Het geluk van de wolf

Vrijdag, 15 oktober, 2021

Geschreven door: Paolo Cognetti
Artikel door: Marnix Verplancke

Menselijke afhankelijkheid van de natuur

De eerste zin

Fausto was veertig toen hij, op zoek naar een plek om opnieuw te beginnen, zijn heil zocht in Fontana Fredda.

Recensie

Nadat zijn relatie met Veronica slecht is afgelopen verlaat de veertigjarige Fausto Milaan en keert hij terug naar de plek waar hij zich ooit gelukkig voelde, het Alpendorp Fontana Fredda. De winter komt eraan, er zal weer geskied en gefeest worden en wellicht is er wel werk te vinden. En zo geschiedt het ook. Hij kan als kok aan de slag in De tafel van Babette, zo genoemd naar de novelle van Karen Blixen, en wordt er op slag verliefd op de dertien jaar jongere serveerster Silvia. Alleen weten ze allemaal dat in de Alpen het leven niet gedicteerd wordt door het mensenhart, maar wel door de seizoenen. Eens de lente aanbreekt zal Babette haar restaurant sluiten, zullen Fausto en Silvia huns weegs gaan en zal alles weer herbeginnen.

Nederlandse Natuurkundige Vereniging

Vijf jaar geleden werd Paolo Cognetti een internationale literaire superster met de ronduit grandioze roman Het geluk van de wolf. Het is een andere roman geworden, meer over particuliere personages dan het bijna mythisch aandoende De acht bergen, maar toch ook weer niet zo anders. Cognetti zet zijn verkenning van wat het betekent om in de bergen te leven gewoon verder, en komt met nieuwe antwoorden. Zo wijst hij bijvoorbeeld op de menselijke afhankelijkheid van de natuur, het weer en de buitenwereld. Wanneer een lawine even buiten Fontana Fredda een bergflank kaal maait gaan Fausto en de immer aan Babettes bar hangende Santorno aan de slag met de afgeknapte dennen en lorken. Samen met een stuk of twintig anderen werken ze een hele zomer lang om uiteindelijk te horen te krijgen dat niemand geïnteresseerd is in het hout. En dus wenkt een nieuwe toekomst, een andere plek misschien wel, en een andere baan, want in de bergen zijn de mensen als wolven, op zoek naar het geluk dat steeds weer achter een andere bergkam verborgen lijkt te liggen.

Drie vragen aan Paolo Cognetti

Waarom keer je steeds terug naar de bergen, omdat mensen naar het verleden verlangen, zoals de vader van Fausto zegt?

Cognetti: “De tijd verstrijkt er langzamer en lijkt soms zelfs bijna stil te staan. Als ik terugkeer naar de paden uit mijn kindertijd, vind ik na veertig jaar dezelfde stenen, bomen en stromen. Daarom lijken de bergen onze herinneringen beter te bewaren dan de stad. Hoe ouder je wordt, hoe meer waarde je daar ook aan gaat hechten. Alles verandert om ons heen. We veranderen van huis, werk en metgezellen. Dierbare vrienden sterven en kinderen worden geboren. We worden grijs en ons hele leven lijkt te vervliegen. Maar daarboven in de bergen rijgen de seizoenen zich tot een eeuwige cyclus aaneen: lente, zomer, herfst, winter en weer lente. De beekjes blijven stromen, de wolken blijven komen en dat allemaal tegen de achtergrond van de eeuwige rotsen. Er rondwandelen is als naar een tempel gaan.”

Je personages zijn enkelingen die op zoek zijn naar het geluk van de wolf. Is dat typisch voor bergmensen?

Cognetti: “Ja, wij hebben een andere verhouding met de eenzaamheid dan stedelingen. Iemand in de bergen leert alleen te zijn. Niet dat hij in die eenzaamheid het geluk vindt, maar ze wordt een gewoonte. En soms ook een lijden, vandaar het alcoholprobleem waar sommige enkelingen last van hebben. Voor bergmensen zijn ontmoetingen vaak veel intenser, of het nu om vriendschap of liefde gaat. We geven onszelf makkelijk bloot aan gelijkgestemden, zoals Fausto en Silvia doen. We proberen een beetje voor de ander te zorgen, zoals Santorso doet. Of we bouwen zoals Babette een klein warm plekje, een toevluchtsoord voor onszelf en anderen.”

Het zijn ook allemaal mensen die graag de handen uit de mouwen steken. Fausto is een schrijver, maar ook een kok. Herkennen we hier Paolo Cognetti?

Cognetti: “Ik geloof in het anarchistische idee dat de scheiding tussen fysiek en intellectueel werk een van de kwaden van onze samenleving is. De mensen met de hersenen gaan zich al gauw boven die handarbeiders stellen, waardoor klassen en conflicten ontstaan. We zouden die twee allemaal moeten combineren en de nederigste taken niet aan anderen delegeren. Het is goed voor een schrijver om een ​​tijdje in de keuken te werken en de badkamer te poetsen. Zelf hou ik enorm van koken, want het is een manier om voor anderen te zorgen.”

Eerder verschenen op Knack