Mei & De zee

Maandag, 2 mei, 2022

Geschreven door: Rachel Carson
Artikel door: Marc Schoorl

Dismay

Marc Schoorls brutale vrijplaats

[Column] April is the cruellest month, wist de dichter T.S. Eliot. Maar mei is mooi. Mei is ook niet voor niets de maand van onze lyricus Herman Gorter: we spreken zelfs van ‘de’ Mei. Het begint met het welbekende “Een nieuwe lente en een nieuw geluid” dat vanwege de beknopte formulering heel krachtig is en een vaste en zelfs iets sleetse uitdrukking is geworden. Verder is het gedicht naar de smaak van velen wel wat aan de lange kant. W.F. Hermans vond dat dat begin de rest van het gedicht in de schaduw stelde en zelfs overbodig maakte. En zo vreesde de dichter Hendrik de Vries dat hij het gedicht van Gorter bij zijn leven niet uit zou kunnen lezen, hij wilde het “Korter. Korter. Korter!” De natuurliefhebber Jan Wolkers dacht daar anders over, want die kon het hele gedicht geloof ik uit zijn hoofd opdreunen en vond het een meesterwerk. 

Het gedicht is deels natuurlyriek en daar komt de maand mei algauw in aanmerking voor. Want mei is een mooie maand. Een maand van beloften, van vernieuwing. Het is, beaam ik als vogelaar, de maand van fris groen en vogelenzang. Tegelijkertijd – en daar zit ’m de kneep – gaat Gorter’s Mei gaat over de vergankelijkheid van schoonheid. Over de waarheid van de Werdegang.

En ja, die schaduw hangt over het hele natuurbeleven, weet ik uit eigen ervaring. Vanouds kan ik er enorm van genieten en doe dat ook al ruim veertig jaar. Maar tegenwoordig met de moed der wanhoop (“Een andere ken ik überhaupt niet,” zegt een personage in een van mijn romans.) Want er is wel lelijk de klad in gekomen. Jaar in jaar uit merk je dat dat minder wordt. Toen ik als jongen door de duinen naar de Wassenaarse Slag reed wist ik in mei altijd precies waar de leeuweriken zich boven de blonde top der duinen verhieven om hun jubellied te laten klinken. En altijd hoorde ik dan ook wel een wulp roepen of zag ik een tapuit. Maar dat was vroeger. Ze zijn er niet meer. Het duin zelf verandert ook: niks blonde top, het vergrast. Zoals op de weilanden nu nog maar één soort gras mag groeien: het eiwitrijke Engelse raaigras en geen kruiden of andere gewas. Meer melk, minder bloemen. Het toppunt: op veel sportvelden ligt een gazon van onderhoudsarm plastic gras. Geen merel of scholekster die daar eten vinden kan.

C2W

Ik kan daar maar slecht tegen. Het vervult je met weemoed en melancholie. Where have all the flowers been gone – en de vogels, de vlinders en de verdere rest?

Het bederft het plezier en zelfs je humeur. Wat te doen? Geen mens die het weet. Terwijl ‘de’ mens zelf de oorzaak is. En er komen steeds meer mensen bij op deze overbelaste planeet. Een grafiek van de verzamelde biomassa van de mens vertoont een sterk oplopende lijn terwijl die van de (wilde) dieren- en plantenwereld een duidelijke neergaande lijn laat zien. 

Rachel Carson schreef er al heel lang geleden een zeer relevant en welhaast dichterlijk boek over: Silent Spring. Het is gepubliceerd in mijn geboortejaar: 1962. Het behelsde in eerste instantie de problematiek van overmatig pesticidegebruik, maar het was duidelijk dat er meer aan de hand was. Jaap Tielbeke schreef een gedegen stuk over haar (De Groene Amsterdammer, 31-3-2022). Hij vermeldt ook dat de werktitel van Carson’s boek Man Against the Earth was. Duidelijker kun je niet zijn –  al is het wel een veel minder dichterlijke titel. We leven in het Antropoceen, het tijdperk waarin de mens zijn naar het zich laat aanzien alles beslissende invloed doet gelden.

Carson schreef dat de chemische oorlog tegen hinderlijk gedierte in de door de mens geschapen monocultuur nooit gewonnen kon worden. Wij zijn slechts medebewoners van de aarde, hooghartige dan wel laaghartige. Tielbeke haalt een prachtige, van een bijna (bíjna) vrolijk makende Flaubertiaanse domheid getuigende uitspraak aan van een tijdgenoot van Carson: “We kunnen best leven zonder vogels en dieren, maar (…) we kunnen niet leven zonder het bedrijfsleven.” It was and is the economy, you stupid! Kortzichtigheid gaat vaak hand in hand met luidruchtigheid. Het geluk van een dergelijke dronkenschap is kortstondig.     

En dan hebben we het niet eens over de acute nood van de huidige oorlog die de klimaatproblematiek op de achtergrond dringt. De wapenwedloop doet zelfs opnieuw opgang. Er wordt weer veel meer geld uitgegeven aan wapens dan aan klimaatmaatregelen – er wordt ook veel meer aan verdiend. Ik durf niet te wedden op een goeie afloop.

Het tij keert zich tegen ons. (Carson schreef ook een trilogie over de zee waar zojuist een nieuwe deelvertaling van is verschenen: De zee.) Alles zanikt bagger, dichtte Lucebert. En alles kachelt achteruit. Ik hou mijn hart vast terwijl ik tegelijkertijd mijn verstand dreig te verliezen.

Van Marc Schoorl (Wassenaar, 1962) verschenen in onder meer De Gids, Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer literaire artikelen en beschouwingen. De laatste tien jaar werkte hij vooral aan zijn ‘grote trilogie’ Autobiografie van een romanpersonage. Deel 1 is Glas in lood, 100 jaar W.F. Hermans.