De leraar

Maandag, 6 april, 2009

Geschreven door: Bart Koubaa
Artikel door: Julia Krul

Het monster dat zich als opvoeder vermomde

De Kraai is docent Nederlands op een technisch MBO, moe, hard, cynisch – en gestoord. Recentelijk is er een ‘voorval’ gebeurd waarbij hij pijnlijk door een leerling voor gek werd gezet. Maar juist van die kwajongen heeft De Kraai zijn nieuwe project gemaakt: heropvoeden zal hij de knul, hem de wetten van goed en kwaad leren inzien. Hij zal voor hem zorgen, hem koesteren, vertroetelen, maar ook met ferme hand in het gareel houden. ‘Hij snikte en moest overgeven, het was zijn eigen schuld; wie braaf is krijgt lekkers, wie stout is de roe.’

Aanvankelijk is nog niet duidelijk hoe De Kraai precies in elkaar zit. Hij lijkt met name een norse, uitgebluste man die diep van binnen best tot medelijden in staat is. In zijn sarcastische monologen, die het grootste deel van De Leraar in beslag nemen, komt hij vaak terug op de moeilijke positie van zijn allochtone leerlingen in de samenleving. Ook houdt hij er allerlei opinies over het milieu op na. Ten slotte vertelt hij steeds weer zorgzame, bijna liefdevolle verhalen over die ene speciale leerling. Ze kijken samen film en eten popcorn, De Kraai maakt zijn lievelingseten klaar en dekt hem toe wanneer hij in slaap is gevallen. Een televisie heeft hij voor hem gekocht, een DVD-speler en zelfs een apparaat om op te kunnen hardlopen. Allemaal in zijn eigen huis.

‘Een paar zomers geleden liet ik een Japanse kennis van mijn moeder, die voor zaken naar Brussel moest en een paar dagen bleef logeren, een inheemse mop lezen over een meisje dat dood in een kelder was gevonden, ze was herhaalde keren misbruikt en omgekomen van de honger. Hij zei dat hij zich niet verwonderde dat België niets te betekenen had. De omschrijving van zijn zoon kon zowaar opgenomen worden in de betere reisgids: “Belgium, yes yes, Dutroux and Amsterdam.“‘

Niet lang na bovenstaande passage laat De Kraai voor het eerst iets los over zijn eigen kelder. Daar bewaart hij iets. Of iemand. ‘Ik zou voorzichtig zijn. Na hoogstens een minuut of vijf, zes ging ik terug naar boven. Ik waste mijn geslacht en werkte het vlees naar binnen.’ Een verontrustende passage, en dat worden er langzaam steeds meer. Pas op vijfzesde van het boek wordt ineens iets zichtbaar van waar De Kraai zich eigenlijk in zijn vrije tijd mee bezig houdt.

Yoga Magazine

Met De Leraar heeft Koubaa niet een portret geschreven van een uitgebluste docent, maar van een psychopaat. De sfeer op de school, de kansarme leerlingen, de worsteling om hen goed les te geven vormen allemaal een achtergrond voor De Kraai’s duistere, gestoorde privégedachten, die pas echt duidelijk worden in de epiloog. Daarin neemt een journalist het woord en zet nuchter de gruwelen uiteen waar De Kraai zich jarenlang aan bezondigd heeft. Een intense, schokkende ervaring – maar ook een eenzijdige.

In American Psycho (Bret Easton Ellis, 1991), een satirische roman over het yuppenleven in New York, ratelt de leeghoofdige, steenrijke protagonist op precies dezelfde toon door over zonnebrillen, visitekaartjes, vakanties en het bewerken van hoertjes met een kettingzaag. Hij vertelt mensen in zijn omgeving zelfs wat hij doet, maar niemand luistert. De moorden krijgen betekenis in het kader van het sociaal isolement van de hoofdpersoon.

Datzelfde lukt Koubaa niet; De Kraai had net zo goed ergens anders kunnen werken, een ander iemand kunnen zijn. Volgens Koubaa verwijzen de honderdtwintig hoofdstukken van De Leraar naar Pasolini’s Sadeverfilming Salò of de 120 dagen van Sodom (zie ons interview met Koubaa op 6-6-2007), maar ook die film heeft een symbolische lading die bij De Leraar ontbreekt. Salò vertelt iets over de zwartste kanten van macht, terwijl het De Kraai niet om macht te doen is; zijn grootste honger is net zo eenzaam als hijzelf.

Eigenlijk komt De Kraai’s duistere kant, die ook erg laat pas echt deel gaat uitmaken van de roman, nogal uit de lucht vallen. De schrik, verwarring en weerzin die hij oplevert hadden een krachtig middel tot iets extra’s kunnen zijn, maar blijven een los element waar je je verder geen raad mee weet.
Wat De Leraar in feite mist is een verhaal, een samenhangend geheel van gebeurtenissen die niet op zichzelf, maar met elkaar iets vertellen.

Zonder dat bovenste griezellaagje zou het boek dat verhaal hebben gehad. Dan was het een goeie cynische roman over het onderwijs geweest, met heerlijk droge en soms zelfs hilarische passages. Er zit zelfs nog een extra verhaallijn over De Kraai’s verdwenen vader in, die op zichzelf al aardig bevreemdend en indrukwekkend is. Maar ook De Kraai als geweldenaar zou, als hij meer aandacht had gekregen, niet voor American Psycho‘s Patrick Bateman hebben ondergedaan. Want Koubaa kan schrijven, vertellen en sterke, controversiële, tot de verbeelding sprekende ideeën verzamelen. Als hij nu de laatste stap zet en tussen die ideeën een keuze maakt, is hij een uitstekend schrijver geworden. En krijgt de lezer die braaf is blijven wachten al het lekkers mee


Laat hier je reactie achter:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.

Boeken van deze Auteur:

Het leven en de dood van Jacob Querido

Ninja Nero

Auteur:
Bart Koubaa
Categorie(ën):
Literatuur

Verzet!

De vogels van Europa

Maria van Barcelona

De leraar