De kinderen van Oost-Congo

Dinsdag, 5 juli, 2022

Geschreven door: Katrien Vanderschoot
Artikel door: Marnix Verplancke

Vlijmscherpe analyse van de problemen van de voormalige Belgische kolonie

Na een kwarteeuw Congo-journalistiek maakt Katrien Vanderschoot een balans op van dit immense land, en dat levert niet altijd een fraai plaatje op.

[Recensie] “Hoe kan je Chance heten als je nog maar dertien bent en al verkracht?” Het is een typerende zin uit Katrien Vanderschoots De kinderen van Oost-Congo, het persoonlijke verhaal van deze VRT-journaliste die de voorbije 25 jaar regelmatig in onze voormalige kolonie was om er verslag uit te brengen over verkiezingen, maar vaak ook over gruwelijke inbreuken tegen de menselijkheid. Vooral het oosten van het land hield haar bezig, daar waar Congo tegen Rwanda en Oeganda aan schuurt en allerhande rebellenleiders de bevolking onderdrukken, waarbij vrouwen vaak de eerste slachtoffers zijn.

Vanderschoot geeft een beeld van een kwarteeuw Congo door achter de officiële poppenkast van de presidenten Mobutu, Kabila vader en zoon en de huidige Tshisekedi op zoek te gaan naar de dynamieken die het land werkelijk maken tot wat het is, in potentie een van de rijkste staten ter wereld die in realiteit niet bij machte is om twee derde van zijn bevolking boven de armoedegrens uit te tillen, zoals Karel De Gucht het in 2008 tijdens een bezoek aan Kinshasa zei, wat hem niet in dank werd afgenomen. Ze doet dat door op twee mensen in te zoomen die als rode draden door haar boek lopen. De eerste is Isaac, die zich in 1996 aansluit bij het door Rwanda gesteunde rebellenleger van Laurent Kabila en een half jaar later, na het verjagen van Mobutu, triomfantelijk de hoofdstad binnentrekt. Hij is dan veertien. Zijn verhaal is er een van misbruik en desillusie. Naast Isaac plaatst Vanderschoot Rebecca, een halve generatie jonger, maar afkomstig uit hetzelfde Goma. Rebecca sluit zich aan bij LUCHA, wat staat voor Lutte pour le changement, een sociale beweging die gegroeid is uit het volk en opkomt voor proper water, elektriciteit, genoeg eten en onderwijs voor iedereen. Wanneer de overheid een mannetje op haar afstuurt met de belofte van een buitenlandse studiebeurs en daarna een goed betaalde overheidsbaan in ruil voor het stopzetten van haar agitatie, weigert ze dat, wat het mannetje absoluut niet begrijpt. Hoezo, is ze een idealiste of wat? Vanderschoot heeft duidelijk meer sympathie voor Rebecca – en voor de Congolese vrouwen in het algemeen – dan voor Isaac, die zelfs op het einde van het boek de grote, loze woorden van Kabila blijft herhalen.

De kinderen van Oost-Congo is een vlijmscherpe analyse van de problemen waar het land blijft mee worstelen. Veel heeft met de bodemschatten te maken natuurlijk, waarop zowel binnen- als buitenlandse krachten afkomen als vliegen op stroop. Maar er is ook de afwezigheid van enig landbouwbeleid, waardoor volstrekt inefficiënte megaplantages internationaal gesteund worden en de lokale kleine boeren het steeds moeilijker krijgen. De vanuit Oeganda afkomstige fundamentalistische islam maakt het allemaal nog ingewikkelder. En dan is er die verdomde defaitistische mentaliteit natuurlijk, waarover Vanderschoot meer dan eens getuigt. In een apotheek ziet ze bijvoorbeeld hoe alle rekken leeg zijn en er op de grond een grote berg pillendoosjes ligt. Wanneer ze vraagt naar de reden daarvoor krijgt ze het traditionele antwoord: “Je ne sais pas, c’est comme ça en Congo.”

Schrijven Magazine

Eerder verschenen in Knack