De Zijderoute

Woensdag, 8 december, 2021

Geschreven door: Valerie Hansen
Artikel door: Jef Abbeel

Studie over de oude handelsroute tussen China en Iran

[Recensie] Valerie Hansen is professor geschiedenis in Yale. Ze woonde meer dan zes jaar in China. Ze schreef haar boek De zijderoute al in 2011 en dat gaat dus niet over de Nieuwe Zijderoute, wel over de oude, tussen China en Iran. En in de tijd over de periode van 200 v.C. tot 1200 n.C. en vooral van 200 n.C. tot 1.000 n.C. Ze toont met vele documenten aan dat er meer papier dan zijde werd verhandeld. Papier was duur en mocht van de 2de e. v.C. tot de 2de e. n.C. enkel gebruikt worden als verpakkingsmateriaal. Pas vanaf de 2de e. n.C. mocht men erop schrijven (p. 29).

De karavanen vervoerden kleine hoeveelheden en de belangrijkste handelspartner was niet Rome, maar Samarkand, nu Oezbekistan, toen het land van de Sogdiërs. In de dorpen en steden langs de route leefden vooral kleine boeren. Terwijl de meeste boeken over de Zijderoute zich bezighouden met kunst, is dit gebaseerd op documenten die vertellen hoe mensen, ideeën en religies op bepaalde plaatsen terecht gekomen zijn (p. 15-17).

De auteur laat ook zien dat de route niet vastlag: het waren veranderende paden door woestijnen en bergpassen. De weg was dus niet recht, niet verhard en nooit intensief bereisd. Het was geen Via Appia. De handelaars moesten gidsen huren om niet verloren te lopen. Het reizen ging tergend traag: zelfs in 1993 haalde een expeditie slechts 22 km per dag. In elke oase werd dagen, weken of langer gestopt om de volgende etappe te plannen (p. 23).

Het woord ‘zijde’ is nog meer misleidend dan ‘route’: men verhandelde ook specerijen, metalen, lederwaren, glas, chemicaliën en vooral papier. De naam ‘Seidenstrasse’ is recent: pas in 1877 werd hij bedacht door de Duitse geograaf Ferdinand von Richthofen (p. 18). Hij moest een tracé ontwerpen voor een spoorweg van de Duitse concessie Shandong in noordoost China naar Duitsland.

Ons Amsterdam

De gebruikte documenten komen uit 7 oasestadjes: 6 in noordwest China en 1 ten oosten van Samarkand. Helaas zijn er geen documenten of munten gevonden die tonen dat er handel was tussen China en Rome. Er zijn wel Byzantijnse munten uit 530-540 n.C. die wijzen op handel tussen Constantinopel en China (p. 22, 35). In India zijn wel Romeinse munten gevonden. Mogelijk kwam in 166 n.C. een gezant uit het Romeinse rijk er per schip aan (p. 32). Plinius de Oudere (23-79 n.C.) schrijft wel dat er in de 1ste eeuw n.C. zijden stoffen in Rome verschenen. Hij wist niet hoe zijde gemaakt werd en misschien kwam die zijde wel uit Kos of India. Hij ergerde zich aan de zijde omdat de Romeinse vrouwen dan in doorzichtige kledij pronkten (p. 34-35).

De beroemdste reiziger over de Zijderoute was Marco Polo(1271). De eerste wetenschappelijke expedities naar Xinjiang, de vindplaats van de meeste oude handschriften, werden georganiseerd door de Zweed Sven Hedin (1895) en de joods-Hongaarse Marc Aurel Stein, die er tussen 1900 en 1931 vier leidde. De eerste beschrijving van de handel over de zijderoute was door Zhang Qian, een Chinees diplomaat en ontdekkingsreiziger (195-113 v.C.).

In De zijderoute beschrijft Hansen de zijderoute aan de hand van zeven oaseplaatsen, die er een grote rol in speelden: Niya, Koetsja, Turpan, Samarkand, Chang’an(Xi’an), Dunhuang en Hotan.

Opmerkelijk daarbij is het belang van Xinjiang en Gansu, nu twee arme regio’s van China, waar tienduizenden manuscripten overleefden dank zij de extreme droogte (p. 38).

De auteur besluit: “de Zijderoute was één van de minst intensief bereisde routes in de geschiedenis en het handelsvolume was klein. Toch is ze de bekendste en was ze historisch zeer belangrijk als beroemdste verkeersader tussen Oost en West, als verspreider van culturen, religies, kunst, talen en nieuwe technieken. De loop werd niet bepaald door de mens, maar door de bergpassen, valleien, waterbronnen. Geplaveide wegen waren er niet. De term ontstond pas in 1877. In alle besproken steden vond handel plaats, maar veel was dat niet: in de documenten is maar één keer sprake van kooplieden. Het aantal reizende kooplui was klein. Op de markten werden veel meer lokale producten verkocht dan importgoederen. De handel was kleinschalig en lokaal en had ook weinig invloed op de mensen die langs de route woonden: de boeren bleven hun land bewerken en kochten geen luxegoederen. De aanwezigheid van het Chinese leger zorgde wel voor meer handel.

De culturele uitwisseling daarentegen was groot. De grootste groep reizigers waren de vluchtelingen of volksverhuizers, die hun technieken meebrachten naar hun nieuwe woonplaats. Papier maken en zijde weven werd zo naar het westen gebracht. Boeddhistische missionarissen en pelgrims speelden ook een rol als vertalers. Het Chinees nam zo ca. 35.000 woorden over uit het boeddhisme. Helaas doken ook gewapende bandieten op die de reizigers van al hun bezit beroofden. Gezanten brachten geschenken en brieven van de ene heerser naar de andere. De religieuze verdraagzaamheid was tot het jaar 1.000 groter dan nu. Van dan af nam de islam de overhand in alle oasesteden en eindigde het kosmopolitisme (p. 299).”

Valerie Hansen schreef met veel kennis van geschiedenis, cultuur en verdwenen talen  van Centraal-Azië een bijzonder knap boek. Ze gaat zeer wetenschappelijk te werk en benut bronnen uit vele landen: Japan, China, diverse Europese landen, VSA. Ze heeft ook veel archeologische plekken zelf bezocht. Ze toont vooral aan dat er meer papier dan zijde werd verhandeld, dat de route niet vastlag en niet geplaveid was en dat de naam Zijderoute dus niet klopt.

De illustraties zijn zeer functioneel: een uitgebreide tijdbalk voor de periode 200 v.C. – 1200 n.C. (p. 12-13), 8 kaarten met stukken van de Zijderoute, een foto van de eerste kaart uit 1877, tabellen met de samenstelling van de karavanen, de inkomsten van een belastingkantoor, foto’s van archeologische vondsten. De noten (p. 299-353) zijn indrukwekkend, het register (p. 356-375) is zeer omvangrijk en volledig.

Een paar details: op p. 16 en 225 zegt ze dat papier zeer duur was, op p. 176 dat het goedkoop was.

Xi’an situeert ze in het ‘noordwesten’ van China en ze noemt die hoofdstad het ‘eindpunt’ van de Zijderoute: ik zou zeggen: in het centrum en het beginpunt. Ze vernoemt Marco Polo (p. 23, 284-286, 299), maar niet zijn meer betrouwbare voorganger Willem van Rubroek(1253-1255).

De ene keer zegt ze dat Xinjiang in 1383 gedwongen islamitisch werd (p. 144), de andere keer dat dit gebeurde in 1006 (p. 299). Er staat slechts één drukfoutje in: gepulkt( p. 126) i.p.v. geplukt.

De doelgroep dan: archeologen, historici en al wie interesse heeft voor de oude beschavingen langs de Zijderoute.

Eerder verschenen op Jef Abbeel