Het mollenfeest

Dinsdag, 1 februari, 2022

Geschreven door: Dominique Biebau
Artikel door: Jan Stoel

Moderne ‘Dodendans’

[Recensie] Op de cover van Russisch voor beginners waarmee hij de Knack Hercule Poirotprijs én de Gouden Strop wist te winnen combineert Biebau literatuur met een spannend verhaal. Het verhaal verwijst naar Van der Mollenfeeste. In dit epische gedicht van de uit Brugge afkomstige Anthonis de Roovere (1430-1482) nodigt de dood de mensen van alle standen uit om naar het Mollenfeest te gaan: voor de dood is iedereen gelijk. Dit gedicht past in de tijd waarin oorlogen, ziekten (de pest), honger er toe leidde dat mensen niet oud werden. De Dodendans kende in de 15e eeuw haar hoogtepunt met als boodschap ‘Memento mori’: denk eraan dat je moet sterven. Biebau verbindt dit thema met Het mollenfeest, want ook hier lijkt de dood onontkoombaar en worden de personages als het ware door de dood ‘uitgenodigd.’ Biebau laat ieder van de negen delen in zijn verhaal voorafgaan door een (deel van een) regel van het origineel van De Roovere. Het geeft aan wat de kern van het deel is. Het begint met ‘Maeckt u ghereet’ en eindigt met ‘’t is ghedaen.’ Hij heeft zo een moderne ‘Dodendans’ geschrevenen.

De opening van Het mollenfeest zorgt meteen voor spanning. Het is de winter van 2018. “Ze rijdt snel. Normaal doet ze dat nooit. Zo is ze niet. Nooit geweest. Altijd stipt met haar belastingen, nooit restafval bij haar PMD, geen kapsones. Degelijk als een Volvo. Saai als een Saab.” Deze korte zinnen hameren je tegemoet. Een vrouw wordt gedwongen de watertoren te beklimmen en naar beneden te springen, de dood tegemoet. “Ze kantelt de duisternis in. Breekt alles.” Wat is er aan de hand? Wie is die vrouw? Pas aan het eind van het verhaal wordt dit duidelijk.

Dan gaat het verhaal terug naar 1987. Vier nichten, Griet, Anna, Carla en Isabelle (allemaal geboren in de zomer van 1976) zijn close met elkaar en spelen op de boerderij van hun opa, die als toepasselijke naam Brise-Tout [=alles kapotmaken] heeft gekregen en in het bos ‘Mollendaal’ staat. Opa heeft als vrijwilliger in Korea gevochten en heeft er een trauma opgelopen. Hij gelooft dat in het bos de Mollenkoning woont. Opa’s werkkamer is verboden gebied, maar de nichtjes jutten elkaar op. Griet stapt de kamer binnen en komt vervolgens naar buiten “haar gezicht wit als oma’s trouwjurk.” Ze zegt dat ze niets gezien heeft. “Alles is er oud en kapot.” “Nooit praatte ze wat ze die dag in opa’s kamer had gezien. Tot het te laat was.” Griet verandert in een stil type. Zes jaar later, de nichten zijn dan inmiddels zestien jaar, bezatten ze zich en komen bij de Tumulus uit, het heuveltje midden in het Mollenbos waar opa jaren geleden een dode mol gevonden had en er van overtuigd was dat de Mollenkoning er begraven lag. Ze bezegelen er hun verbond, schrijven hun diepste geheim op een briefje, stoppen dat in een fles en begraven het in de Tumulus, om ooit… “Zo begon de ellende.”

Het verhaal verloopt daarna chronologisch vanaf 1998 tot en met 2021 en wordt verteld vanuit het perspectief van een van de personages. We leren ieder van de nichten beter kennen (de verwijzing naar De Roovere heeft als titel ‘Alle jonghe ghesellen fijn’) krijgen zicht op hun gehechtheid aan elkaar, hun onderlinge relatie, hun geestesgesteldheid, hun geheimen. Thomas, de vriend van Griet, zorgt voor een nieuw element in de onderlinge verhoudingen. Hoewel hij bescheiden is en snel bloost “Het kleinste psychische onbehagen leidden tot een scharlaken verkleuring ter hoogte van zijn wangen” weet hij alle nichten voor zich te winnen. Hij wil dolgraag kinderen met Griet, maar die houdt de boot af. Biebau noemt het zo ‘in het voorbijgaan’, maar er ligt een diepere reden aan ten grondslag, die Griet niet vertelt. De relatie met Griet strandt en Thomas krijgt later een relatie met Anna. Samen krijgen ze Jona, een zwaar gehandicapt kind. Toeval?

Boekenkrant

Langzamerhand zie je een verschuiving in de relatie van de nichten komen. De onderhuidse spanning neemt toe en wordt versterkt door de mysterieuze en angstaanjagende cursieve delen aan het begin van ieder deel. Het is duidelijk dat het daarin om een vrouw gaat die radeloos en kwaad is. Maar waarom? En wie is het? Ze vindt bijvoorbeeld een gewonde mol aan de kant van de straat, verbindt het pootje en doet het dier vervolgens in een plastic zak, knoopt die dicht en kijkt hoe het spartelen van het diertje begint. En wat heeft Griet nu precies gezien in die werkkamer van opa en waarom zwijgt ze?

Het verleden van haar grootouders ontregelt het leven van de vier nichten totaal tot ‘het mollenfeest’ aan toe.

Biebau is een meester in het opbouwen van zijn verhaal waarin familierelaties, schuld, schaamte leiden tot een verrassende ontknoping. In het plot komen de lijntjes bij elkaar. Je blijft ontroerd achter.

Biebau diept de psychologische kant van zijn personages mooi uit. Dat zorgt voor verdieping en geeft het verhaal gelaagdheid. Plotwendingen zorgen voor extra spanning en hij weet de sfeer van bijvoorbeeld het ‘duistere’ Mollenbos mooi te tekenen. Verder geeft hij historische, maatschappelijke en artistieke [literaire] verwijzingen een logische plek in het verhaal. Zelfs Anthonis de Roovere wordt in het verhaal gesmokkeld. Thomas is leraar Nederlands is en behandelt ieder jaar Van der Mollenfeeste in de klas. Het is genieten van de stijl van Biebau: verfijnd, raak, beeldend. Als het over Thomas gaat: “De deuren in zijn hoofd waren oud en bezaten sloten noch grendels, zodat donkere gedachten zich met alle gemak door hun kieren en spleten konden wringen.” En deze: “Het verleden was een korstje. Iedereen wist dat je dat beter met rust liet, maar niemand kon het laten er af en toe een goed aan te krabben.”

Biebau heeft een spannend en literair verhaal geschreven. Het is genieten van deze moderne dodendans!!!

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles