Einer der Spiegel der Anderen. Briefwechsel 1922-1960

Vrijdag, 1 juli, 2022

Geschreven door: Gretha Jünger
Ernst Jünger
Artikel door: Arnold Heumakers

Overspel wierp een schaduw over het huwelijk van Ernst Jünger

In de briefwisseling met echtgenoot Ernst Jünger ontpopt Gretha Jünger zich tot een markant briefschrijfster. Zo treedt alweer een sterke vrouw uit de schaduw van haar beroemde echtgenoot.

[Recensie] De Duitse toneelschrijver Heiner Müller noemt in zijn autobiografie Krieg ohne Schlacht (1992) het ‘probleem’ van Ernst Jünger (1895-1998) een ‘Jahrhundertproblem’. “Voordat de vrouwen voor hem een ervaring konden zijn, was de oorlog het,” aldus Müller. Dat is waarschijnlijk waar. De negentienjarige Jünger had zich in de zomer van 1914 gemeld als vrijwilliger en pas vier jaar later en veertien verwondingen verder verliet hij het front, als oorlogsheld. Het was ook niet de liefde maar de oorlog die van hem een schrijver maakte, getuige zijn debuut In Stahlgewittern. Met dit ijzingwekkende verslag van zijn ervaringen in de loopgraven werd hij in 1920 op slag beroemd. Sindsdien behoort een kil, onaangedaan, inderdaad niet erg vrouwelijk aandoend estheticisme tot de vaste kwalificaties die over hem de ronde doen.

Dat bleek ook in 1940, een jaar nadat Jünger zijn beroemdste roman Auf den Marmorklippen had gepubliceerd. Hem werd ‘bijna algemeen’ verweten dat hij ‘het vrouwelijke’ in zijn leven uitschakelde; alles was bij hem ‘esthetisch’ en elke ‘relatie tot de vrouw’ zou ontbreken. Dat hij vrouw en kinderen had, wilde niemand geloven. Maar die had hij wel degelijk, want deze verwijten worden Jünger per brief overgebracht door zijn echtgenote. En zij vervolgt: “Dat er een Schneckchen (schatje) bestaat, weten zij niet, maar ik wel, en ook al ging dit samenleven niet altijd van een leien dakje, zo weet ik toch, en ik zal het nooit vergeten, welk hart in de winter van 1922 voor mij klopte en – naar ik hoop – altijd voor mij zal blijven kloppen.”

Fladderende mantel
In 1925 was Jünger getrouwd met Gretha von Jeinsen, die voor hem een nog zeer prille toneelcarrière opgaf. Toen ze elkaar drie jaar eerder in Hannover hadden leren kennen, was zij 16, hij 27. De oorlog was overigens niet vreemd aan hun liefde. In Silhouetten, haar boek met herinneringen uit 1956, beschrijft Gretha haar eerste indruk van Ernst als volgt: “Een fladderende militaire mantel, een baret van de Reichswehr, een slepende sabel. In de kraagopening, al van verre oplichtend: een blauwe ster.” Daarmee doelde zij op de hoge onderscheiding (Pour le mérite), die Jünger voor betoonde moed had ontvangen. De jonge Gretha bleek er alleszins gevoelig voor. Nog in 1957, toen zij tegen kanker moest vechten (ze zou er op 20 november 1960 aan overlijden, 55 jaar oud), prees zij zich gelukkig geen ‘pacifistisch’ maar een kriegerisch gemoed te hebben. “Met een Remarque was ik nooit getrouwd,” verzekert zij haar man, verwijzend naar de auteur van de anti-oorlogsbestseller Im Westen nichts Neues.

Schrijven Magazine

De beide echtelieden schreven elkaar tegen de tweeduizend brieven, althans zoveel zijn er bewaard gebleven. Daarvan heeft men er nu 358 gepubliceerd, een fractie van het geheel, waarbij de nadruk is komen te liggen op de oorlogsjaren 1939-1945. Dat Jünger en zijn vrouw zoveel brieven schreven, komt doordat Ernst geregeld op reis was, terwijl Gretha thuisbleef of – wat meer dan eens voorkwam – een verhuizing regelde, zoals ze vrijwel alles in het huishouden regelde. Tijdens de oorlogsjaren was Jünger gemobiliseerd en woonde hij jaren in Parijs, verbonden aan de staf van het Duitse militaire opperbevel. Ze zagen elkaar soms maanden achtereen niet, maar schreven elkaar bijna dagelijks.

Tijdens hun eerste verliefdheid vormen zij samen een wereld op zich, vol afkeer van de Spießbürger om hen heen. Jünger heeft het idee dat hij en Gretha “ver verheven zijn boven de doorsnee der mensen” en hij belooft zijn “lieve meisje” dat zij altijd van hem op aan zal kunnen. Omgekeerd geldt dit zonder meer. Gretha doet alles voor haar Ernst en is hem onvoorwaardelijk trouw. Volgens haar ideaal is “de een de spiegel van de ander”, een volmaakte twee-eenheid. Eind 1939 schrijft zij: “Mijn wereld, dat zijn jullie drieën” – want inmiddels zijn er ook twee zoons geboren – “Al het andere stoort mij maar”. Of hetzelfde in gelijke mate opging voor Jünger, valt te betwijfelen. Hij had zijn schrijven, zijn reizen, zijn kever-verzameling, tot 1933 zijn nationalistische politieke ambities en hoewel hij zich afwendde van de nazi’s, aan het eind van de jaren dertig ook weer de oorlog.

Ergeren in de schuilkelder
Vreemd genoeg zou Gretha, die aanvankelijk enthousiast reageert op de Duitse successen, van die oorlog misschien wel meer last van krijgen dan Hauptmann Jünger. Vanaf mei 1940 bombardeerden de Engelsen de industrieterreinen boven Hannover en vlak daarbij lag het dorp Kirchhorst, waar het gezin in 1939 was neergestreken. Gaandeweg zou ook Kirchhorst zelf meer dan eens door bommen worden getroffen. Typerend voor Gretha en haar elitaire gemoed (zij stamde uit een familie van verarmde landadel) is dat zij zich in de schuilkelder vooral ergert aan de geluiden van de anderen (“het zuchten, de uitroepen, het slikken, het klappertanden, het snuiven en zelfs het koud hebben dat hoorbaar wordt […] De aanblik van de dood verlangt zuiverheid”) en dat zij tussen de luchtaanvallen door graag een glaasje wijn drinkt, onder het motto: “als je dan toch het graf in moet, dan tenminste met een beetje elan”.

Ten diepste geraakt wordt zij pas, als blijkt dat haar man in Parijs een verhouding is begonnen met een andere vrouw. Enig wantrouwen was er altijd wel en een paar keer droomt zij zelfs van een gevecht met een concurrente, maar haar vrees wordt bewaarheid wanneer zij Jüngers dagboeken leest, waarvan hij de manuscripten van tijd tot tijd naar huis stuurt. Hoewel zij zelf daarin Perpetua (de eeuwige) wordt genoemd, blijkt zij niet de enige te zijn. Dit overspel werpt een blijvende schaduw over het huwelijk. Keer op keer komt Gretha erop terug, tot toenemende ergernis van Ernst. Maar omdat geen van beiden wil scheiden, is alleen een zekere wederzijdse vervreemding het gevolg. Wanneer begin 1944 de oudste zoon Ernstel wordt gearresteerd wegens kritiek op het naziregime en later in het jaar sneuvelt na zich voor het front te hebben gemeld om uit de gevangenis te geraken, drukt dat de echtelijke onvrede tijdelijk naar de achtergrond, maar van verdwijnen is geen sprake.

Ook een groot schrijver ontkomt niet aan de tragische banaliteiten van het huwelijksleven, zo blijkt. Dat neemt niet weg dat de sympathie onwillekeurig uitgaat naar zijn echtgenote. Zij eist ook de meeste aandacht en nieuwsgierigheid op, al was het maar omdat we over haar zoveel minder weten dan over haar man. Zij blijkt bepaald een karakter te zijn, ondanks alles wat haar overkomt geen moment zielig of deerniswekkend. Bovendien ontpopt zij zich tot een markant briefschrijfster. Alweer een sterke vrouw die uit de schaduw treedt van haar beroemde echtgenoot. Die unsichtbare Frau, luidde de ondertitel van de biografie die Ingeborg Villinger in 2020 over haar publiceerde. Deze brieven maken de onzichtbaarheid nog wat meer ongedaan.

Eerder verschenen in NRC en op Arnold Heumakers