De kinderen van de nacht

Maandag, 31 oktober, 2016

Geschreven door: Dik van der Meulen
Artikel door: Marjan Slob

‘In de huizen quaamen wolven nestelen’

[Recensie] Misschien is het zijn tred. “Een wolf gaat verend, bijna dansend op zijn lange poten, moeiteloos en onvermoeibaar”. Of misschien is het zijn mysterieuze huilen, “beklemmend én aantrekkelijk”. Hoe dan ook: een wolf roept bij veel mensen angst op, maar ook bewondering en zelfs een soort verliefdheid.

Dat doet het dier in ieder geval bij Dik van der Meulen, de neerlandicus die eerder Het bedwongen bos schreef (over natuurervaringen in Nederland) en literaire prijzen won met zijn Multatuli-biografie. Als kind kon Dikje eindeloos luisteren naar Prokofjevs Peter en de wolf, en als volwassene voegt hij zich bij een groep ‘wolfers’ in Yellowstone. Wat bezielt hem eigenlijk “om met betraande ogen mee te hollen in de horde” zodra er over de walkietalkie een wolvenmelding komt? Zo’n vraag is natuurlijk een heerlijk uitgangspunt voor een schrijver.

Het resultaat, De kinderen van de nacht, Over wolven en mensen, biedt een natuur- en cultuurhistorie van de wolf en verslaat Van der Meulens reizen naar wolvenhotspots over de hele wereld. Van der Meulen schrijft zoals een wolf loopt: verend, behendig, effectief. Combineer dat met zijn droge humor en het resultaat is een smakelijk boek, dat weliswaar geen nieuw, baanbrekend inzicht in de menselijke fascinatie voor wolven biedt, maar wel zelf overtuigend getuigt van de betovering die uitgaat van ons enige echte wilde beest.

Van der Meulen memoreert sagen over wolven die mensen redden (denk aan de wolvin die Romulus en Remus zoogt). Maar ook verhalen over horrorwolven doen al sinds mensenheugenis de ronde. Misschien, zo speculeert Van der Meulen, is deze fantasie terug te voeren op krijgers en sjamanen die zich overal ter wereld graag in een mantel van wolvenhuid hullen, waarbij zij de kop van de gevilde wolf als een soort capuchon over hun eigen hoofd trekken.

Wordt Vervolgd

Gek genoeg komen wolven in grotschilderingen uit de oertijd bijna niet voor. Mensen hadden weinig te duchten van wolven, verklaart Van der Meulen; de leeuwen en hyena’s die toen in onze streken voorkwamen, waren veel gevaarlijker. Pas toen mensen landbouwers werden, kwam de wolf in een kwaad daglicht te staan – ze pakten immers onze schapen. De Griekse fabeldichter Aesopus presenteert de wolf als een hongerig en onbetrouwbaar dier, en in de Middeleeuwen had de wolf een slechte pers als belager van Jezus’ schaapjes. Dat bleek maar weer eens toen in 988 een wolf de kathedraal van Orléans binnendrong en daar de klokken begon te luiden. “Kerkgangers rukten het klokkentouw uit zijn bek en dreven hem de kerk uit”, schrijft Van der Meulen, “maar het onheil was al geschied”: het jaar daarop ging heel Orléans in vlammen op.

Vanaf de late Middeleeuwen werd de wolf daadwerkelijk gevaarlijker. De bevolking groeide, waardoor het jachtgebied van de wolf kromp, en raakte bovendien verzwakt door hongersnoden, oorlogen en besmettelijke ziekten. In de eerste helft van de vijftiende eeuw drongen honderden wolven Parijs binnen. En dit rapporteert P.C. Hooft in de zeventiende eeuw: “Heele dorpen werden verlaaten: ende, naar dat de menschen minderden, fokte ’t ongedierte aan. In de huizen quaamen wolven nestelen, en men vernam hunne jongen geworpen in de bedsteeden.”

In de moderne tijd vielen vooral jonge, weerloze veehoeders ten prooi aan wolven. Maar waarschijnlijk toch niet precies op de manier waarop een historicus in de achttiende eeuw zich het lot van een Zuid-Frans koeienhoedstertje voorstelt: “Met zijn machtige klauwen rukte het dier de kleren van haar af, om vervolgens met zijn hoektanden haar tedere jonge borsten te verscheuren.” De wolf weet wel waar hij moet happen. De link tussen wolf en seks is sowieso stevig verankerd in ons collectieve bewustzijn. Roodkapje, is dat niet dat verhaal van een jong meisje dat ongekleed in bed stapt bij een harig beest met opmerkelijk grote lichaamsdelen? De gebroeders Grimm kuisten het volksverhaal enigszins, maar ‘de wolf ontmoeten’ was een Franse uitdrukking voor ontmaagd worden, weet Van der Meulen.

Ergens in de negentiende eeuw werd de wolf in onze contreien uitgeroeid. Toch is het altijd ‘ons’ roofdier gebleven – en het rukt weer op. In 2015 vertoonde een onverschrokken jonge wolf zich in Hoogezand ergens de buurt van de Action. De provincies Drenthe en Groningen hebben inmiddels een ‘Operationeel Draaiboek Wolf’ klaarliggen. Laat de wolf maar komen.

Eerder gepubliceerd in De Volkskrant


Laat hier je reactie achter:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.