De toekomst van het sterven

Zondag, 19 juni, 2022

Geschreven door: Marli Huijer
Artikel door: Evert van der Veen

Nadenken over je dood

“In het sterven van de ander ervaar je de sterfelijkheid van alle mensen, inclusief die van jezelf” (p. 18). Al vele jaren is er een stroom van boeken over rouw en verlies, over afscheid nemen en sterven. Deskundigen beschrijven dit alles, gelardeerd met cases uit de praktijk; veel mensen schrijven vanuit hun eigen levenservaring een ego-document. Zo komen er vele boeken op de markt van bijvoorbeeld Barbara Beukering 50 manieren om afscheid te nemen, Maartje Lutte en Petra van Barneveld Het Gouden Rouwboek, Clairy Polak Voorbij, voorbij, Nathalie Lans Met verlies niet verloren, Lory Wagenaar Maar de liefde blijft, Manu Keirse Anders leven en Huub Buijssen De vijf talen van troost.

Marli Huijer vindt in haar boek De toekomst van het sterven dat we de eindigheid van ons bestaan niet accepteren en daarvoor weglopen: “De drang om leed, pijn en vijandschap uit te wissen komt voort uit het manische verlangen naar overleving” (p. 38 – 39).

Is dat zo? vraag ik mij af. Bovengenoemde boeken zijn slechts een kleine en daarmee zeer onvolledige greep uit hetgeen er de laatste jaren is verschenen. In praatprogramma’s en documentaires is veel aandacht voor mensen die op de een of andere manier lijden aan het leven, met de dood worden geconfronteerd. Zij mogen hun verhaal doen en vertellen openhartig over hun kwetsbare leven. Dergelijke verhalen zijn herkenbaar en typeren onze tijd waarin de dood bespreekbaar is geworden. De publiekscampagne van SIRE De dood. Praat erover, niet eroverheen roept ons op om ruimte te maken voor wat in menselijke ontmoetingen vaak ongemakkelijk is. De voorbeelden uit de praktijk in de spotjes zijn uitermate herkenbaar. Er valt inderdaad vaak nog een wereld van openheid te winnen.

Is er een goed moment om te sterven? Vraagt Marli Huijer zich af. Vroeger kwam de dood vaak plotseling, nu gaat er vaak een proces van ziekte of veroudering aan vooraf. Kan die moeilijke tijd toch betekenis krijgen? Mensen ervaren deze periode vaak als zwaar en verdrietig maar ook als verdiepend en verbindend. Er ontstaan mooie en andere gesprekken over de zin van het leven, over de essentie van je relatie. Het gewone leven verdiept zich zoals Jacqueline van der Waals de periode van haar ziekte schitterend beschrijft in haar gedicht Sinds ik het weet. Het woord kanker werd aan het begin van de 20e eeuw niet bij name genoemd en daarom duidt zij dit hier aan als ‘het boze woord’. In fijnzinnige bewoordingen vertolkt zij haar ervaring van een – goddelijke – glans over haar tijdelijke bestaan.

Scènes

Opvallend zijn de voorbeelden van mensen zoals Renate Dorrestein die er bewust voor kiezen om zich niet te laten behandelen. Hier stipt Huijer een wezenlijk punt aan. Te vaak worden behandelingen te lang doorgezet terwijl het resultaat beperkt is en mensen er enorm onder lijden. Artsen zijn er nog altijd te weinig op uit om mensen te wijzen op de betrekkelijkheid van medische mogelijkheden. Voegen we dagen aan het leven toe of leven aan de dagen? heeft een medisch specialist zich terecht eens afgevraagd. Er valt nog een lange weg te gaan in de “omarming van het juiste moment” waarin we ons levenseinde accepteren en besluiten af te zien van zware kuren die ons leven beperkt verlengen terwijl ze een enorme impact op onze kwaliteit van leven hebben. Dit onderwerp zou meer uitgediept mogen worden want hier wordt nog steeds te weinig over gesproken. Het boek zou dan aan essentie hebben gewonnen.

Marli Huijer is emeritus hoogleraar publieksfilosofie aan de Erasmus universiteit in Rotterdam.

Voor het eerst gepubliceerd op Bazarow