De weg omhoog

Woensdag, 29 juni, 2016

Geschreven door: Krijn van der Jagt
Artikel door: Marnix Verplancke

Gods woorden lezen

Toen Mozes de berg Horeb afdaalde met zijn twee stenen tafelen waarin de tien geboden gebeiteld stonden was hij niet aan zijn proefstuk toe. Eerder had hij met de hulp van Jahweh al een stok in een slang veranderd, had hij ervoor gezorgd dat Egypte door negen plagen was getroffen en had hij zijn volk door een splijtende zee geleid. Ach hou toch op met die onzin denken wij dan al gauw, maar wanneer we dat denken zijn we misschien nog wel ‘dommer’ dan Mozes’ volgelingen die dit alles voor zoete koek slikten. Als we de Bijbel – en bij uitbreiding geldt dit voor ieder religieus artefact – willen begrijpen, dan moeten we die in zijn historische context bekijken en ons afvragen wie de mensen waren die hem schreven, en in welke tijd ze leefden.

Dat is precies wat de Nederlandse sociaal wetenschapper en theoloog Krijn van der Jagt doet in De weg omhoog. In dit boek leest hij het Oude en het Nieuwe Testament vanuit een cultureel evolutionair oogpunt. Ideeën komen immers niet uit de lucht vallen, ook die over god niet. Zij worden geleend, gestolen en naar de eigen hand gezet met als voornaamste doel de overleving van de groep.

De Bijbel werd geschreven tussen 800 voor en 200 na Chr. Schrijvers waren toen heel andere mensen dan vandaag. Het waren geen individuen die een eigen verhaal willen brengen, maar stielmannen die in de eerste plaats verondersteld werden het bestaande regime administratief en filosofisch te ondersteunen. Zij hielden de lijsten bij met daarop wie de koning nog wat verschuldigd was, en wanneer zijn macht in vraag gesteld werd, componeerden ze een boek – Rechters bijvoorbeeld – waarin historisch aangetoond werd dat alleen een koning het volk welvaart kon brengen.

Van der Jagt is een bijzonder systematisch denker, waardoor zijn boek een toonbeeld van logica is. Het joden- en christendom speelden leentje-buur bij andere culturen uit het Nabije Oosten en van der Jagt lijst die netjes op. Iedere keer geeft hij een overzicht van die culturen, van hun wereld- en mensbeeld en duidt hij aan waar ze invloed hebben gehad op de Bijbel. Zo is er opvallend veel gelijkenis tussen Gilgamesj en Genesis en kenden de Mesopotamische volkeren rond 1700 v. Chr. al een zondvloedverhaal, inclusief ark en duif, maar gaven de joden er een ethische draai aan door de stellen dat die zondvloed een goddelijke straf was voor al het kwaad dat de mens deed. Ook de Iraanse cultuur had een grote invloed op joden- en christendom. Zarathustra was immers de eerste die beweerde dat mensen na hun dood bestraft of beloond zouden worden. En het idee van de onsterfelijke ziel haalde men dan weer bij de Griekse filosofen.

Hereditas Nexus

Maar hoe zat het nu met Mozes? Of hij werkelijk heeft bestaan, weten we niet. Wel zeker is dat een groep mensen vanuit Egypte naar Israël is getrokken doorheen de Sinaïwoestijn. Hun verhaal werd in opdracht van koning Josia rond 620 v. Chr. opgeschreven en aangedikt, inclusief Mozes en zijn tien geboden. Zou het immers niet handig zijn om Josia’s macht te consolideren door zijn wetten voor te stellen als rechtstreeks afkomstig van god? Die god, leren we uit De weg omhoog, was toch vooral een mensenzaak.

Verschenen in De Morgen