De Lokroep van het Onuitsprekelijke - gesprekken

Dinsdag, 30 augustus, 2016

Geschreven door: Kees Waaijman
Artikel door: Peter van Kester

De mystieke weg afgestoft

[Recensie] In de jaren zeventig van de vorige eeuw verlieten jongeren massaal de kerk van hun ouders. Zij vonden er nauwelijks antwoorden op hun vragen naar ‘de laatste dingen’ en verdiepten zich in de spirituele bronnen van het Oosten. In hindoeïsme, boeddhisme, zen en meditatie hoopten zij een alternatief te vinden voor het christendom van hun jeugd. Eén van deze zoekers was Jeanette Werkhoven. Deze journaliste en radiomaakster (zij maakte voor de Boeddhistische Omroep Stichting zo’n 300 programma’s), hield zich haar leven lang intensief bezig met spiritualiteit. Vanaf 2007 interviewde zij de Nijmeegse karmeliet Kees Waaijman die haar de ogen opende voor haar christelijke wortels. Werkhoven was dermate gegrepen dat zij de talloze interviews bundelde tot een boek, waarin “een man en een vrouw met elkaar spreken over wat zij eigenlijk geen naam kunnen geven”. Zij noemen het afwisselend onder meer het Geheim, het Onuitsprekelijke, God, de Levende. Het boek verscheen in 2015, twee jaar na de dood van Jeanette Werkhoven. Haar partner Rokus de Groot en Kees Waaijman redigeerden de nog onvoltooide stukken. Het boek is mooi en zorgvuldig opgebouwd. De hoofdstukken volgen elkaar bijna organisch op, maar zijn ook op zichzelf te lezen. Behulpzaam is de royale bronvermelding aan het eind van ieder hoofdstuk. Ik heb het met bovenmatige interesse gelezen.

Kunst als echo van het mysterie

Emiritus-hoogleraar Kees Waaijman (1942) beschouwt veel media-discussies over religie als onbesuisd, zelfs lomp. Hij schetst een indringend beeld van mensen die geraakt worden door ‘iets onbekends’ – hij vergelijkt het met verliefd worden. Zij gaan zoeken naar antwoorden en “…openen zich uiteindelijk voor wat de bron ervan is”. Zo ook Jeanette Werkhoven die achtereenvolgens diverse advaita vedanta scholen, New Age en sjamanisme onderzocht. Dertien hoofdstukken lang stelt zij vragen vanuit haar persoonlijke gedrevenheid en ervaringen. Bestaat God? Wat is het Ik? Is er reïncarnatie en een hiernamaals? En wat is de betekenis van bijna-doodervaringen? Bieden hindoeïsme en boeddhisme een alternatief voor het christendom? Vragen waarin je makkelijk kopje onder gaat. Kees Waaijman niet. Hij beantwoordt ze met wetenschappelijke precisie, subtiel analyserend en ieder woord wegend. En met de nodige humor. Zo zegt hij dat de traditionele christelijke mystiek gebukt gaat onder te veel ‘nonnigheid’ en ‘paterigheid’ en daardoor beduimeld en ontoegankelijk werd. Maar hij praat bovenal vanuit zijn eigen ervaring, nooit vanuit dogmatische geloofsaannames. Dat maakt hem niet tot een empirist die alleen erkent wat hij zintuigelijk ervaren heeft. Waaijman gaat een stap verder. Hij  verhaalt vooral over de mystieke weg en is niet bang zich uit te spreken. Zo gelooft deze monnik niet in een leven na de dood, maar staat hij wel pal voor het Mysterie dat blijft lokken (vandaar de titel). Hij ontmoet het in de psalmen, in de muziek van Bach en Messiaen en in religieuze kunst en architectuur. Al deze uitingen die hij omschrijft als ‘begrensdheden’ benadert hij met ontzag. Maar hij past ervoor er letterlijk in te gaan geloven want dan doe je het mysterie tekort en maak je het dood. Waaijman gelooft in de Oneindigheid die in deze menselijke creaties pulseert. De mystieke weg, waarover hij spreekt, onderzoekt hoe we contact kunnen krijgen met deze Oneindigheid.

Waaijman is de auteur van het standaardwerk Spiritualiteit. Hij is vertrouwd met de geschriften van westerse mystici als Johannes van het Kruis, Hadewych, Meester Eckhart en Roemi, beroemde bewandelaars van de mystieke weg. Het boek is een zorgvuldig pleidooi voor het bewandelen van deze weg, waarvan de stadia in de diverse hoofdstukken precies worden beschreven. In principe is iedereen gevoelig voor spirituele ervaringen, maar het is ook een kwestie van afstemmen. Waaijman vergelijkt het met gitaarspelen. Je kunt op een gitaar gaan rammen, maar je kunt hem ook eerst stemmen en dan akkoorden leren om tenslotte muziek te maken. Want het gaat om die muziek. Daarom is geduldig, volhardend oefenen eveneens een voorwaarde.

TijdvoorTijdschriften

Paradox

In het voetspoor van de grote mystici is Waaijman ervan overtuigd dat je ieder beeld van jezelf (het ego) èn van God moet afbreken om tot het Mysterie te komen. Iedere definitie, iedere vorm werkt beperkend: het sluit je op in jezelf en legt je vast. Pas wanneer je alles achter je laat, kun je tot het uiteindelijke Niets komen. Dat is niet ‘niets’ is maar ‘iets’. In de woorden van Waaijman: “Het positieve niets. Ik bedoel met niets niet het platte er is niks maar niets in de zin van: zonder zelfbeeld, zonder wereldbeeld, zonder godsbeeld, en het ingaan in die ruimte die we ook maar in alle voorlopigheid niets of  al noemen.’…’ Dan kom je bij zijn, bij een grote stilte en iets dat trekt. God is misschien een bries, of een stroom die het stromen van het leven zelf is.” Riekt dat niet naar iets-isme, waar velen op neerkijken? Waaijman beschouwt iets-isme verrassend als een nieuw taalspel dat nog geen eigen traditie heeft opgebouwd, maar nog kan groeien. Waaijman wijst sowieso op de complexe rol van taal: “Is het goddelijke in zichzelf onbepaalbaar of is het onbepaalbaar door beperkingen in onze taal, ons denken, onze communicatie?” Hij kiest graag voor de paradox. Zo zegt hij over de weg die er feitelijk niet is wanneer je het mystieke pad wilt gaan: “De mystieke weg heeft geen doel, of ontdoet zichzelf permanent, maar is niet doelloos.” Hij beschouwt dit ‘niet-weten’ niet als een gebrek aan kennis, maar als een kracht.

De ziel

Mooi vind ik wat Waaijman opmerkt over de ziel:… “die kan steeds wijder worden zodat wij verdwijnen (ons ego en wereldbeeld)”. En hij benadrukt de pijnlijkheid daarvan omdat je dan de greep op jezelf, eigenlijk op alles, verliest en terecht kunt komen in een ‘woestijn’. Het mystiek geraakt worden (de ‘mystieke aanraking’) vergelijkt hij met een verliefdheid die ook een diepe indruk kan maken. Maar daarna is van belang wat je ermee doet. Want verliefdheid is niet durend, net als een mystieke ervaring. Blijf je erin steken of duik je erin? Pas als de liefde roeit blijkt dat eerste gevoel zich tot iets veel groters te kunnen ontwikkelen.

Regelmatig vraagt Werkhoven in hoeverre de christelijke mystici en de oosterse wijzen over hetzelfde spreken. Is bijvoorbeeld de verlichting van de Boeddha hetzelfde als het grote Niets van de mystici? Waaijman die zich altijd verbaast over hoe ex-christenen de ene knoet inruilen voor de andere omdat zij van hun goeroes ook weer van alles moeten, reageert steeds ontkennend, maar voorzichtig relativerend. Hij schetst de keerzijden van het oosten. Hij gelooft bijvoorbeeld niet in een ‘ik-loos Al-Ik dat onaangedaan is’  als resultaat van mediteren en onthechten. Ook is hij kritisch over goeroes (“er zijn gidsen, maar geen pasklare recepten.”). Maar in een adem stelt hij ook dat het bewandelen van de mystieke weg veel oefening en geduld vergt en dat begeleiding geen overbodige luxe is. Reïncarnatie betwijfelt hij omdat je over de dood niets definitiefs kunt zeggen: niemand is er ooit van teruggekeerd. Hij pleit ervoor deze dingen vooral open te houden, om ‘God’ open te houden en Hem zijn werk te laten doen. Ik ben nieuwsgierig naar Waaijman’s reactie op het geschrift de Ashtavakra Gita, een hindoeïstische wijze uit mythologische tijden. Veel van diens denkbeelden stemmen opmerkelijk overeen met de ideeën van de westerse mystici. Ook interessant is het onderscheid dat Waaijman aanbrengt tussen de spirituele en de mystieke weg. De eerste zoekt de breedte, waarbij het ‘ik’ weliswaar zeer geraakt kan worden, maar grotendeels intact blijft. De mystieke weg omschrijft hij als de weg van de diepte, waarbij het ‘ik’ radicaal opgaat in het Onuitsprekelijke.

Gelovigen die kritisch reflecteren op hun traditie, komen nogal eens uit bij een soort humanisme, alsof zij het Heilige onderweg kwijtraken. Zo niet Waaijman. Veel van wat hij bespreekt, zal voor kenners van deze materie misschien niet nieuw zijn. Het zijn vooral de subtiele aanpak en wijze samenvatting die het zo bijzonder maken. Hij stoft de rijke traditie van de christelijke mystiek af en haalt er zelfs de poëzie van Vasalis en Leo Vroman bij om de traditie te actualiseren. Hoewel hij hier en daar wat abstract spreekt en ik hem niet altijd kon volgen, (“Hou van de schepselen en laat ze dan gaandeweg los zodat ze kans krijgen zich innerlijk te ontgrenzen in het Oneindige”.) wordt hij nergens zweverig. Een tweede lezing geeft wellicht duidelijkheid. Fijn ironisch dat hij zich afzet tegen te veel boekenwijsheid en vervolgens een boek vol schrijft. Gelukkig maar! Voor zoekers en weifelaars die niets voetstoots aannemen maar afgaan op hun eigen ervaring. Of zoals Johannes van het Kruis het treffend uitdrukte: “Wij zijn in Gods hand en het bewustzijn daarvan is mystiek’”.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles


Laat hier je reactie achter:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.