De Republyk

Donderdag, 16 juli, 2009

Geschreven door: Hans van der Heijde
Artikel door: Twan van Lieshout

Pas op, de Friezen scheiden zich af!

Hoe zou het verloop van de geschiedenis eruit hebben gezien als Julius Caesar de Rubicon niet was overgestoken? Wat zou er gebeuren als de Verenigde Staten nu plotseling in een kernoorlog met Rusland verwikkeld raakten? Deze ‘wat als’-vertellingen komen in buitenlandse literatuur, met auteurs als José Saramago en Philip Roth, veelvuldig voor. In Nederland bestaat dit genre, op een enkele uitzondering na, nauwelijks. De poging van Hans van der Heijde, die onderzoekt wat er zou gebeuren als Friesland zich onafhankelijk van Nederland verklaart, is daarom direct verfrissend te noemen.

De in Leeuwarden woonachtige politicoloog Hans van der Heijde schetst in De Republyk een levendig politiek verhaal waarin de gebeurtenissen elkaar snel opvolgen. Wanneer de halve bekerfinale tussen Ajax 2 en Heerenveen in het Abe Lenstra Stadion uitloopt op een ravage, aangericht door de Amsterdamse hooligans, besluiten de Friezen wraak te nemen. Ze wachten de Amsterdamse supporters op, en sturen ze geheel ontkleed terug naar het westen. Als de politieke elite vervolgens niet de Amsterdammers maar wel de Friezen berispt, ontploft bij de Friezen de jarenlang opgebouwde weerzin tegen de Hollandse minachting. Ze verklaren zich onafhankelijk.

‘Waren wij gisteren nog een buitenprovincie van Nederland, door het Haagse gezag op zijn best genegeerd, maar vaker geminacht, thans zijn we een zelfstandige staat. Een kleine staat, maar toch: een staat. Een republiek. De Vrije Friese Republiek.’

Met welluidende stem laat de classicus en dichter Sybe Sybesma deze woorden galmen door de Friese Statenzaal. Onzekere provinciebestuurders, aangesteld door Den Haag, kijken elkaar verward aan, niet wetende dat Sybesma samen met zijn (overigens welhaast naamloze) assistent, de hoofdpersoon in De Republyk, hen snel overbodig zal maken. Het is de start van een zich snel voltrekkend proces, dat begint met de oprichting van een op klassiek Griekse leest geschoeide democratie, waar alle Friese burgers door loting een kans maken om hun bijdrage te leveren aan een nieuwe Friese staatsvorm.

Maar het Friese experiment mislukt, en dit laat Van der Heijde ons al te vroeg weten. De onafhankelijkheid loopt uit op een eng etnisch nationalisme, dat slechts raszuivere Friezen een volwaardig burgerschap laat genieten en onfriese elementen in kampen op het wad interneert. Dat betekent het einde van de onafhankelijkheid. Het is jammer dat de lezer niet alleen van deze mismoedige uitkomst, maar eveneens van andere belangrijke gebeurtenissen, al te snel op de hoogte wordt gesteld. Hierdoor verliest het boek een deel van zijn spanning.

De Republyk kent twee verschillende gezichten. Wanneer Sybesma en zijn assistent de taak op zich nemen om de volkswoede te vertalen in een goed functionerende republiek, zien ze zich ten eerste gesteld voor theoretische staatkundige problemen. Hierdoor wijdt Van der Heijde vaak uit met diepgravende inhoudelijke politiektheoretische verhandelingen. Enerzijds geven deze verhandelingen blijk van Van der Heijdes grondige verdieping in de materie en brengen ze grote politieke thema’s aan de orde. Zo wordt er een inleiding gegeven in de tegenstelling tussen het eigenbelang van de korte termijn en het algemeen belang van de lange termijn, en zien de Friezen zich met de immer lastige definiëring van democratie geconfronteerd. Anderzijds kunnen deze soms wat bombastische passages nogal pretentieus en onwerkelijk aandoen. Zo spreken de meeste personages een aardig woordje Latijn, zijn enkele Friezen perfect onderlegd in het dadaïsme en wordt de lezer verondersteld bekend te zijn met de erfenissen van de negentiende-eeuwse Italiaanse politicus Cavour. Het boek zou gebalanceerder zijn als Van der Heijde zich had beperkt tot de voor het verhaal werkelijk noodzakelijke feiten, en zijn belezenheid iets minder geprononceerd had geëtaleerd.

Naast de politieke verhandelingen moeten de Friese founding fathers zich ten tweede bekommeren om praktische aangelegenheden, zoals het vullen van de Friese schatkist. Het zijn deze beslommeringen waar Van der Heijde op zijn best is. De Friezen besluiten bijvoorbeeld een squadron in Friesland gelegerde straaljagers aan de Nederlandse regering terug te verkopen. Dit levert een aantal aardige onderhandelingen op, die met Van der Heijdes persiflages – die toevallig veel gelijkenis vertonen met huidige politici – sappig geportretteerd worden:

‘Het mannetje dat op ons toe liep leek de grijsheid zelf te willen personifiëren. Grijs pak, grijs haar, vale gelaatskleur, bloedeloze lippen en zo onopvallend dat hij alleen zou opvallen tegen een achtergrond die louter uit Karel Appels bestond. ‘Middelmaat’, zei hij en stak een hand uit. ‘Middelmaat, minister van Defensie’.

Van der Heijde heeft met De Republyk een helder en zeer leesbaar boek geschreven. De stijl mag soms weinig sprankelend zijn, degelijk is hij wel. Daarbij slaagt Van der Heijde erin om een aantal grote actuele thema’s als de toenemende weerzin tegen de bestuurderselite en een opkomend etnisch nationalisme in zijn boek te behandelen. Zijn grootste verdienste is dat, ondanks de enkele overmatig intellectuele passages, Van der Heijde de hypothetische Friese onafhankelijkheid geloofwaardig presenteert. Van der Heijde heeft de Nederlandse literatuur met een boeiende if-history verrijkt.

 


Eerder verschenen op Recensieweb


Laat hier je reactie achter:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.