De jongen die het paard van Atila stal

Donderdag, 25 augustus, 2016

Geschreven door: Iván Repila
Artikel door: Christian Jongeneel

Iván Repila’s motieven

[Recensie] Twee broers, Groot en Klein, zitten op de bodem van een put in Iván Repila’s novelle The boy who stole Attila’s horse (Nederlandse vertaling: De jongen die het paard van Atila stal). Onduidelijk is hoe ze daar beland zijn. Het heeft iets te maken met het pakket van Moeder, dat brood en kaas bevat, maar waarvan ze niet eten.

Het eerste ontsnappingsplan is eenvoudig. Groot gaat proberen Klein uit de put te werpen. Het lukt niet. “Was je ver van de rand?” vraagt Groot. “Dat weet ik niet,” antwoordt Klein. “Ik had mijn ogen dicht.” Dan weet Groot dat ze vast zitten. Hij zal voor Klein moeten zorgen. Om dat te kunnen doen moet hij wel het grootste deel opeisen van de wormen en maden die hun eten vormen.

Terwijl Klein mentaal aan de put probeert te ontsnappen zorgt Groot dat hij fysiek enigszins in vorm blijft. Geplaagd door regen, ziekte en honger houden de broers elkaar op de been tot Groot aan het eind van het boek zijn wanhopige ontsnappingsplan ontvouwt.

Het verhaal van Groot en Klein is – dat mag duidelijk zijn – een fabel. De kracht van Repila’s novelle is echter dat hij de uitleg er niet dik bovenop smeert. Enerzijds gaat het over humaniteit, de manier waarop de broers ondanks hun totaal verschillende karakters solidair zijn met elkaar. Groot is rationeel en optimistisch, Klein is somber en emotioneel. Samen vinden ze een evenwicht, waarbij Klein langs de randen van de waanzin koerst en Groot het uithoudt op monotone discipline.

Bergen

Tegelijkertijd is het een politieke roman, maakt Repila duidelijk door zijn boek te beginnen met quotes van Margaret Thatcher en Bertold Brecht. De levensdrang van Groot en Klein komt mede omdat zij nog een rekening te vereffenen hebben met de buitenwereld. Wat die rekening is wordt nooit helemaal duidelijk, maar is ook niet zo relevant. Het gaat er immers om wat het betekent voor de vastberadenheid van de twee verworpenen der aarde.

In beide interpretaties blijven er genoeg raadsels over. Waarom zijn de hoofdstukken genummerd met priemgetallen? Wie is Moeder? Wat heeft het paard van Attila ermee te maken? Waar staan de wolven voor die om de put cirkelen? The boy who stole Attila’s horse is een even eenvoudige als complexe fabel over emoties die een mens kunnen plagen als hij helemaal op zichzelf teruggeworpen is.

Eerder verschenen op http://www.christianjongeneel.nl/


Laat hier je reactie achter:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.