Harnas van Hansaplast

Vrijdag, 6 april, 2018

Geschreven door: Charlotte Mutsaers
Artikel door: Tea van Lierop

Kleurrijk relaas met een zwart randje

[Recensie] Wat drijft iemand om zijn verleden in al zijn kwetsbaarheid te laten zien aan de buitenwereld? Is de lezer dan zo voyeuristisch dat hij dit wil weten? Misschien werkt deze vorm louterend voor de auteur, wellicht wordt er een catharsis bereikt met het leeghalen van het huis en de daarmee gepaard gaande verloren gewaande herinneringen. Wie zal het zeggen?

In elk geval wilde ik het boek graag lezen en schaar mezelf schuchter achter de nieuwsgierigen die graag een blik werpen in het geheimzinnige statige huis aan de Utrechtse Nieuwegracht in de hoop een glimp op te vangen wat er allemaal loskomt na de dood van Barend.

Het boek is opgedragen aan alle leden van het gezin én het huis, dat is mooi, het huis krijgt hiermee de prominente plek die het verdient. Het huis dient als uitgangspunt voor het boek. Een aantal van de hoofdstukken krijgt als titel één van de vertrekken alsof het een rondleiding is en dat is het ook. Laat u meevoeren in het labyrintisch huis met zijn versluierde herinneringen.

Stof

Op 29 december 2001 wordt de 51 jarige Barend dood gevonden in een spiksplinternieuw pyjamajasje zonder broek, omringd door grote stapels porno. Dit mag met recht een entree genoemd worden, een binnenkomer van jewelste! Barend is de jongere broer van de verteller en haar zus. Aan de twee zussen de taak het ouderlijk huis, waar Barend na de dood van hun ouders bleef wonen, binnen afzienbare tijd bezemschoon op te leveren.

Waar moet je beginnen? De stank is niet te harden, het lichaam had er al een paar dagen gelegen met de kachel op een hoge stand en het is er ook helemaal niet opgeruimd en schoon, nee overal liggen dikke lagen stof.

Stof is hier wel een mooi begrip, het stof dat overal ligt en opdwarrelt bij alles wat je oppakt, stof tot nadenken bij het zien van het huis en alles wat erin staat, door het stof gaan om alles onder ogen te zien wat er allemaal onder vandaan komt en tenslotte ’tot stof zult gij wederkeren’, over toepasselijk gesproken!

Luxe

Het gezin waarin de auteur opgroeit is absoluut geen standaardgezin, er heerst een zekere aristocratisch welstand, heerlijk om te lezen hoe deze mensen leefden. De tafelmanieren zijn hiervan een mooi voorbeeld, aan bestek, serviesgoed en het eten zelf werden hoge eisen gesteld:

“Wij beschikten thuis over niet minder dan zes complete tafelserviezen, waaronder een dinerservies in zwart-wit voor dagelijks gebruik met daarop alle fabels van La Fontaine met de prachtige illustraties van Gustave Doré. Ieder van ons had zijn eigen bord, zodat ik al op zes jaar ‘Le corbeau et le renard’ (De raaf en de vos) vanbuiten kende en er elke avond van genoot om het gedicht dat in flarden van onder het eten met jus vandaan kwam uit mijn hoofd te kunnen aanvullen. Een magnifiek vers dat me zowel actief als passief behoed heeft tegen vleierij en eenieder die wil azen op mijn kaas.”

Eenzaam

Barend was de jongste en werd verwend door zijn moeder. Dat heeft misschien bijgedragen aan zijn desolate positie toen hij ouder werd. Het leven lachte hem niet toe, lachen was trouwens een groot probleem, want zijn gebit was totaal verwaarloosd. Zelfs met alle geboden hulp wilde hij niet naar een tandarts, dan vergaat je het lachen wel en een relatie wordt daardoor ook een stuk moeilijker. Barend kwam steeds meer in een isolement terecht, een meisje uit zijn klas was verliefd op hem, maar met zo’n gebit durf je zo’n meisje niet te zoenen natuurlijk, dus dat gevoel werd onderdrukt en het heeft nooit iets kunnen worden tussen die twee.

Broodtrommel

Leeghalen van zo’n groot, vol huis valt helemaal niet mee, alle spullen vastpakken, beoordelen en kijken wat ermee mag, moet gebeuren vergt tijd en wijsheid. Het liefst willen de zussen elk artikel met respect waarderen en een plaats gunnen, maar met die hoeveelheid zouden ze de klus nooit afkrijgen. Dus de vaart moet erin. Met de nodige ironie, af en toe een traan, maar vooral ook humor worden de spullen verdeeld. Zelf willen ze bijna niets hebben:

“Mijn eigen hebzucht laat het ook afweten. Afgezien van de zegelring heb ik nog niet meer dan de broodtrommel uitgekozen. Maar het is wel een bijzondere: knalrood geëmailleerd, met gaatjes aan de achterkant, en een kaduuk koperen slotje. Om te verhinderen dat het deksel openvalt heeft Barend er een touw omheen gewonden. Daar zal hij zijn reden voor hebben gehad. De inhoud wil er blijkbaar dolgraag uit; bij het optillen klinkt zacht geritsel.”

Harnas

De titel Harnas van Hansaplast komt in een aantal vormen terug in het verhaal. Het zelfportret, geplakt met repen Hansaplast met daaronder de letters IK , zoals afgebeeld op de omslag, werkt in eerste instantie op de lachspieren van de verteller. De ouders zijn ook afgebeeld, maar dat zijn enorme  staatsieportretten geworden met zwaar vergulde lijsten. Daarbij steekt het Hansaplast portret schril af en roept de vraag op waarom Barend dit zo gemaakt heeft. Toch was hij tevreden over het resultaat, anders had hij er geen IK onder gezet.

De aanblik resulteert bij de verteller in een enorme flashback naar haar eigen psychiatrisch verleden. Bij het bezoek aan een psychiater kreeg ze het etiket HSP (hoogsensitief persoon) opgeplakt, deze afkorting deed haar onmiddellijk denken aan Hansaplast.

Het harnas is een motief. Behalve dat het in de titel voorkomt, memoreert de verteller dat Meret Oppenheim* een kop-en-schotel met bont bekleedde, hiermee wilde ze aangeven dat haar geharnaste roem ook een zachte kant heeft. Barend speelde graag voor ridder en trok het Spaanse harnas aan dat thuis op een oude paspop stond en dan was er nog het verband met het hartzakje dat je hart beschermde als een harnasje. Dat laatste voorbeeld werd genoemd naar aanleiding van een woordenwisseling over de slechte toestand van Barends gebit.

Het relaas heeft kleur vanwege het rijk geschakeerde taalgebruik, het zwarte randje verkrijgt het door de tragiek die erachter verscholen ligt. De tragiek is wel een belangrijk thema, de rol die de moeder en de vader in het gezin hadden heeft een stempel gedrukt op het hele gezin. Het gezin was geen eenheid, waardoor Barend zich geïsoleerd heeft en daarmee het onvermijdelijke schuldgevoel aangewakkerd heeft bij de zussen. Je wilt als zus niet dat je broer lijdt, je wilt helpen, maar wat te doen wanneer de broer weigert? Het boek staat vol met Latijnse citaten, verwijzingen naar beeldende kunst, literatuur, de mythologie en de bijbel. Daarmee is het een waardevol en puur document geworden van een gezin, dat niet altijd een gezin was.

*Meret Oppenheim was een Duitse schilder, beeldhouwer en objectkunstenaar. Haar werk wordt gerekend tot de kunststromingen surrealisme en dada.

Over de auteur

Charlotte Jacoba Maria Mutsaers (1942) ging na haar gymnasiumopleiding Nederlands studeren aan de Universiteit van Amsterdam, waarna ze docente Nederlands werd in het Hoger beroepsonderwijs. Ondertussen doorliep ze de avondopleiding tekenen en schilderen aan de Gerrit Rietveld Academie, eveneens in Amsterdam. Kort na haar eindexamen in schilderen en vrije grafiek werd ze als docente schilderen aan deze academie benoemd. Ze heeft er meer dan tien jaar les gegeven. Behalve schilderijen en grafiek heeft Mutsaers ook postzegels en affiches ontworpen, illustraties gemaakt voor de Boekenbijlage van Vrij Nederland en talloze boeken van een omslag voorzien.

Haar schilderijen werden onder meer geëxposeerd bij Galerie Piet Clement (Amsterdam), in het Frans Hals Museum te Haarlem, het Gemeentemuseum van Arnhem, de Nieuwe Kerk te Amsterdam en het Museum de Beyerd te Breda. Rond haar veertigste begon Mutsaers met schrijven. Ze schreef onder andere een aantal romans en essays. In 2010 ontving ze de P.C. Hoofdprijs. [Bron: Wikipedia]

Eerder verschenen op Met de neus in de boeken