. Mama is ziek, weet Alma. Maar wat haar moeder heeft, wordt nergens duidelijk. Dit is een van de open plekken die het verhaal dankt aan de beperkingen die de schrijfster zichzelf oplegt. De keuze voor een rode draad van eten en drinken maakt ook dat sommige gebeurtenissen geen plaats krijgen. Zo beschrijft ze wel de dood van haar opa, maar niet de ziekte van haar moeder. En verschillende relaties van Alma eindigen in het niets. Uit het feit dat ze ineens aan tafel zit bij een nieuwe geliefde, leid je af dat de vorige relatie is gestrand. Toch ontbreekt nergens wezenlijke informatie: het is niet nodig om te weten wat Alma’s moeder precies heeft, want je hebt er wel een beeld bij. Dat geldt ook voor een aantal geliefden: het is in de meeste gevallen niet moeilijk om je een voorstelling te maken van de oorzaak van het einde van de affaire. Bovendien blijft het verhaal op deze manier vrij van rancune, overbodige emoties en omslachtige uitleg. Kortom: de beperkingen geven het boek een prettige consistentie.

Trouw

Het is bijzonder dat de constante stroom van aan eten gerelateerde gedachten, gevoelens, observaties en herinneringen op geen enkel moment geforceerd overkomt. Eten, drinken en geuren duiken haast ongemerkt op en kleuren het verhaal. Ze geven het boek sfeer, structuur en diepgang, waardoor Alma des te beter over het voetlicht komt. Het eten maakt haar verhalen tot één verhaal, dat zeer het lezen waard is.


Eerder verschenen op Recensieweb


Laat hier je reactie achter:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.

Boeken van deze Auteur:

Museumbezoeking

En het vergeten zo lang

De inwendige