Dichterbij Vincent

Donderdag, 22 september, 2022

Geschreven door: Alexandra van Dongen
Artikel door: Chris Reinewald

Van Gogh in dagelijkse voorwerpen

[Recensie] Helaas, Zundert bezit geen Van Gogh-schilderij, ook al is het Noord-Brabantse grensdorp waar de domineeszoon Vincent in 1853 werd geboren. De pastorie werd later door een ander vervangen en daarin bevindt zich nu het Van GoghHuis, een documentair museumpje.

Met de anderhalve zaal grote expo Dichter bij Vincent slaat men twee vliegen in één klap: Alexandra van Dongens materieel-historisch voorwerpenonderzoek en de speelse interpretatie ervan door de kunstenaars Monika Dahlberg en André Smits.

Over Vincent van Gogh willen we altijd nóg meer weten. Alexandra van Dongen, conservator historische vormgeving bij Museum Boijmans van Beuningen, speurde naar de alledaagse vaasjes, potten, flesjes, kannetjes, hoeden, pijpjes, lamp en stoel, die Vincent voor zijn stillevens en portretten gebruikte.

In 2021 spitte zij als eerste kunsthistoricus-resident daadwerkelijk door een schervenberg achter de pastorie van Nuenen (waar de familie na Zundert heen verhuisde) naar gebroken vaatwerk. Het aardse resultaat is te zien in een vitrine in Zundert. Vervolgens leende zij Vincents voorwerpen, die Jo Bonger, weduwe van zijn broer Theo, naliet aan het Van Gogh Museum en aan Musée d’Orsay. Ontbrekende objecten verving Van Dongen door identieke exemplaren.  

Wordt Vervolgd

Vincent oefende met stilleven-schilderen waarvoor hij letterlijk voor de hand liggende voorwerpen gebruikte, zoals de tot vervelens toe nageschilderde Chinese (Zhangzhou) grijsgroene gemberpot. Meest modern is een eind 19de eeuws Duits petroleumlampje, de enige maar constante lichtbron voor boerengezinnen en wevers.

Aardappel anders
Vincents bekendste petroleumlampje bungelt op de Aardappeleters (1885), een vroege, nog onbeholpen topper. Vanwege andere aardappels, in een aardewerken schaal, dacht men dat dit donkerbruine stilleventje uit dezelfde periode stamde. Van Dongen herkende de steelschaal echter als traditioneel Parijse casserole, waarover Vincent in Brabant nooit had kunnen beschikken. De firmastempel van een Parijse verfwinkel op het spieraam van het schilderijtje bevestigde haar vermoeden. Dit stilleven komt inderdaad uit zijn eerste Franse jaren: 1886 of 1887. Overigens gebruiken wij Nederlanders zo’n schaal pas sinds 1970: voor kaasfondue, een in de 19de eeuw onbekend fenomeen in de lage landen.

Het was al bekend dat Vincent de fabuleuze Zonnebloemen (1889) in een boers eendenvetpotje voor ‘confit de canard’ afbeeldde. Het ging hem om de kloeke vorm en het okergeel. Een Britse bruikleengever nam de proef op de som. Hij zette in een soortgelijk vetpotje een bos zonnebloemen in waarna alles omviel. Vijftien zonnebloemen blijken te lang en te topzwaar om stabiel en rechtop in zo’n pot te zetten. Vincent zal boeket en “vaas” dus los van elkaar neergezet en al schilderend samengevoegd hebben. Later, onder behandeling van de goede Dr Gachet, leende hij van hem een luxe Japans vaasje en een gedecoreerd loodglazuur likeurkannetje als inspiratiebron.

Van Dongens sociaal-culturele insteek is niet alleen verfrissend, het biedt ook een wezenlijk, no-nonsense inzicht in de schilderpraktijk van Van Gogh, die zijn leven en werken uitputtend in gepubliceerde brieven en dagboeken vastlegde. (Heel lang waren Van Gogh en Anne Frank de meest vertaalde Nederlandse auteurs in het buitenland.)

Niet alles vond Van Dongen terug. Wat betreft Vincents gele, houten bed uit Arles loopt het spoor dood. Zijn achterachterneef Johan (vader van filmer Theo van Gogh) schonk dat namelijk vanuit Laren, in 1945, via het Rode Kruis, aan oorlogsslachtoffers in Boxmeer.

Blijft dus nog de vraag wíe daarna – onbewust – in Vincents oude bed sliep.  

In iets andere vorm, eerder verschenen op de site van Museumtijdschrift

Van 30 juli t/m 30 oktober in het Van GoghHuis, Zundert