Het profiel van de leider

Maandag, 10 augustus, 2015

Geschreven door: Jaap van Ginneken
Artikel door: Marnix Verplancke

Waarom zijn socialisten vijf centimeter korter dan conservatieven?

Waarom werd de Koude Oorlog beslecht door lange mannen? Waarom zijn socialisten vijf centimeter korter dan conservatieven? En waarom zou Hillary Clinton volgend jaar misschien beter niet de Amerikaanse presidentsverkiezingen winnen? Massapsycholoog Jaap van Ginneken kent de antwoorden.

‘Doe als Carla – kies het kleinere Franse model’. Het was in 2008 de reclameslogan van een autoverhuurder die niet alleen alludeerde op het recente huwelijk van model en singer-songwriter Carla Bruni met de Franse president Nicolas Sarkozy, maar tegelijkertijd ook een knipoog trok naar het kleine postuur van deze man. Met zijn 1,68 meter was hij een lilliputter onder de wereldleiders, en dat besefte hij zelf maar al te goed. Van zo gauw hij in het Elysée zat, verving hij de grootste helft van de presidentiële lijfwacht – die nog dateerde uit de tijd van Chirac – door kleinere mannen, zodat hij zelf een stapje groeide. Vervolgens bestelde hij speciale schoenen die zowel vanbinnen als vanbuiten verhoogd waren. En als dat niet voldoende was liet hij een voetenbankje aanrukken, zoals voor de fotoshoot ter herinnering van D-Day, toen hij tussen Obama en Cameron – allebei 1,85m – diende plaats te nemen. ‘Als kind werd Sarkozy al gepest omwille van zijn lengte,’ zegt de Nederlandse massapsycholoog Jaap van Ginneken, ‘Bovendien besteedde zijn vader geen aandacht meer aan hem nadat deze van zijn moeder was gescheiden. Sarkozy kreeg dus het gevoel dat men hem onophoudelijk over het hoofd zag, en daardoor werd hij heel ambitieus.’

Jaap van Ginneken, voorheen verbonden aan de universiteiten van Leiden en Amsterdam en de Ceram Business School van Nice, waar hij zich toelegde op onderwerpen als politieke psychologie, massacommunicatie en zelforganisatie, en sinds een paar jaar fulltime schrijver en spreker, is de auteur van het boek Het profiel van de leider. Hij gaat erin op zoek naar de onbewuste drijfveren die ons kiesgedrag bepalen. En die lijken vrij basaal te zijn. We kiezen immers niet alleen voor programma’s, maar ook voor mensen, en dan blijken lengte, stemhoogte en vorm van het gezicht een doorslaggevende rol te spelen. Zo is de gemiddelde politicus een stuk groter dan de rest van de bevolking, heeft hij een zware stem en bij voorkeur een langwerpig en symmetrisch gezicht. ‘Sinds de oertijd wordt symmetrie geassocieerd met goede genen,’ legt Van Ginneken uit, ‘Met schoonheid heeft het dus niets te maken. We denken onbewust dat we er betere kinderen door krijgen. Uit onderzoek is immers niet alleen gebleken dat symmetrische mannen harder lopen en intelligenter zijn, vrouwen bereiken ook vaker een orgasme wanneer ze met hen vrijen… Daar sta je dan met je goeie fatsoen. Volgens de evolutionaire leiderschapstheorie beschikken we in ons hoofd over een CALP, oftewel een cognitive ancestral leadership prototype dat stamt van bij onze verre voorouders en waaraan we onze leiders nog steeds afmeten. Zo haalt bij Amerikaanse presidentsverkiezingen twee van de drie keer de langste kandidaat de meeste stemmen. Grotere presidenten worden bovendien herkozen en minder grote niet. Maar dat hoeft natuurlijk niet te betekenen dat er geen kleine leiders van het type Sarkozy zijn. Wat je echter telkens zult zien is dat die leiders bezig zijn met hun lengte.’

Tja, dan had Charles De Gaulle het met zijn 1,96m wellicht toch een stuk makkelijker.

Wordt Vervolgd

Van Ginneken: ‘Ja, en hij had ook het voordeel van zijn naam. De man leek daardoor wel in de wieg gelegd voor een succesvolle politieke carrière. Van jongs af aan was hij een kop groter dan zijn medescholieren. Vandaar dat hij door hen meteen Charlemagne werd genoemd, Karel de Grote. Toevallig is Karel de Grote ook de stichter van het rijk van de Franken. Wanneer je een “l” weglaat uit De Gaulle, krijg je De Gaule, van Gallië. Je hebt dan Karel de Grote van Gallië, en dat al vanop de kleuterschool. Op zijn zesde besloot hij president van zijn land te zullen worden. En op zijn vijftiende schreef hij een opstel waarin hij beschreef hoe generaal De Gaulle met een leger van 200.000 man Nancy heroverde op de Duitsers.’

En Herman Van Rompuy dan? Die is nooit met een voetenbankje betrapt, maar hij werd toch maar mooi de eerste Europese president.

Van Ginneken: ‘Van Rompuy is een man die zich heel bescheiden en ingehouden toont. Zo iemand kan soms de geknipte man zijn om het gat op te vullen. Dat heeft hij trouwens een paar keer gedaan. In 2008 lag de Belgische politiek op apegapen. De regering Leterme I was gevallen en er leken te veel olifanten in de porseleinkast rond te lopen om tot een elegante oplossing te komen. Tot men de zachtaardige, schriele Van Rompuy in het oog kreeg en men hem tegen zijn wil in premier maakte. Iets vergelijkbaars gebeurde op Europees vlak, toen Van Rompuy op 1 januari 2010 de eerste voorzitter van de Europese Raad werd. Iedereen was als de dood dat de Europese president een praatjesmaker zou zijn die alle macht naar zich toe zou trekken. Dus hebben ze heel lang gezocht naar een bescheiden en vriendelijke man die bovendien ook nog eens haiku’s schreef en zo kwamen ze natuurlijk bij hem uit. En gelukkig, want hij heeft het voortreffelijk gedaan.’

Van Rompuy was dus gewoon de juiste man op het juiste moment op de juiste plaats?

Van Ginneken: ‘Af en toe komt er bij politiek inderdaad ook wel wat toeval kijken. Neem de lijst van de beroemdste Amerikaanse presidenten er maar eens bij. Van een tot acht zijn dat Lincoln, Franklin Roosevelt, Washington, Theodore Roosevelt, Jefferson, Truman, Wilson en Eisenhower. Waarom zijn dat de grootste presidenten? Omdat ze die functie bekleedden tijdens een oorlog. Of ze goed of slecht regeerden doet niet ter zake. Zij worden geassocieerd met een crisis die het land overleefd heeft en daarom krijgen ze het etiket grote president opgekleefd.’

Zou u beweren dat Poetin zo wild om zich heen slaat omdat hij maar 1,70m is?

Van Ginneken: ‘Precies. Poetin compenseert zijn kleine gestalte door de macho uit te hangen, wetende dat de Russische bevolking een macho als leider wil. Daarom gaat hij met ontbloot bovenlijf op een paard rondrijden of zie je hem aan een hangglider een berg afspringen. Je merkt dat ook aan zijn lichaamshouding. Wanneer hij er niet op let, neemt hij op ongepaste momenten machoposes aan. Dan gaat hij bijvoorbeeld tijdens onderhandelingen onderuitgezakt in zijn stoel liggen met de benen wijd open, zodat hij meer ruimte inneemt en imposanter overkomt. Boris Yeltsin had dat niet nodig. Dat was een fysiek grote Russische president. En Helmut Kohl, die was met zijn 1,93m een reus. Je zou dus kunnen zeggen dat de koude oorlog door de langen is beslecht.’

Was de geschiedenis anders verlopen als Yeltsin en Kohl kleine frêle mannetjes waren geweest?

Van Ginneken: ‘Er was hybris nodig om belangrijke knopen door te hakken. Yeltsin pakte zaken aan die Gorbatsjov niet aandurfde en Kohl ging recht tegen alle andere Europese leiders in wat betreft de hereniging van Duitsland, tot hij uiteindelijk toch zijn zin kreeg. Postuur speelde in beide gevallen een grote rol, daar ben ik van overtuigd.’

Is dat geen al te biologisch-genetische kijk op de zaak?

Van Ginneken: ’Integendeel. Ik pleit uitdrukkelijk niet voor een biologisch-genetische kijk op de politiek. Ik constateer alleen dat een honderdtal zuiver wetenschappelijke onderzoeken uit ondermeer de evolutionaire psychologie de laatste tien tot vijftien jaar een reeks feiten boven water heeft gebracht die anno 2015 op zijn minst verbazingwekkend mag heten. Bij onderzoek naar presidenten en premiers, CEO’s en andere topleiders, worden steeds opnieuw significante verbanden gevonden met lichaamslengte, gezichtsvorm, stemhoogte en zo meer. Dat in het huidige Nederlandse kabinet zeven van de acht mannelijke ministers bovengemiddeld groot zijn en dat iets gelijkaardigs geldt voor zowat iedere regering ter wereld kan toch geen toeval zijn?’

En welke rol speelt huidskleur? Hoe heeft Obama het geflikt om in een politiek blank land als Amerika president te worden?

Van Ginneken: ‘Door een blanke in zwarte verschijningsvorm te zijn. Hij is het kind van een Keniaan en een blanke Amerikaanse, en dus niet van zwarte slaven. Bovendien komt hij niet uit de burgerrechtenbeweging en is hij opgevoed door zijn blanke, middenklasse grootouders. Uiteindelijk is hij – via beurzen – aan de Harvard Law School beland, waar talloze Amerikaanse presidenten voor hem een opleiding kregen. Als je naar hem kijkt, merk je dat hij anders is. Hij beweegt niet als een zwarte en hij heeft niet de mimiek van een zwarte. Plaats hem maar eens naast een typische angry community organiser en je ziet zo het verschil. Hij straalt kalmte uit, is lang en heeft altijd zo’n keurige advocatenjas aan. Hij heeft de manier van praten en zich gedragen overgenomen van een blanke, zelfzekere advocaat. Hij heeft iets elitairs over zich en daarom was hij geloofwaardig als kandidaat, en dat in tegenstelling tot bijvoorbeeld Jesse Jackson die een paar decennia geleden de democratische nominatie niet in de wacht kon slepen.’

De eigenschappen die u in uw boek vermeldt, lijken allemaal heel mannelijk. Het glazen plafond waar vrouwen tegen stoten is dus biologisch bepaald?

Van Ginneken: ‘Van de hoogste functies, zowel in de politiek als in het bedrijfsleven, wordt nu maar vijf à zes procent door vrouwen ingevuld. Dat komt niet alleen omdat ze vrouw zijn, maar ook omdat ze kleiner zijn en een hogere stem hebben. Dat dwingt minder respect af en leidt sneller tot een laatdunkende houding. Wanneer een mannelijke CEO uitvoerig praat gaat zijn competentiescore volgens zijn omgeving met tien procent omhoog. Wanneer vrouwelijke CEO’s dat doen daalt hun competentiescore met veertien procent. Dat is dus een kwart verschil, zonder dat daar enige reden voor is. Het is goed dat we weten welke mechanismen hier spelen. De volgende vraag is dan of we er wat aan kunnen doen, al was het maar door er een kaartje naast te hangen: let op, hier gebeurt dit of dat. En dan kunnen we daar rekening mee houden. Het is immers niet omdat iets biologische gronden heeft dat je het ook zomaar moet aanvaarden.’

In dit opzicht had Angela Merkel toch alles tegen: een vrouw van amper 1,65m.

Van Ginneken: ‘Aanvankelijk had ze inderdaad alles tegen. Ze was een onzichtbare, raar geklede en een raar kapsel torsende Ossie. Kohl noemde haar kleinerend “das Mädchen”, en precies daarom ook schoof hij haar naar voor als zijn opvolger. Hij was als de dood dat zijn corruptie-affaires boven water zouden komen en hij vertrouwde erop dat das Mädchen daar niet dieper in zou durven gaan graven. Maar het tegendeel is gebeurd natuurlijk. Na de verkiezingen van 2005 volgde er een debat tussen womanizer Gerhard Schröder en Merkel, waarbij de socialist zich van tafel liet vegen omdat hij dat lelijke eendje volstrekt onderschat had. Jij een regering vormen, dacht Merkel wellicht, dat zullen we nog wel eens zien. Lengte en aantrekkelijkheid kunnen dus ook in negatieve zin een rol spelen.’

Zou je Merkel een opvolgster van Margaret Thatcher noemen?

Van Ginneken: ‘Vrouwen van de eerste generatie die doorbreken in een mannenmilieu moeten zich vermannelijken om mee te kunnen. Pas de tweede generatie kan zichzelf toestaan vrouwelijker te zijn. Thatcher was duidelijk iemand van de eerste generatie. Zo heeft ze stiekem twee lange stemtrainingen gevolgd om haar stem omlaag te krijgen, een eerste keer toen ze in het parlement kwam en vervolgens nog een keer toen ze premier zou worden. Maar Thatcher is ook op een heel ander vlak interessant. Ze is een mooi voorbeeld van hetgeen macht met een mens doet. Iedereen uit haar omgeving zei dat ze op het einde van haar carrière als eerste minister knettergek was geworden. Na elf jaar aan de macht luisterde ze naar niemand meer, schreeuwde ze haar mening uit en behandelde ze haar plaatsvervanger als een boksbal en een voetenmat.’

Merkel is intussen ook al tien jaar aan de macht. Tijd voor een wissel?

Van Ginneken: ‘Ik zie die hybris bij haar nog niet echt, maar vaak komt de inside informatie pas vele jaren later. Ik denk wel dat ze er goed aan doet af te bouwen. Maar ook hier doet zich de vraag voor: welke opvolger lijkt te veel of te weinig op haar? Bij Erdogan en Poetin zie je echter overduidelijk dat ze overjarig zijn geworden. Ze waren in eerste instantie min of meer democratisch gekozen, maar daarna ging het bergafwaarts met hun democratische gezindheid.’

Pleiten voor maximaal twee ambtstermijnen is dus nog niet zo gek?

Van Ginneken: ‘In feite zou geen enkele leider meer dan acht jaar aan het bewind mogen blijven. Nadien ondergaat hij een persoonsverandering waarbij hij de eigen voortreffelijkheid als gegeven aanneemt, naar niemand meer luistert en zich volledig omgeeft met ja-knikkers. Dat zag je ook bij Tony Blair. De manier waarop hij halsstarrig aan zijn positie vasthield en zijn belofte geen gestand deed dat hij die zou doorgeven aan Gordon Brown was heel pijnlijk. Hij vond Brown gewoon niet goed genoeg. Dat kon hij zelf beter, vond hij. Eens buitengewerkt uit Downing Street 10 ging hij nog veel vreemdere dingen doen, zoals het adviseren van de president van Kazachstan en verklaren dat een verkiezingsuitslag van 95% voor die man in de goede richting ging.’

Nu we het toch over socialisten en conservatieven hebben, waarom zijn die eersten gemiddeld vijf centimeter kleiner dan de tweeden?

Van Ginneken: ‘Succesvolle politici zijn gemiddeld vijf centimeter groter dan de rest van de bevolking. Afgezien daarvan valt het inderdaad op dat de kleinsten socialisten zijn en de grootsten conservatieven. Je kunt je voorstellen dat socialisten uit een bescheidener milieu komen dat generaties lang een fractie slechter is gevoed en een fractie slechter heeft geleefd dan degenen die uit de elite voortkomen zoals bijvoorbeeld David Cameron.’

En waarom stemmen mensen conservatiever wanneer het stinkt in het kieslokaal?

Van Ginneken: ‘Ik wil natuurlijk niet gaan beweren dat je ideologie kunt reduceren tot invloeden uit de zintuigelijke omgeving, maar een half dozijn recente wetenschappelijke experimenten, gepubliceerd in prestigieuze peer-reviewed tijdschriften, laten wel degelijk zien dat er invloeden zijn. Die zijn niet heel erg groot, maar wel verbazingwekkend. Conservatieven worden bijvoorbeeld een fractie conservatiever van vieze geuren of zeep. Progressieven worden dan weer een fractie progressiever voor de lunch, als ze honger krijgen dus, maar na de lunch ebt dat weer weg. Wellicht voelen ze dan iets minder empathie met de achtergestelden in de maatschappij. Dat wordt verklaard met nieuwe theorieën die benadrukken dat lichaam en geest veel nauwer vervlochten zijn dan wij in ons Cartesiaanse wereldbeeld willen erkennen.’

Kun je je kinderen zo opvoeden dat ze later succesrijk zullen zijn, bijvoorbeeld door ze de juiste naam te geven en ze naar de juiste school te sturen?

Van Ginneken: ‘In principe zijn het allemaal biologische kenmerken die niet zo makkelijk te veranderen zijn. Alhoewel, oogknipperen is misschien aan te leren. Als jonge student deed ik freelance journalistiek en toen heb ik Ayatollah Khomeini geïnterviewd, vlak voordat hij uit Parijs terugging naar Iran. Wat me opviel is dat hij zo weinig met zijn ogen knipperde en welke intensiteit daarvan uitging. Toen realiseerde ik me al hoe belangrijk dat oogknipperen wel niet is. Japanse geisha’s moeten zelfs aanleren om heel vaak met hun ogen te knipperen om zo onzekerheid te veinzen. Bovendien praten ze ook met hoge piepstemmetjes. Daar krijgen de heren namelijk een enorme kick van. Er valt dus wel iets aan te leren, maar niet alles natuurlijk.’

En de uitsmijter: beschikt Hillary Clinton over de juiste eigenschappen om de Amerikaanse presidentsverkiezingen te winnen?

Van Ginneken: ‘Ze maakt een goeie kans. Zoals het er nu naar uitziet wordt het de battle of the dynasties: een Clinton tegen een Bush, net zoals in 1992. Hillary heeft dan wel niet de genen van Bill Clinton, maar wel zijn netwerken, de vertrouwdheid met het politieke bedrijf, de vrijwilligersteams van toen en niet te vergeten de financiers. Er wordt immers nu al geschat dat de verkiezingscampagnes van volgend jaar voor het eerst de tien miljard dollar zullen overschrijden. Vorige keer was dat nog maar zes miljard. Dat is natuurlijk krankzinnig.’

Maar ze is wel een vrouw die wanneer ze zich opwindt een hoog stemmetje opzet.

Van Ginneken: ‘Dat was vroeger zeker zo, maar daar zal ze wellicht wel iets aan gedaan hebben. Maar er zit ook een addertje onder het gras. Als president zal zij te maken krijgen met landen die minder geëmancipeerd zijn, en dus met macholeiders die geneigd zullen zijn haar te onderschatten. Ten tweede is Hillary Clinton toch wel een behoorlijke havik. Als overcompensatie voor het feit dat ze denkt dat mensen haar een softie vinden omdat ze een vrouw is, doet ze ontzettend haar best om stoer te lijken. Het gevaar is dat ze daarin doorslaat. Zo heeft ze bijvoorbeeld de Irakoorlog gesteund, net als de interventie in Libië. Ook inzake Israël is ze geenszins kritisch. Misschien krijgen we dus wel met de rare paradox te maken dat er voor het eerst in de geschiedenis een vrouw als Amerikaans president gekozen wordt, en dat die vrouw een nog rampzaliger confrontatiepolitiek voert dan George W. Bush indertijd.’

Maar de belangrijkste vraag is natuurlijk of ze linkshandig is, want vijf van de laatste zeven Amerikaanse presidenten waren linkshandig want van de laatste zeven presidenten waren er drie links, twee dubbelhandig en maar twee gewoon rechts

Van Ginneken: ‘Ik denk het niet, want als dat zo was, zou dat wel geweten zijn. Maar je hebt gelijk wat dat aantal betreft. Aanvankelijk dacht men dat dit toeval was, maar nu zijn er toch steeds meer mensen die zeggen dat je dit ook in het bedrijfsleven ziet, dat linkshandigen hoger in de piramide zitten en gemiddeld meer betaald worden. Daarom schuift men de theorie naar voor dat linkshandigen een iets andere spreiding van eigenschappen in het brein hebben wat ertoe zou kunnen leiden dat ze beter zijn in metaforisch en abstract denken. Ik hoop alleszins dat Hillary het haalt. Het zou mooi zijn, een vrouw als machtigste mens ter wereld, maar makkelijk zal ze het niet krijgen. Want ook al leven we in 2015, hebben we een hoogontwikkelde rechtsstaat en democratie, beschikken we over een multimediaal elektronisch internet en denken we dat we heel progressief zijn, als puntje bij paaltje komt, kiezen we toch voor mensen uit het stenen tijdperk.”

Verschenen in Knack


Laat hier je reactie achter:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.