De jongen die wilde deugen

Dinsdag, 4 oktober, 2022

Geschreven door: Jos Govaarts
Artikel door: Jan Stoel

Er is niemand die mijn hand pakt

[Recensie] Krassels (2019) was de titel van de debuutroman van Jos Govaarts (1951). In die roman zit je in het hoofd van het hoofdpersonage, Marcus. Hij staat onzeker in het leven, is op zoek naar zichzelf. Hij ontrafelt zijn levensgeschiedenis en komt erachter dat hij herinneringen altijd op een andere manier heeft ingekleurd. Uiteindelijk komt hij tot inzicht. In De jongen die wilde deugen komt Govaarts nog dichter bij zijn hoofdpersonage door te kiezen voor het ik-perspectief. Dat geeft extra lading en diepgang aan deze bijzondere roman. Je wordt betrokken bij het proces dat het hoofdpersonage Antwan doormaakt.

Govaarts verstaat de kunst de lezer meteen in het verhaal te trekken. Antwan, onderzoeker van het poolleven, krijgt van Carla, de tweede echtgenote van zijn vader Maxi bericht dat vader hem graag nog een keer wil zien, met hem wil praten. Hij heeft drie keer per jaar contact met zijn vader. “Ik was in mijn zelfgekozen toevluchtsoord, ver boven de noordelijke poolcirkel. […] Ik ben op mijn manier tevreden met mijn leven.” […] “Toch denk ik dat mijn jeugd heel geleidelijk is weggeslopen, stapje voor stapje.” Wat is er gebeurd, waarom woont Antwan alleen en heeft hij het contact met zijn verleden verbroken? In twee zinnen weet de auteur je verbeelding meteen aan het werk te zetten.

Caleidoscopisch
Antwan besluit na dertig jaar terug te gaan en de confrontatie aan te gaan met zijn verleden. Op een caleidoscopische manier ontvouwt zich dat. Govaarts laat je vele kanten van de menselijke psyche bekijken: vertrouwen,loyaliteit, vriendschap, liefde, maar ook verstoten worden, eenzaam zijn, wantrouwen depressief zijn, misbruik, vastlopen in je leven. Door te kiezen voor verschillende invalshoeken krijg je zicht op wat Antwan met zich meedraagt. Maar het helpt ook om tot begrip en inzicht te komen. Govaarts heeft dat alles nauwgezet, vol nuance en gevoel neergezet in een verhaal dat zindert van de spanning. Fasegewijs doorloop je als het ware het proces dat Antwan heeft doorgemaakt, hoe hij omgaat met het feit dat men de grens van zijn loyaliteit overschrijdt. Maar nergens wordt het een opsomming, altijd blijft het interessant en wordt een nieuw aspect van Antwans psyche geduid. Subtiele details zorgen voor verwijzingen, verbindingen (zoals het strijken over het litteken dat overgebleven is na het sluiten van een bloedbroeders verband in zijn jeugd met zijn beste vriend Teun; dat strijken gebeurt op essentiële momenten in het verhaal). Maar ze symboliseren ook de littekens op het hart en de ziel van Antwan. Ook een detail van een veeg op het behang heeft betekenis.

Ouder-kind-relatie
Als kind groeit Antwan op bij zijn moeder, die van origine Franstalig is. Maman, zoals zij door Antwan genoemd wordt, heeft een stevige postnatale depressie gehad, is langdurig opgenomen geweest, maar heeft uiteindelijk de opvoeding van Antwan toegewezen gekregen. Zij noemt hem Aantoewaane, tot afschuw van de jongen zelf. Vader heeft toen maman opgenomen was voor Antwan gezorgd samen met de liefhebbende Carla. Vader en Carla hebben een relatie gekregen en zijn bij de verdere opvoeding van de jongen niet echt in beeld. Vreemd? De loyaliteit – een belangrijk thema in het boek – van Antwan ten opzichte van maman is enorm. “Ik wil een tak witte bloemen aan haar geven. Ik zal de gordijnen opendoen, die de laatste tijd zo vaak dicht zijn. Het licht neemt weer bezit van het huis. Het leven zal weer draaglijker worden.” Het zijn kleine dingen die Antwan raken, zoals het niet noemen van zijn naam door zijn moeder, het aanpraten van schuldgevoel. En maman overschrijdt de betamelijke normen van loyaliteit. Zijn steun en toeverlaat is zijn beste vriend Teun en diens moeder bij wie hij altijd terechtkan. Maar maman wil niets met hen te maken hebben, omdat ze denkt dat zij Antwan bij haar hebben weggehouden. Op het eind van de middelbare school ziet hij Isabelle, Belle (what’s in a name), de vriendin van de zus van Teun. Antwan is op slag verliefd. Maar Teun is ook verliefd op haar. En Antwan is loyaal aan Teun. Als Belle kiest voor alle twee, besluit Antwan na zijn studie biologie alleen naar het noorden van Europa te vertrekken en Belle aan Teun te laten.

Kookboeken Nieuws

Vorm en taal
Door de scenische opbouw van het boek, de korte hoofdstukken, het toepassen van flashbacks, het verspringen in de tijd, ontstaat een organisch verhaal waarin alles langzamerhand op zijn plek valt. Govaarts schrijft beeldend en gebruikt zijn taal om bijvoorbeeld een gemoedstoestand te beschrijven. Toen Antwan een jaar of vier was en voor het eerst maman zag schrijft hij: “Ik begroet haar met een bosje bloemen omwikkeld met zilverpapier. De volgende ochtend vond ik de bloemen in de vuilnisbak buiten naast de keukendeur met het zilverpapiertje er nog omheen.” Of als moeder van weer een opname terug thuiskomt: “De frisheid van appels die de eerste keer om haar heen hing was verdwenen en had plaatsgemaakt voor een doffe geur door het roken van veel pakjes sigaretten.” Of de verliefdheid op Belle: “Haar schouderbladen hebben de vorm van engelenvleugels en lijken zo uit te kunnen waaieren om de zon tegemoet te vliegen. De vrijheid in.” Govaarts gebruikt beschrijvingen van de natuur om een sfeer neer te zetten, hanteert tegenstellingen om zaken pregnant te maken: “We spraken met elkaar en we zwegen naast elkaar”.

Emoties
De eenzaamheid van Antwan wordt raak neergezet door deze frase: “Er is niemand die mijn hand pakt.” En dat is het grote trauma van Antwans leven.

Vier emoties van Antwan vormen de ruggengraat van de roman: de liefde voor Belle, de loyaliteit en het medelijden dat hij voelt voor maman. De boosheid naar zijn vader omdat die hem in de steek liet en de hunkering naar de vriendschap van Teun. Hij komt tot het inzicht dat alles wat genuanceerder ligt en dat niet alles wat hij voor waar aan nam zo is. Dat proces maakt De jongen die wilde deugen (prachtige titel die de lading van het verhaal helemaal dekt) tot een emotioneel, gevoelig, maar ook dynamisch verhaal met een ontknoping die je een brok in de keel bezorgt.

En dan is er nog het motto van het boek. ‘Ubi caritas et amor’ (‘waar vriendschap is en liefde’). Deze zin wordt gevolgd door de woorden ‘Deus ibi est’ (daar is God). De zin komt uit een gezang dat in de katholieke kerk tijdens de voetwassing op Witte Donderdag wordt gezongen. Het gaat over naastenliefde, jezelf wegcijferen. Hiermee wordt hét grote thema van het boek weergegeven.

Voor het eerst gepubliceerd op Bazarow

Boeken van deze Auteur:

Krassels

Auteur:
Jos Govaarts
Categorie(ën):
Literatuur