De kapperszoon

Dinsdag, 8 november, 2022

Geschreven door: Gerbrand Bakker
Artikel door: Nico Voskamp

Superieur slap gelul

[Recensie] In De kapperszoon Gerbrand Bakker komen alle elementen op vertrouwde wonderbaarlijke wijze samen. Er is een zoon, een moeder, een vader, een schrijver die zoon én kapper is, een minder begaafde zwembadjongen, een homoseksuele onderstroom en een kapperszaak waarin het er vaak zwijgend aan toegaat.

Het verhaal is een wiebelende, losse zandlijn die losjes tussen de zich aandienende onderwerpen, soms links, soms rechts zaken aanstipt, verdiept of juist ontdiept, rakelings langs het onderwerp scheert zonder het echt te benoemen, en dan weer bam, rankitsjeu, de koe bij de horens vat en de dingen bij de naam noemt. Is dat vaag? Ik vrees van wel maar hé, ik volg alleen maar de lijn van het boek.

Barbier-experience
De kapperszaak. Daar is Simon elke dag te vinden tussen de spiegels, de haarwastafel en de in allerlei standen stelbare kapperstoel. Om haren te knippen, zou je denken, maar dat is niet Simons hogere doel. Oké, hij is kapper, maar dat wil nog niet zeggen dat hij rücksichtslos haren staat te knippen. Veel liever scheert hij mensen, mannen, zoals dat vroeger ging. Hij geeft hen de barbier-experience:

“Jason wil niet alleen zijn baard bijgewerkt hebben, hij wil ook geknipt worden. Het knippen is gedaan, nu is Simon in de weer met een schaar en een fijne kam. Hij kan natuurlijk net zo goed de baard doen met een tondeuse, maar dat is niet wat de klanten willen. Die willen het gevoel hebben bij de barbier te zijn. De tondeuse, of baardtrimmer, is voor thuis. Zo nu en dan laat Simon de kam in de lucht zweven en duwt hij met een duim de huid wat op. Hij kan het niet laten, hij moet in deze hals de slagader voelen.”

Technisch Weekblad

Histoire d’amour
Naast zijn niet al te drukbezette kappersbestaan is hij druk met het uitzoeken van de details van een vliegtuigramp en een histoire d’amour die daarmee verbonden is. Ook belt hij regelmatig met zijn nogal koele moeder. Haar probeert hij steeds wat meer saillante details over de familie te ontfutselen, maar rigide als ze is, wijst ze alles wat naar emotie riekt, bot af.

Tussen dat alles door is er De Schrijver. Daar stelt deze lezer zich een nog levende Harry Mulisch bij voor, die door de Jordaan wandelt en de deur van de kapperszaak openduwt. ‘Ting’! Harry knikt naar de barbier en zet zich neder in één van de roodlederen stoelen. ‘Knippen?’ zegt de kapper. ‘En scheren, graag.’

Smeuïg
Er ontspint zich een spaarzame conversatie. Op die niet uitgesproken woorden heeft Simon patent. Hij kan met weinig woorden steeds minder zeggen, een voor een kapper ongebruikelijk talent. De Schrijver heeft een ander doel: hij wil een boek schrijven met een kapper in de hoofdrol. Dus wil hij weten wat een kapper zoal meemaakt, hoe de conversaties gaan, en alweer die notenwaardige details, want dat vult de lege ruimtes in een boek lekker smeuïg op.

Meer dan genoeg onderwerpen die worden aangehaald, zoals de lezer merkt. Dat is de charme, de sjeu en het aangenaam sprankelende, prikkelende, bubbelige van dit boek. Maar het is meteen ook de luchtige ondiepte en het ordinaire dat het verhaal in zich draagt. Waardoor het ondanks het ongerichte geleuter, toch met het superieure gelul een plezierig diepgaande zaken aanstippend verhaal is geworden.

Ook verschenen op Nico’s recensies