Everness

Vrijdag, 2 december, 2022

Geschreven door: Jorge Luis Borges
Artikel door: Chris Reinewald

De altijdelijkheid van een blinde bard

[Recensie] “[…] de Jorge Luis Borges die in andere talen wordt gelezen [is] die van de verhalen. […] Van de meesterlijke blinde dichter bezit men nauwelijks een vermoeden […] Borges liet het formidabele geschenk van zijn poëzie uitsluitend na aan de spaanssprekenden,” schreef de Argentijnse arts en Borges-pleitbezorger E. García de Enterría (La poesía de Borges) in 1992. Toch verscheen kort geleden al een derde Nederlandse vertaling van Borges’ sonnetten. Dit heuglijke feit roept om een onmogelijke vergelijking tussen Nederlandse versies die vanaf 1984 het licht zagen.

Groot was de vreugde toen in 2011 alle gedichten van Jorge Luis Borges (1889-1985) in Nederlandse vertaling van Barber van de Pol en Maarten Steenmeijer aan (toen) Prinses Maxíma werden aangeboden. Het vertalen moet een titanenklus geweest zijn. Van de Pol vertaalde in 1988 al de bundel El Hacedor (1966). Opmerkelijk want daarvoor waren vanaf 1984 selecties en gehele bundels met vrije verzen door Robert Lemm uitgekomen. Aan een aantal ervan raakte ik erg gehecht. Ik schrok dus toen deze gedichten in het verzameld werk door de andere vertaler(s) nogal getransformeerd waren.

Ook Marjoleine de Vos erkende in haar recensie in NRC Handelsblad dat de vertalers om de regel vol te krijgen stoplappen gebruikten en omtrekkende bewegingen maakten voor de rijm. Maar daarmee wisten ze wel Borges’ muzikaliteit te bewaren. (Borges maakte “straatgedichten” op het ritme van de milonga, verwant aan de tango). Maar de vertalingen waren zeker “de moeite waard om eraan te wennen.”

Altijdelijkheid
Om Borges in het origineel te lezen had ik destijds zelfs een cursus Spaans gedaan. Daardoor werd mij duidelijk dat de structuur van het Spaans, cadans, binnenrijm en (Argentijnse) woordspelingen lastig om te zetten zijn zonder in geforceerdheid vast te lopen. Natuurlijk komt er nooit een universele versie – wat weer een Borgesiaans gegeven is. Denk aan zijn verhaal van een man die de Don Quichoté wilde schrijven en negeerde dat Cervantes dat al vòòr hem had gedaan. Een vertaler ondergaat dezelfde sensatie. Een nieuwe vertaling, door Paul Claes gaf mij hoop. In 1998 vertaalde Claes met een prachtig gevoel voor ritme, beeld, klank en dialect de hallucinante noord-Franse gedichten – waaronder het legendarische ‘Le Bateau Ivre’ – van Arthur Rimbaud. Dan zou hij Borges ook aankunnen. Hij stelde een bloemlezing samen, genoemd naar het gedicht Everness, een gefabriceerd Engels – en zo door Borges overgenomen – woord dat ik (…) als altijdelijkheid zou vertalen.

Het Weer Magazine

Om de versies te beoordelen las ik na elkaar het gedicht over het geslacht Borges. Ter vergelijking legde ik begin en eind naast elkaar. (Zie hierna) Je merkt hoe de ene vertaler het ruim neemt, de ander smokkelt of zelfs een andere stroevere bewoording kiest. De anonieme, algoritmische Google translator rammelt danig maar is ook nauwkeurig.

Los Borges
(origineel, bundel El Hacedor, 1960)

“Nada o muy poco sé de mis mayores
portugueses, los Borges: vaga gente
que prosigue en mi carne, oscuramente,
sus hábitos, rigores y temores.
[…]

y se dio al mar y al otro mar de arena.
Son el rey que en el místico desierto
se perdió y el que jura que no ha muerto.”

De Borges (Google translate)

“Ik weet niets of heel weinig over mijn ouders
Portugees, de Borges: mensen dwalen rond
dat gaat door in mijn vlees, donker,
hun gewoonten, ontberingen en angsten.
[…]
en het raakte de zee en de andere zee van zand.
Zij zijn de koning die in de mystieke woestijn
Hij was verloren en degene die zweert dat hij niet gestorven is.”

Het geslacht Borges
(vertaling Erik Coenen, bundel ‘De onzichtbare roos’, Aalders & Co, Amsterdam, 1995)

“‘k Weet niets of weinig van mijn Portugees
voorgeslacht Borges, onbestemde mensen
die hun gewoonten, angsten, en tendensen
obscuur vervolgen in mijn eigen vlees
[…]
op zee of op die andere zee, van zand.
Zij zijn de vorst, in de woestijn verzworven,
En hij die zweert: hij is daar niet gestorven.”

Coenen voorzag zijn vertalingen van interessante uitleg. Zo leende hij bijvoorbeeld het dichterlijke ‘verzworven’ van J.C. Bloem. Mooi, maar ook ouderwets wat ik niet zo associeer met het heldere Spaans van Borges. In de laatste regel permitteert hij zich met het cursief wel een grote vrijheid om het ritme te bewaren.

Het geslacht Borges
(vertaling Barber van de Pol, bundel De Maker, De Bezige Bij, 1988; iets veranderd in: Alle gedichten, De Bezige Bij, 2011)

“Niets of heel weinig van mijn voorgeslacht,
de Portugezen, weet ik: vage mensen
die duister hun gewoonten, [strenge] wensen
en angsten in mijn vlees hebben gebracht.
[…]
en zeewaarts trok [en/ook] naar de [andere] zee van zand.
[Zij zijn/zijn zij] de koning die in de woestijn
verdween, hij die bezweert niet dood te zijn.”

Van de Pol veranderde iets aan haar eerste versie naar de tweede versie, aangegeven met [ ]. Het ‘weet ik’ zwierf omlaag en maakt de zin nogal looiig. Het ‘zeewaarts’ klinkt ouderwetsig. Erger is dat daarmee de mooie staccato-herhaling van “al mar y al otro mar” weg is.

Het geslacht Borges
(vertaling Paul Claes, bundel Everless, Uitgeverij Het Moet, 2022)

“Weinig of niets weet ik van voorvaderen
Uit Portugal, de Borges: vaag geslacht
Waarvan gewoonten, angst en levenskracht
Nog stromen in het duister van mijn aders
[…]
Om zich in zee en zandzee te begeven
Zij zijn de koning die in Gods woestijn
Verdwaald is en die zweert niet dood te zijn.”

Claes (1943) maakt van het voorouderlijke “vlees” brutaalweg “aders”. En “de zee van zand” werd het mooi allitererende “zandzee”. De dichterlijke vrijheden zij hem vergeven. Als geheel vloeit deze vertaling en klinkt toch sober. Zijn vertalingen overtuigen mij het meest. Is het teveel gevraagd om een bijna 80-jarige nog veel meer Borges te vertalen?

Voor het eerst gepubliceerd op Bazarow