Het liberalisme en zijn schaduwzijden

Zondag, 17 juli, 2022

Geschreven door: Francis Fukuyama
Artikel door: Stijn Klarenbeek

Hoeveel is het liberalisme waard?

Met zijn nieuwe boek wil de Amerikaanse socioloog, politicoloog en filosoof Francis Fukuyama het liberalisme verdedigen en het kapitalisme behouden. Maar is die combinatie wel mogelijk? Stijn Klarenbeek: “Met zijn conservatieve agenda doet Fukuyama het liberalisme uiteindelijk meer waad dan goed.”

[Recensie] Het jaar 1989 markeert niet  alleen het einde van de  Koude Oorlog, maar van de  Geschiedenis als zodanig. Met de overwinning van de  liberale democratie gekoppeld  aan een vrijemarkteconomie  waren we aangekomen  bij “het eindpunt van  de ideologische ontwikkeling  van de mensheid. Vanaf nu zouden we allemaal  dezelfde kant op  bewegen: naar de kant van  liberalisme, democratie en  globalisering. Alle alternatieven  zouden een stap  terug in de tijd betekenen.  Politiek was niet langer een  strijd tussen ideologieën,  maar kon zich toeleggen op  het vasthouden van het  bestaande. 

Uitholling 
Zo wordt The End of History  and the Last Man van Francis  Fukuyama vaak gelezen: als een optimistisch boek. Maar in zijn klassieker, als boek gepubliceerd in 1992, is Fukuyama zelf helemaal  niet zo hoopvol. In de laatste  paar hoofdstukken  beschrijft hij hoe de vreugde van de overwinning over  kan slaan in verveling. Nu er geen grote strijd meer te  voeren is, nu de vijand in de  vorm van fascisme en communisme  verslagen is, wat  kunnen we dan nog doen?  “Misschien zal juist dit vooruitzicht  van eeuwen van  verveling ertoe dienen de  geschiedenis weer aan de gang te krijgen,” zo schreef  Fukuyama somber. 

Als we om ons heen  kijken zien we dat deze  vrees werkelijkheid is  geworden. Niet alleen Poetins agressie-oorlog is hier een teken van, maar ook  de geleidelijke uitholling van het liberalisme wereldwijd: van Polen en Hongarije  tot Brazilië en India. In  alle uithoeken van de  wereld zijn bewegingen opgekomen die alternatieven  voorstaan waar de liberale democratie van  Fukuyama in niets op lijkt. Zo bezien is de geschiedenis  weer begonnen – of  misschien is ze wel nooit geëindigd. 

TijdvoorTijdschriften

Fukuyama schreef zijn nieuwste boek als reactie  op deze ontwikkelingen. “Dit boek is een verdediging  van het liberalisme,” zo opent hij zijn Liberalism  and its Discontents, waarvan  de Nederlandse vertaling in  juni verscheen onder de titel Het liberalisme en zijn schaduwzijden. Want hoewel het liberalisme ooit als vanzelfsprekend werd beschouwd, zo gaat hij verder, moeten we in deze tijd de deugden ervan opnieuw verwoorden en vieren. Kort gezegd komt  het liberalisme van  Fukuyama neer op universalisme en individualisme, gebaseerd op de gelijkheid  van alle mensen die wordt gewaarborgd door de rechtsstaat. 

Fukuyama ziet dat dit liberalisme niet alleen  onder vuur ligt door rechtspopulisten, maar ook door linkse progressieven. Vanuit links is er onvrede omdat het liberalisme niet heeft kunnen waarmaken wat het heeft beloofd: gelijkheid voor iedereen. Hun onvrede komt dus niet zozeer voort uit de doctrine  zelf, maar vooral uit hoe  die doctrine zich de afgelopen  generaties heeft ontwikkeld. Vanaf de late jaren 1970 is het liberalisme  omgeslagen in een neoliberalisme, zo wordt in het  boek beschreven, dat de  economische ongelijkheid ‘dramatisch vergrootte’ en ‘verwoestende financiële  crises veroorzaakten die  gewone mensen veel harder raakten dan rijke elites’. Het antwoord op hun  onvrede moet volgens Fukuyama dan ook niet zijn om het liberalisme als  zodanig te verwerpen,  maar om het aan te passen,  om de theorie in de  praktijk te verwezenlijken. 

Identiteitspolitiek 
Dat is precies wat Groen-Links voorstaat. Het streeft  ernaar het neoliberalisme ongedaan te maken door te  strijden voor economische  gelijkheid, en het tegelijkertijd  te verbreden naar andere vormen van emancipatie: feminisme, antiracisme,  klimaatrechtvaardigheid. Pas als dit allemaalgeslaagd is kunnen we  zeggen dat het liberale  project voltooid is, dat ze  haar eigen principes heeft  waargemaakt. Maar zover  is het nog niet – en dus is er  politieke actie nodig om het  te realiseren. Op dit punt  komt echter de conservatieve  Fukuyama naar boven,  die maar weinig begrip  toont voor het ‘groepsdenken’ dat achter ‘identiteitspolitiek’  ligt. 

Niet alle identiteitspolitiek  is echter slecht, wil Fukuyama nog wel toegeven.  Toen het in de jaren  1960 opkwam, openden  gemarginaliseerde groepen  – met name vrouwen en  zwarte mensen – de aanval  op het systeem met gelijkheid  als doel. Hun identiteitspolitiek  was een  ‘krachtig middel’ om mensen  te laten inzien hoe hun  persoonlijk onrecht samenhing  met het onrecht van  anderen uit hun groep.  Vanuit dit inzicht verenigden  ze zich met een gezamenlijk  doel. “Zo bezien is  het doel van identiteitspolitiek  het voltooien van het  liberale project,” zo concludeert  Fukuyama. 

Tegenwoordig is dat nog steeds het doel – ondanks de karikatuur die Fukuyama van identiteitspolitiek maakt door af te geven op ‘intersectionaliteit’,  ‘postmodernisme’ en filosofen als Foucault zoals we van rechtspopulisten gewend zijn, maar niet van keurige academici. Nog steeds worden groepen door het liberalisme uitgesloten, en nog steeds streven ze naar insluiting. Maar omdat de wereld van de  jaren zestig niet meer de onze is en ons begrippenkader is uitgebreid, gebeurt  dat op een andere manier. Zo laten de sociale bewegingen  van vandaag zien dat feminisme samenhangt met antikapitalisme, en dat de strijd tegen klimaatverandering  samen moet  gaan met antiracisme. Ze geven inzicht in de complexiteit  van de maatschappij  en op welke  manieren het liberale project  voltooid zou kunnen worden.

Maar voor Fukuyama gaat dit te ver omdat hij hoe dan ook vast wil houden aan het kapitalisme – en daar ligt precies het probleem. Mensen zijn  ontevreden over het kapitalisme omdat het ze ondanks alle beloftes maar niets brengt, en omdat het  kapitalisme altijd vast lijkt te zitten aan het liberalisme ligt dat laatste nu  onder vuur. Als we het liberalisme willen beschermen moeten we het dus juist loskoppelen van het  kapitalisme. Pas dan kan het liberale project voltooid worden. 

Verheffingsideaal
In zijn vloeiend geschreven betoog lijkt Fukuyama te willen streven naar het voltooien van het liberale project, naar een universele  gelijkheid. Maar al lezende  komen we erachter dat hij  er vooral niet te veel voor  voor wil opgeven: de status  quo moet zoveel mogelijk  gehandhaafd blijven. Zo blijft hij vasthouden aan  het kapitalisme, terwijl groene alternatieven voor dat systeem compatibel zijn met het liberalisme. Het ontbreken van deze  invalshoeken maakt het  een wat beperkt, weinig  vernieuwend boek. 

Met zijn conservatieve agenda doet Fukuyama  het liberalisme uiteindelijk  dan ook meer kwaad dan goed. Het is het linkse  verheffingsideaal van allen waarin het  liberalisme het beste tot  zijn recht komt. Links moet dat zien te  verwezenlijken voordat de  rechtspopulisten ermee  aan de haal gaan, en de werkelijke uitholling van  het liberalisme gaat beginnen.   

Eerder verschenen in De Helling