Erich Wichman

Donderdag, 17 juni, 2021

Geschreven door: Frans van Burkom
Artikel door: Henk Slechte

Ironische kunst, tragisch leven

[Recensie] Erich Wichman (1890-1929) was een spraakmakend kunstenaar en als politiek activist in 1921 een van de oprichters van de antidemocratische Rapaille Partij. Wichman en de zijnen waren tegen de stemplicht en het parlementaire stelsel. Ze probeerden de democratie belachelijk te maken door de drankzuchtige zwerver Cornelis de Gelder (‘Had-je-me-maar’) in de gemeenteraad van Amsterdam te laten kiezen. Zo wilden ze bewijzen dat de kiezer politiek onbekwaam was en dat dus het democratische systeem niet deugde.

Had-je-me-maar verscheen overigens nooit in de raad omdat hij was opgepakt wegens dronkenschap; de inbreng van fractiegenoot Bertus Zuurbier bleef volgens de overlevering beperkt tot het verzoek het raam te sluiten omdat het tochtte. Van Burkom heeft een fascinerende biografie geschreven van een kunstenaar die de zoon was van een Duitse hoogleraar in Utrecht, en de broer van emancipatie-voorvechtster Clara Wichmann. Erich Wichman schreef zijn naam met een enkele n na een conflict met zijn vader. Van Burkom geeft een indringend beeld van het door kunst en politiek, maar ook door rellen en drank gedomineerde leven van Wichman. Zo was hij betrokken bij de Concertgebouwrel in 1918. De moderne dirigent Willem Mengelberg was voortdurend afwezig, en een groep kunstenaars vond vervanger Cornelis Dopper te conservatief.

Enkele protesteerders, onder wie Wichman, werden hardhandig verwijderd. De man bewonderde Mussolini en schreef in zijn laatste levensjaar veel in het fascistische weekblad De Bezem, waarvan hij de stijl vulgariseerde door onbeheerst te schelden tegen socialisten, communisten en de gevestigde pers. Dankzij Wichman werd De Bezem fel fascistisch en nationalistisch, maar ook pro-Oranje.

De Rapaille Partij had ook een raadslid in Rotterdam: van 1923 tot 1927 was dat kroegbaas Leen Coremans. Aan zijn optreden in maar vooral ook buiten de raad heeft J.L. van der Pauw een biografie gewijd, waaruit blijkt hoe serieus dit raadslid het programma van zijn partij en zijn taak nam. Van Burkom vertelt helaas niets over de manier waarop Coremans het gedachtegoed van Wichman uitdroeg, als raadslid maar ook als redacteur van het partijblad De Galg. Hij gebruikt in verband met Wichman, diens opvattingen en diens optreden het begrip ‘populisme’. Dat begrip deed pas in de jaren ’80 zijn intrede in de Nederlandse politieke terminologie, en staat zeker niet voor het anarchistische en antidemocratische denken van Wichman. Dat die geen populist was in de huidige betekenis, maakt dat gebruik verwarrend.
Desalniettemin een verrassend en rijk boek, door Wichmans levensverhaal maar ook door de oeuvrecatalogus van zijn werk.

Eerder verschenen in Geschiedenis Magazine

Geschiedenis Magazine