Het lelijkste meisje van de klas

Woensdag, 23 maart, 2016

Geschreven door: Don Duyns
Artikel door: Kelly van Heck

Een simpel charmeoffensief

Toneel- , film- en televisieschrijver Don Duyns schreef met Het lelijkste meisje van de klas zijn vijfde prozawerk. Het werd een bundel met maar liefst 27 cynische verhalen over eenzame en melancholische losers.

Duyns’ personages zijn verbitterd. Gerda uit het verhaal ‘Baantjes trekken’ weet dit precies te beschrijven:

‘De zurigheid neemt toe in haar, ze is een pak bedroven melk aan het worden, een dat je beter uit de schappen kunt halen.’

De zurigheid bij de personages wordt veroorzaakt door ontevredenheid met hun man, hun medesporters, hun baas, hun klasgenoten, hun seksualiteit, hun uiterlijk en hun leven in het algemeen. Nooit ligt het aan henzelf, maar altijd aan iets of iemands anders. Laffe personages zijn het, stuk voor stuk, niet bij machte om zich los te rukken uit de dagelijkse sleur. En dat maakt ze knorrig, zoals Simon uit ‘Geen omelet’ beschrijft:

Nederlandse Natuurkundige Vereniging

‘De obers zijn er doorgaans chagrijnig, wat hij juist prettig vindt, want dat is hoe hij de wereld begrijpt. Mensen die hem opgewekt tegemoet treden, maken hem onrustig. Vanwaar de vrolijkheid, denkt hij dan.’

Vloeken en schelden

Kenmerkend voor de hele bundel zijn de cynische toon en het gescheld. Duyns schroomt er niet voor om gebruik te maken van woorden die in sommige delen van Nederland ten strengste verboden zijn. Het titelverhaal van de bundel begint bijvoorbeeld met de zinnen:

‘Weer een kutdag. Net zo’n kutdag als alle andere kutdagen van dit nooit eindigende kutjaar. Janis begrijpt niet waarom ze zich ’s ochtends uit haar muffe bed sleept om naar die kutschool te gaan.’

In het verhaal vertelt Duyns over een aan drugs verslaafde zangeres, die tijdens haar middelbare schoolperiode werd uitgeroepen tot ‘Lelijkste man van het jaar’. De verwijzing naar Janis Joplin is duidelijk, evenals die naar Jimi Hendrix en James Morrison in de verhalen ‘Jimi’s lul’ en ‘De val’. Duyns is ook niet bang om onderwerpen als seksualiteit, drugs en geweld aan te snijden. Het gescheld, het zelfmedelijden van de personages en de cynische toon zorgen voor humor, maar wel van het type waarvan je moet houden. Voor sommigen kunnen de verhalen wat grof overkomen, als puur leedvermaak. Behalve de drie hierboven genoemden, zijn de personages namelijk allemaal losers die nooit iets zullen bereiken in hun leven.

Te simpel?

Duyns weet zijn lezers dus wel te vermaken, maar nergens gaat hij echt de diepte in. We denken de personages te kennen, maar dat is slechts bedrog. Over de oorzaken van hun mislukte levens komen we niets te weten. Hoe ze er uit zien weten we ook niet, evenmin als hun beroep of uit wat voor familie ze komen. Iets meer context zou de verhalen over deze willekeurige individuen ongetwijfeld iets meer bite hebben gegeven.

Maar misschien is dat simpele juist de charme van deze bundel. Duyns vertelt wat nodig is, zonder nonsens en opsmuk. En of het nu zijn bedoeling was of niet, op deze manier kunnen we op een afstandje om deze losers gaan staan lachen en hoeven we ons niet per se met hen te identificeren. Met meer diepgang waren de verhalen misschien te confronterend geweest, omdat we waarschijnlijk niet eens zoveel van hen verschillen. En wie wil zich nu herkennen in deze nukkige zielen?


Laat hier je reactie achter:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.