De Romeinse Heerbaan

Woensdag, 20 juli, 2022

Geschreven door: Robert Nouwen
Artikel door: Lou Lichtenberg

De Romeinse heerbaan door de Lage Landen

[Recensie] Dwars door Vlaanderen en Nederlands Limburg liep vroeger van west naar oost een Romeinse heerbaan. Deze weg verbond de kuststad Boulogne-sur-Mer via Kassel, Tienen Tongeren, Maastricht, Heerlen met de Rijnstad Keulen. Hij maakte deel uit van een groot en complex netwerk van (water)wegen dat Rome verbond met de verste uithoeken van het Romeinse Rijk. De aanleg van dat uitgestrekte wegennet was nauw verbonden met de militaire en bestuurlijke politiek van de keizers. De wegen waren voor de Romeinse machthebbers een middel bij uitstek om de macht over een regio te verzekeren. Uiteindelijk slaagden de
Romeinen erin om een voor die periode schitterend wegennet uit te bouwen van zo’n honderdtwintigduizend kilometer.
De historicus en publicist Robert Nouwen, bekend van zijn vele wetenschappelijke publicaties onder meer over de Gallo-Romeinse archeologie en geschiedenis, schreef een interessant boekwerk over de historie van de Romeinse heerbaan die dwars door Vlaanderen liep. Daarbij passeren talrijke onderwerpen de revue, onder meer over waarom en hoe de weg werd aangelegd, hoe die er vroeger moet hebben uitgezien, wie ervan gebruik maakten, welke troepen en waarvoor, hoe de Romeinse communicatiekanalen zoals koeriersdiensten functioneerden, hoe de bevoorrading verliep, hoe de daaraan of nabijgelegen steden, nederzettingen en villa’s zich ontwikkelden, waar en hoe bruggen over beken en rivieren werden gebouwd.

Kwetsbaar erfgoed
Ook staat Nouwen stil bij de bedreigingen die van het groeiende aantal grote infrastructurele werken uitgaan richting het weinige
dat nog van dit kwetsbare erfgoed is overgebleven. Vele Romeinse wegen werden in de loop der eeuwen uitgewist.
In de Middeleeuwen bleef men van dergelijke wegen min of meer verder gebruik maken, maar ze raakten vaak ook in onbruik, waardoor er tenslotte hooguit nog wat onverharde wandelpaden of karrensporen van overbleven. Of indien ze als verkeerstraject overleefden, dan werden ze doorgaans bedolven onder asfalt of beton, onderbroken door kruispunten en rotondes. Zo stelt hij vast dat van de Romeinse weg Maastricht-Tongeren-Tienen-Kassel maar weinig stukken in hun ‘oorspronkelijke’ landschappelijke toestand bewaard zijn gebleven. De mooist bewaarde segmenten liggen tussen Tienen en Maastricht en deze vormen samen een min of meer aansluitend archeologisch relict. Daarom wijdt hij zijn boek specifiek aan de geschiedenis van dat stuk heerbaan en koppelt hij daaraan tevens en terecht een pleidooi voor meer bescherming en onderzoek.

Via Appia
Daarbij verwijst hij bovendien naar voorbeelden in het buitenland waar landschappen met Romeinse wegen veel meer als monument worden behandeld en ook meer aandacht krijgen via wetenschappelijk onderzoek, restauratie en publiekscommunicatie. De Via Appia van Rome tot Brindisi is zo’n fraai voorbeeld, waarbij overigens de Radboud Universiteit Nijmegen eveneens betrokken is via het project Mapping the Via Appia. Zo kwalificeert hij ook de Via Domitia die Italië via Frankrijk met Spanje verbond en die wordt beschouwd als archeologisch relict van de eerste orde en waarop bovendien op toeristisch vlak stevig wordt ingezet. Minder enthousiast is hij evenwel voor het Via Belgica project in de Nederlandse provincie Limburg, dat “tot op heden meer (oogt) als een commercieel vehikel dat de cultuurgeschiedenis aangrijpt om vooral andere vormen van toerisme, zoals de plaatselijke gastronomie, onder de aandacht te brengen.” Waarvan akte.

Wordt Vervolgd

Eerder verschenen in Archeologie Magazine