De vrouw van de kapitein

Dinsdag, 10 januari, 2023

Geschreven door: Ria Hiemstra
Artikel door: Jan Stoel

Vasthouden aan het verleden kan je verstikken

[Recensie] De in Groningen geboren en getogen Ria Hiemstra (1946) debuteert mooi met De vrouw van de kapitein. Het is een psychologische debuutroman waarin aspecten als ‘de veranderende tijd’, onmacht, opoffering, je eenzaam voelen en het zoeken naar geluk subtiel uitgewerkt worden.

Akke is de echtgenote van Frans, die na de Tweede Wereldoorlog teruggekomen is uit de Arbeitseinsatz. Ze hadden na de oorlog niets meer en Akke heeft haar man gestimuleerd om een opleiding voor de zeevaart te volgen. Op zijn vijfendertigste is hij kapitein op een coaster. Ze is trots op hem, houdt van het uniform, maar hoopt dat hij toch over enige tijd werk aan de wal zoekt. Zij wil rust en regelmaat en dat biedt het schippersleven niet. Frans is vaak langere tijd weg, om dan weer een paar weken thuis te zijn.

Ze hebben een dochtertje van zes jaar, Lieke. In 1945 hebben ze een zoontje gehad dat na zes maanden overleden is. En nu heeft Akke weer een miskraam gehad. Om dat te verwerken vaart ze met Frans mee. We schrijven het begin van de jaren vijftig. Na een uitstapje aan de wal stapt valt ze in het ruim van de boot. Ze heeft een dubbele bekkenbreuk en een been gebroken.

“Ze weet het: dit is fout,” zegt Akke. Deze zin staat aan het eind van het eerste hoofdstuk. Het is het begin van een meeslepend verhaal waarin we chronologisch het leven van Akke volgen. Ze ligt in het ziekenhuis: “Als de grote ramen openstaan kan ze de zee ruiken. Het ruikt naar de vrijheid. De baai wordt bevolkt door vogels die luidkeels hun aanwezigheid duidelijk maken. Ze voelt het als een lokroep naar buiten.” Ze moet, weer thuis aangekomen, echter zes maanden plat liggen. Er is wel hulp, maar Frans moet aan het werk en Lieke naar school.

Het Weer Magazine

Verhaallijnen
De belangrijkste verhaallijn is die van Akke. Door op het juiste moment flashbacks in te zetten toont Hiemstra wat er in het verleden gebeurd is. Daardoor krijgt het verhaal diepte. Akke is een vrouw die probeert met het leven om te gaan en accepteert – en dat valt niet altijd mee – dat ze na haar ongeluk beperkt is. Ze raakt in zichzelf gekeerd, vervreemdt van de mensen om haar heen en de maatschappij. “Ik ben het gevoel met het leven kwijt,” zegt ze. Ze wil grip op haar leven. Wanneer Frans thuiskomt denkt hij dat het goed gaat om vervolgens weer uit te varen. Er is wel wat hulp voor Akke, maar ze vindt dat ze er alleen voor staat. Dat verwijt ze Frans, maar die boodschap landt niet bij hem. Akke gaat aan alles twijfelen, voelt zich ‘een kooivogel’: “Alles is haar afgepakt, haar slanke figuur, haar mobiliteit, haar hoop op toch nog een kind, op een gewoon gezin met iedere avond een man aan tafel, alles. Waar doet ze het eigenlijk allemaal nog voor.” De een paar maal terugkerende metafoor van “in een donker scheepsruim gevallen te zijn” geeft precies haar gevoel weer. Ze vindt dat ze heeft gefaald.

De tweede verhaallijn volgt Frans. Hij houdt wel zielsveel van Akke, maar werk zoeken aan de wal is niets voor een man met een zeemanshart. Als hij thuiskomt is hij hartelijk koopt van alles voor Lieke en Akke, maar de meeste beslissingen in de opvoeding moet Akke nemen. De laatste verhaallijn is die van Lieke, die zich ontworstelt aan het knellende leven thuis en zichzelf ontwikkelt tot een zelfstandige vrouw. Ondanks alle ‘tegenwind’ die ze van thuis ervaart respecteert ze haar ouders.

Gelaagdheid
Het is de diepere laag in de roman die zo aanspreekt. Hiemstra bouwt haar levensechte personages zorgvuldig op. Aanvankelijk erger je je aan Akke. Alles moet volgens haar regels en normen die gebaseerd zijn op wat zij overgedragen heeft gekregen aan het eind van de veertiger jaren. Ze groeit niet met de veranderende maatschappij. Ze verstart als het ware en komt door haar achterhaalde denkbeelden in conflict met bijna iedereen, voelt zich alleen. Frans regelt alles voor haar, ze hoeft niet na te denken over aankopen, financiën. Anderzijds offert ze zich op voor Frans en Lieke. Frans is sympathieker omdat hij op de golven van de veranderingen meegaat. Maar hij heeft ook rekening te houden met Akke en doet hij dat wel voldoende? Lieke bevecht haar eigen positie. Uiteindelijk komt het inzicht, de katharsis. De drie verhaallijnen komen bijeen en uiteindelijk begrijp je waarom Akke zo is.

De auteur neemt je niet alleen mee in het verhaal van Akke, maar leidt je ook door de ‘geschiedenis’ en de veranderingen tussen 1952 en 2002. Ze maakt dat tot onderdeel van het verhaal. Akke houdt zich bijvoorbeeld krampachtig aan de tijd ‘van vroeger’ vast, bijvoorbeeld aan de norm dat getrouwde vrouwen niet mogen werken. De groei naar onafhankelijkheid van Lieke wordt onder meer gesymboliseerd bij Lieke als ze deelneemt aan de studentenrellen aan het eind van de jaren zestig. Dan is er nog de emotionele, psychologische laag: het (niet onderkende) verdriet, de angst, de onmacht om grip te krijgen op je leven, het zoeken naar het geluk, het je alleen voelen, de verwijdering tussen mensen, omgaan met mensen die ‘anders’ zijn.

Klassiek drama
Qua vorm past het verhaal bij de inhoud. De opbouw in vijf hoofdstukken verwijst naar die van een klassiek drama: neerzetten van het verhaal; de intrige waardoor de spanning wordt opgewekt; de opvoering van de spanning; catastrofe waarin de spanning zijn hoogtepunt bereikt en we het begin van de ontknoping zien met het inzicht dat ontstaat (de katharsis); en de ontknoping. En die laatste is ontroerend.

Hiemstra heeft haar verhaal zo gecomponeerd dat je begrip krijgt voor ieder van de personages en empathie voelt. Dat heeft ze knap gedaan. Het proces dat Frans, Lieke en Akke doormaken wordt precies beschreven. Soms lijkt het wel wat te breedvoerig, maar anderzijds weet ze de spanning goed vast te houden. Laat je meevoeren in dit mooie verhaal.

Voor het eerst gepubliceerd op Bazarow