Essay over de gift

Vrijdag, 5 juni, 2015

Geschreven door: Marcel Mauss
Artikel door: Arnold Heumakers


Wie rijkdom weggeeft, krijgt prestige terug

[Recensie] Geschenken zijn zelden helemaal gratis, bijna altijd veronderstellen ze een tegenprestatie. Op verjaardagen geven we gul, maar we verwachten ook een cadeautje als we zelf jarig zijn. Niets voor niets. En mede door het uitwisselen van geschenken vormen we met elkaar een gemeenschap. Over deze verwevenheid van geven en teruggeven en over de maatschappelijke consequenties daarvan gaat het beroemde Essai sur le don, dat Marcel Mauss (1872-1950) in 1925 publiceerde in het al even beroemde tijdschrift L’année sociologique van zijn oom Émile Durkheim. Voor het eerst is het nu vertaald in helder Nederlands, door Jeanne Holierhoek en Willemijn Schretlen.

Mauss’ Essay over de gift is een klassieker van de antropologie geworden. Op basis van andermans etnografisch onderzoek (zelf trok hij er nooit op uit) schetst Mauss de principes van een `geschenkeneconomie’, zoals die bestond in onder andere Polynesië, Melanesië en Noord-West Amerika. De voorbeelden heten nu eens `kula’, dan weer ‘potlatch’. Steeds gaat het om een economie waarin niet koop en verkoop, maar geven en teruggeven centraal staan. Mauss spreekt van een `totaal sociaal verschijnsel’, dat wil zeggen: in deze geschenkeneconomie drukt een hele samenleving zich uit. De economie is er nog niet, zoals in de moderne wereld, gescheiden van recht, religie, moraal en esthetica. Begrijp je dat systeem van geven en teruggeven, dan heb je de sleutel in handen tot de samenleving waarin het regeert.

Dit vereist wel enige distantie tot onze moderne economische werkelijkheid, vooral wanneer blijkt dat bij de potlatch van sommige indianenstammen de rijkdom ook kan worden vernietigd – niet in een aanval van zinloos geweld, maar om de ander uit te dagen tot een nog grotere vernietiging van zíjn rijkdommen. Daar viel eer mee te behalen en zo kon via een wedijver in destructie de sociale hiërarchie tussen de `edelen’ van een stam worden bepaald. Een modern equivalent zou bestaan uit bankiers die om het hardst hun bonussen weggeven of in brand steken.

Wie zijn bezittingen oppot of voor zichzelf houdt, doet alsof hij geen deel uitmaakt van de samenleving. Wie zijn rijkdom weggeeft, versterkt de sociale cohesie en krijgt daar prestige voor terug. Het is dus geen zaak van collectieve liefdadigheid, de gever is wel degelijk uit op winst, maar op andere manier dan bij ons. Ook mythologie en religie speelden hierbij een rol, want in veel `primitieve’ culturen ging men ervan uit dat de dingen bezield waren. De Maori bijvoorbeeld spraken van de `hau’ ofwel de ziel der dingen. In de gift werd die ziel doorgegeven, maar hij wilde ook weer terug naar zijn oorspronkelijke bezitter van wie hij nooit helemaal loskwam. Iemand gaf dus altijd ook iets van zichzelf. Op die manier ontstond tussen gever en ontvanger een hechte band, bekrachtigd door religieuze symboliek en een morele verplichting de gift te retourneren.

Boekenkrant

Volgens Mauss was dit alles niet alleen een zaak van de `primitieve’ volkeren, dezelfde praktijken en principes zouden zijn terug te vinden in de Europese prehistorie. Het waren niet zozeer `primitieve’ als wel `archaïsche’ praktijken en principes. Ze bepaalden het stadium dat voorafging aan de geldeconomie die was begonnen bij de oude Grieken en Romeinen. Bij hen maar ook bij de Germanen speurt Mauss naar de sporen van de verdwenen geschenkeneconomie. Helemaal was zij dus niet verdwenen. Sommige van die sporen zijn er zelfs nog altijd. Vandaar dat Mauss in de conclusie van zijn Essay ook met allerlei actuele `morele conclusies’ komt, die betrekking hebben op de huidige `crisis in ons recht en in onze economie’. Deze conclusies blijken nog niets van hun actualiteit te hebben verloren.

Mauss’ Essay heeft nadien radicale denkers als Georges Bataille en Jean Baudrillard geïnspireerd. Bij hem vonden zij een welkom tegenwicht tegen de moderne kapitalistische orde met zijn nadruk op nut en rendement en met zijn rigoureuze scheiding van alle waardesferen. Op bescheidener niveau ging Mauss hen voor. In hem komen we een vroege voorstander tegen van de verzorgingsstaat. Zo gek was het toch niet dat de rijken een deel van hun rijkdom afstonden aan de gemeenschap om iedereen bestaanszekerheid te garanderen. Daartoe benadrukt Mauss `de vreugde van het geven in het openbaar, het plezier van gulle bestedingen ten behoeve van de kunst, het genoegen om gastvrij te zijn’ en alles wat er nog meer onder Rutte I en II in de verdomhoek is beland.

Mauss’ kritiek op de kapitalistische economie stemde hem overigens niet mild jegens het communisme. Integendeel, dat vond hij even erg als het individuele `egoïsme’ waaronder het kapitalisme te lijden had. Een vitale maatschappij kon niet zonder rivaliteit en concurrentie. Maar het was verstandig om dan wel de nog ondergronds smeulende `archaïsche elementen’ van de geschenkeneconomie (die je ook aristocratisch zou kunnen noemen) weer tot leven te wekken, opdat niet alles werd gereduceerd tot kille `nuttigheidsberekeningen’.

Eerder verschenen in NRC Handelsblad en op www.arnoldheumakers.nl


Laat hier je reactie achter:

1 reactie op “Essay over de gift

  1. Mauss zou verplichte literatuur moeten zijn voor iedereen die zich interesseert voor de werving van vrijwilligers, geld en goederen. Bovendien geeft mauss inzicht over de werking van de kringloop van Keynes. Het is een klassieker en daarom op punten ook niet meer bij de tijd.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.