Het ontwerpen van woningen

Maandag, 11 juli, 2022

Geschreven door: Bernard Leupen
Harald Mooij
Artikel door: Evert van der Veen

Een handboek, maar ook maar toegankelijk voor iedereen die in woningbouw is geïnteresseerd

“Vernieuwing begint bij kennis van het bestaande. De rijkdom aan reeds ontwikkelde principes verdient het steeds weer opnieuw bestudeerd te worden. Het vergelijken en analyseren van oplossingen helpt de juiste ontwerpuitgangspunten te kiezen voor de nieuwe opgave” (p. 7).

[Recensie] Dit handboek kent onder andere hoofdstukken als wonen, woongebouw, stedelijk ensemble en ontwerpproces. “De kracht van ons boek ligt vooral op de uitgebreide theoretische onderbouwing van de gehanteerde typologieën als op de breedheid aan thema’s die in dit boek aan de orde komen” (p. 8).

Foto’s van projecten – architecten
Veel tekeningen en zwart/wit foto’s vergezellen de tekst die zijn voorzien van de nodige toelichting waardoor ze meer dan zijn een ‘plaatje’ bij de tekst. Terwille van de omvang van het boek zijn ze waarschijnlijk betrekkelijk klein gehouden; in iets groter formaat zouden ze meer tot de verbeelding spreken. De foto’s zijn deels van historische waarde wanneer het gebouwen uit het begin van de 20e eeuw betreft en de blik is duidelijk internationaal.

Enkele bekende namen van architecten die voorbijkomen: het Danstheater in Den Haag van R. Koolhaas, villa Savoye van Le Corbusier uit 1929, flat in Amsterdam uit 1955-1957 van Jan Rietveld, woning van Ludwig van der Rohe uit 1946-1951, rijwoningen in Stuttgart uit 1927 van J.J.P. Oud. Misschien wel de meest opzienbarende foto is die van ogenschijnlijk willekeurig gestapelde woningen in Montreal, daterend uit 1967, een ontwerp van Moshe Safdie.

Hereditas Nexus

Stilstaan bij wonen
Bernard Leupen en Harald Mooij gaan in het verkennende hoofdstuk Wonen terug naar de prehistorie en gaan in grote stappen door de geschiedenis van het wonen. De auteurs gaan in het verkennende hoofdstuk Wonen terug naar de prehistorie en gaan in grote stappen door de geschiedenis van het wonen. Verrassend is het bekende citaat uit een 12e eeuws manuscript in een klooster met deze – in hedendaags Nederlands – tekst: “Hebben alle vogels nesten begonnen behalve ik en jij, wat wachten we nu”. Dit citaat illustreert de aloude behoefte van de mens om een woning als onderdak te bouwen. Ook filosofen laten in dit hoofdstuk hun licht over wonen schijnen.

Aspecten van wonen
Diverse woningtypen komen ter sprake waarbij het ruimtelijke en materiële aspect van belang zijn. Deze twee lijnen vormen de basis voor het vervolg in dit boek. De auteurs staan stil bij het doel van uiteenlopende ruimten en aan welke eisen deze daarom dienen te voldoen. Wonen is leven in al z’n uiteenlopende dimensies en menselijke activiteiten. Interessant is wat er over de hal wordt gezegd: oorspronkelijk één van de belangrijkste ruimten van het huis, zoals het atrium in het Romeinse huis de centrale open ruimte vormde, het visitekaartje van de bewoner. “In de woningbouwprojecten vanaf de negentiende eeuw werd de hal echter steeds meer teruggebracht tot een functionele ruimte die toegang gaf tot de andere ruimten in de woning, of ze verschrompelde tot niet meer dan een tochtportaal, als residu van de overgang tussen binnen en buiten” (p. 111).

Te midden van de vele voorbeelden herkende ik de studentenwoningen aan het Mijnbouwplein in Delft. In 2010 werd het voormalige laboratorium Technische Physica van de TU omgebouwd tot huisvesting van studenten. Toen onze zoon hier studeerde en woonde, zijn wij hier regelmatig geweest.

Er is aandacht voor de diverse verschijningsvormen van woningen, variërend van vrijstaand tot maisonnette. Ook de inbedding in de stedelijke omgeving krijgt aandacht zoals het villapark en de lintbebouwing. Een fraai voorbeeld van de laatste is het bouwblok aan de Herengracht in Amsterdam uit 1614 – 1625. Simon Stevin, ook bekend vanwege zijn waterbouwkundige projecten, tekende het plan dat de basis vormt voor wat nu De Gouden Bocht wordt genoemd.

Interessant is de techniek van de bouw waar het bouwskelet en de dragende constructie ter sprake komen. Ook is er aandacht voor diverse onderdelen van de woning. Le Corbusier maakte in 1952 in Marseille van de schoorsteen een  architectonisch statement en gaf zo het functionele een fraaie en opvallende vorm. Ook de omgeving waarin wordt gebouwd, grondsoort en klimaat komen aan de orde.

Bernard Leupen was tot 2008 universitair hoofddocent aan de faculteit bouwkunde, afdeling architectuur, van de Technische Universiteit in Delft. Harald Mooij is architect in Amsterdam en tevens als docent en onderzoeker verbonden aan de afdeling architectuur van de TU in Delft.

Dit boek is de tweede uitgebreide druk van Het ontwerpen van woningen en het is als handboek een allesomvattende basis voor studenten bouwkunde maar toegankelijk voor iedereen die in woningbouw is geïnteresseerd. Een boeiende kennismaking met de architectuur van woningen!

Voor het eerst gepubliceerd op Bazarow