De laatste witte man

Vrijdag, 2 september, 2022

Geschreven door: Moshin Hamid
Artikel door: Marijke Laurense

Een sterk gedachtenexperiment

Mohsin Hamid biedt met De laatste witte man een sterk gedachte-experiment: confronterend en voorzichtig-aftastend tegelijk.

[Recensie Om maar even met een van de gedenkwaardigste openingszinnen uit de wereldliteratuur te beginnen: “Toen Gregor Samsa op een morgen uit onrustige dromen ontwaakte, ontdekte hij dat hij in zijn bed in een monsterachtig ongedierte was veranderd.” Franz Kafka zette er in 1915 zijn lezers mee op scherp in Die Verwandlung (De gedaanteverwisseling), een ontredderend verhaal over hoe iemand in de intimiteit van een gezin ten onder gaat aan sociale uitsluiting.

Dus als de Brits-Pakistaanse schrijver Mohsin Hamid (1971) anno nu binnenvalt met: “Toen Anders, een witte man, op een ochtend ontwaakte, ontdekte hij dat zijn kleur was veranderd in een donker en onmiskenbaar bruin,” dan grijpt hij je meteen bij de lurven.

Slechts vrome idealen
Want ja, wat zou zoiets doen met je zelfbeeld en je identiteit, stel dat? Officieel hoort de kleur van je huid er niets toe te doen, maar dat zijn vrome idealen. En anders helpt de schrijver van De val van de fundamentalist (2007) en Exit-West (2017) u wel uit uw rustige droom met dit alweer zeer actuele en geëngageerde ‘social fiction’-verhaal, over hoe het leven op z’n kop komt te staan als je leliewitte vel opeens ‘de andere’ kleur krijgt.

Het Weer Magazine

Sportschoolmedewerker Anders (natuurlijk niet zomaar een naam) wordt aanvankelijk zelfs moordlustig als hij in de spiegel een gezicht ziet dat ‘beslist niet het zijne’ is. Hij besluit in bed te blijven totdat het weer ‘goed’ gekomen is – wat uiteraard niet gebeurt. En als hij dan (met capuchon op) toch echt naar buiten moet om eten te kopen, blijkt de caissière hem niet te herkennen en het ook niet nodig te vinden om te reageren op zijn groet, ‘alsof hij er niet bijhoorde, hij die hier geboren was’.

Braaf zo
En bij wie kan hij zijn verhaal kwijt? Zijn seksvriendin, yogajuf Oona, is ‘emotioneel blut’, met een pas overleden, drugsverslaafde tweelingbroer en de mantelzorg voor haar ziekelijke moeder, die internet afstroopt op complottheorieën over omvolking. Zijn vader durft hij er niet mee onder ogen te komen in de laatste weken van diens leven. Anders herinnert zich bovendien, maar al goed hoe zijn vader hem ooit een flink pak slaag heeft gegeven. En hoe reageer je op een baas die zegt dat hij zich in jouw geval van kant zou maken? Als mensen op straat ineens met een boog om je heen lopen?

Anders ontdekt dat hij niet meer zomaar naar iemand durft te glimlachen. Opeens heeft hij behoefte aan een praatje met die zwarte schoonmaker op het werk, tegen wie hij altijd dacht heel vriendelijk te doen, maar die hij, zo beseft hij nu, in feite behandelde als ‘een puppy, een hond, die je een paar klopjes kon geven terwijl je braaf zo zei’.

Hoewel het nauwelijks minder gênant wordt als dat praatje in een typische Hamid-zin er dan eindelijk van komt: ‘Die dag had Anders een idee, en hij wachtte tot laat, en er was niemand in de buurt, en hij zei tegen de schoonmaker: ik zou je kunnen begeleiden, je zou hier af en toe kunnen trainen, net als wij, lijkt je dat wat, en de schoonmaker keek Anders aan en zei: nee, en toen voegde hij eraan toe, minder kortaf, en niet met een glimlach, of niet met een glimlach om zijn lippen, maar misschien met een glimlach in zijn ogen, dat was moeilijk te zeggen, het zou eerlijk gezegd ook het tegenovergestelde van een glimlach kunnen zijn, en met die raadselachtige uitdrukking op zijn gezicht voegde de schoonmaker eraan toe: wat mij wel zou lijken is opslag.’

Straatmoorden
Nog beklemmender wordt het als Anders niet de enige blijkt te zijn die zomaar donkerbruin is geworden. Is het besmettelijk? Te genezen? Te ontlopen? Is er een verschil tussen oud en nieuw bruin, tussen wie zo geboren is en wie het net geworden is? De straten en winkels worden leger en leger, de mensen blijven zoveel mogelijk binnen – nu, die beelden zijn ons maar al te bekend sinds 2020. De sfeer in de stad wordt steeds grimmiger, apocalyptisch zelfs: er zijn rellen, stroomstoringen, explosies, internetfilmpjes van nonchalante straatmoorden. En als er dan drie militair uitgedoste, gewapende, witte ‘activisten’ dreigend bij Anders op de stoep staan, besluit hij onder te duiken bij zijn vader.

Waarmee het verhaal een zeer onkafkaëske wending krijgt, want waar Gregor Samsa’s familie een steeds grotere afkeer van hem krijgt, groeien Anders en zijn vader in hun kwetsbaarheid juist naar elkaar toe, moeizaam, maar toch. Uiteindelijk zal Anders zijn vaders hand vasthouden als die sterft – iets wat onder ‘normale’ omstandigheden nooit gebeurd zou zijn.

Ook in Oona’s nogal onverschillige gescharrel met Anders blijkt juist dankzij alle ellende, tot haar eigen verbazing, opeens ruimte te zijn voor betrokkenheid, al plakt ze het woord ‘liefde’ er niet op: ‘Oona voelde geen behoefte aan aanraking, aan fysieke ontlading, ze had behoefte aan iets anders, gezelschap misschien, ja, zijn gezelschap, Anders’ gezelschap, om bij hem te zitten, begrepen te worden, en gewoonweg te zijn.’

Racistische moeder
Zelfs Oona’s uitgesproken racistische moeder draait van lieverlee een beetje bij: waar ze eerst nog het huis onderkotst als ze haar witte dochter met de donkere Anders in bed betrapt en vurig hoopt dat eventuele kleinkinderen weer ‘gewoon’ een wit velletje zullen hebben, zit ook zij uiteindelijk hand in hand met hem.

Ik ga niet verklappen hoe De laatste witte man afloopt, al moet ik wel kwijt dat ik het slot van Kafka’s De gedaanteverwisseling een stuk geloofwaardiger vind. Voor het overige biedt De laatste witte man een verrassend en sterk uitgewerkt gedachte-experiment: confronterend en voorzichtig aftastend tegelijk.

Hamids personages gebruiken opvallend veel twijfelwoorden als ‘misschien’ en ‘iets’ als ze hun gevoelens en drijfveren zo eerlijk mogelijk proberen te ontwarren. Net als in zijn ‘social fiction’-romans over radicalisering en vluchtelingen weet Hamid een groot thema als racisme en identiteit geloofwaardig te verweven met de grote en kleine actualiteit: lockdowns, uit de kast komen, dreigende burgeroorlog, donkerbruine schmink, onbeschofte vragen aan een zwangere vrouw over de huidskleur van haar kind. Daarmee trapt hij de tijdgeest andermaal vol op de staart.

Eerder verschenen in Trouw en op Marijke Laurense.nl