De universele rechten van de plant

Maandag, 5 oktober, 2020

Geschreven door: Mancuso Mancuso
Artikel door: Clara Groot Crego

Natie van planten

[Recensie] In De universele rechten van de plant beschrijft Stefano Mancuso, hoogleraar plantkunde en auteur van meerdere boeken over het plantaardige leven (Briljant groen, Reizend groen en Plantenrevolutie), een wereld waarin de mensheid voor een keer niet de hoofdrol speelt. In honderdtwintig bladzijden schetst hij een beeld van een maatschappij waarvan elk levend wezen, of het nu een mens, dier, plant of microbe is, een volwaardig deel van uitmaakt. Van alle takken van de levensboom, zo betoogt Mancuso, vervult het plantenrijk verreweg de belangrijkste functie. Planten produceren zuurstof en zijn voedsel voor elk ander organisme – ze vormen de basis van deze gemeenschap, die Mancuso dan ook tot de Natie van de Planten doopt.

Volgens Mancuso zou deze Natie een grondwet hebben die uit acht artikelen bestaat. Deze garanderen voor alle levende wezens het recht op schone lucht, schoon water en vrijheid van beweging in een wereld zonder grenzen. Bovendien bevat hij verboden op de uitputting van niet-hernieuwbare natuurlijke hulpbronnen en op handelingen die toekomstige generaties de kans op een gezonde planeet ontnemen.

Kortweg maakt Mancuso gebruik van de fundamentele verschillen tussen planten en dieren om kritiek te uiten op ons huidige maatschappelijke gedrag omtrent klimaatverandering, de migratiecrisis, het uitputten van belangrijke hulpbronnen, enzovoort. Hij verwijt ons de hiërarchische, bureaucratische aard van onze maatschappij, die volgens hem een weerspiegeling is van de dierlijke organisatie van ons lichaam: wij bezitten een brein dat als centraal administratiecentrum bevelen naar de rest van ons lichaam stuurt en ons zo beheert. Daarentegen zijn planten modulair van aard: elke tak, elk blad is een op zichzelf staand onderdeel van een groter geheel, dat tot een nieuwe plant kan uitgroeien als het daarvan afgesneden wordt en opnieuw in de aarde gestoken wordt. Op dezelfde manier zou de Natie van de Planten volgens Mancuso geen centrale hiërarchie kennen, maar een netwerk van kleinere ‘gemeenteraden’ die lokaal en efficiënt werken.

Op gelijkaardige wijze ligt het plantaardige leven aan de basis van elk artikel van Mancuso’s nieuwe grondwet. De Natie van de Planten garandeert schoon water, schone lucht en een schone bodem omdat we de zuurstof in onze atmosfeer waar bijna al het leven op aarde van afhangt, aan planten te danken zouden hebben. De bepaling dat we onze natuurlijke hulpbronnen onder geen enkele omstandigheid mogen opbruiken gaat dan weer terug op het statische leven van planten, die in de grond geworteld zijn en dus moeten overleven met het weinige wat de directe omgeving aanbiedt.

Wordt Vervolgd

Mancuso’s Natie van de Planten, waarin een andere entiteit dan de mens toegelaten wordt, zelfs meester gemaakt wordt van iets zo menselijk als een maatschappij, is een interessant en zeldzaam concept. Tot op zekere hoogte heeft hij ook groot gelijk. Wij zijn niet alleen op deze planeet. We vormen slechts een klein draadje in een enorm web waarin we verbonden zijn met andere organismen: sommige gigantisch groot en oud, zoals de Noord-Amerikaanse Sequoiabomen, andere nietig en klein als bacteriën. Zo’n inclusieve, brede kijk op de wereld en de maatschappij biedt een frisse wind in een debat dat langzamerhand wat verstikt is geraakt.

Maar helaas zijn honderdtwintig pagina’s lang niet genoeg om diep in te gaan op Mancuso’s nieuw idee. Zoveel verschillende thema’s worden erin aangeraakt (biologie, economie, statistiek, filosofie, wiskunde en andere disciplines) dat je als lezer in een sneltreinvaart door een hele bibliotheek wordt heen gejaagd, van de ene academische studie naar de andere. Complexe en diepgaande ideeën worden maar kort besproken. Vaak beperkt Mancuso zich daarbij tot een kritiek op onze huidige, ‘dierlijke’ maatschappij, zonder zijn alternatief uit te werken. Zo heeft hij er zeker veertien pagina’s voor nodig om aan te tonen hoe slecht hiërarchieën wel niet zijn, en moeten we het voor zijn beeld van een ‘plant-achtige’ gedecentraliseerde maatschappij stellen een schamele twee bladzijden. Hoe die werkelijk zou moeten functioneren blijft grotendeels een raadsel

Bovendien doet Mancuso eigenlijk hetzelfde als wat hij de mensheid verwijt: het voortrekken en superieur verklaren van een bepaalde groep levende wezens (in dit geval de planten). Volgens hem heeft het leven op aarde (bijna) alles aan de planten te danken en zouden wij hen daarom als onze redding moeten beschouwen. Niet alleen is dat eerste niet waar – het waren cyanobacterieën die de eerste zuurstof in de atmosfeer bliezen, lang voordat planten ontstonden – dit is ook een misleidende manier om naar de natuur te kijken. Daarin bestaat zoiets als bewuste, altruïstische hulp en wederzijdse dankbaarheid tussen soorten simpelweg niet. Of de verhouding tussen twee soorten in de natuur wederzijds positief uitvalt hangt enkel af van de vraag welke strategie op dat moment voor het overleven en zich voortplanten van elk van beide soorten het voordeligst is, en welke van de twee de overhand heeft.

Daarnaast gaat Mancuso’s kritiek op de mensheid soms veel verder dan die op onze maatschappelijke gebreken alleen. Deze zouden volgens hem een afspiegeling zijn van onze ‘dierlijkheid’, en dat betekent in feite het wezen van ons bestaan. Daarmee lijkt het wel alsof er wordt geïmpliceerd dat we, omdat we nu eenmaal dierlijk zijn en een brein hebben, helemaal niet kunnen veranderen, en daarom tot een vreselijk einde gedoemd zijn. Dat is niet erg bemoedigend. Sterker nog, ten opzichte van welgemeende pogingen om actie te ondernemen werken zulke boodschappen veeleer contraproductief.

Omdat Mancuso op de natuur iets wil toepassen wat in feite zeer menselijks is, raakt hij uiteindelijk de weg kwijt en verwart hij de werking van een maatschappij met die van de natuur. Op een oppervlakkig niveau biedt De universele rechten van de plant een origineel, kritisch schouwtoneel van onze huidige maatschappij. Maar zodra je achter de schermen van Mancuso’s Natie van de Planten gaat kijken, zakt het theater in elkaar.  

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles