Het verhaal van Willam

Vrijdag, 1 juli, 2022

Geschreven door: Elizabeth Strout
Artikel door: Lut Delanghe

Literair pareltje, teer, diepmenselijk maar krachtig

[Recensie] Ik maakte voor het eerst kennis met het werk van Elizabeth Strout met het boek: Ik heet Lucy Barton, een verhaal dat mij onmiddellijk en onvoorwaardelijk aangreep. Lucy die lange tijd in het ziekenhuis moet verblijven krijgt bezoek van haar moeder. Dit is heel merkwaardig want er was nooit liefde of interesse voor Lucy en nu zij volwassen is hebben zij al heel lang geen contact meer met elkaar. Nu dat contact er is in het ziekenhuis verloopt dit ook erg moeizaam. Ze kunnen enkel communiceren via dorpsroddels.

In het daaropvolgende deel: In niets is onmogelijk, is Elizabeth een bekende schrijfster en keert ze even terug naar haar geboortedorp. Het gaat dan om verhalen en roddels tussen Lucy en moeder weliswaar veel jaren later. Ik geef die vorige titels even mee omdat je de boeken van deze trilogie best op volgorde leest om het hele verhaal van Lucy te kennen.

In dit derde deel is Lucy ondertussen 64 jaar. Ze kijkt terug op haar leven met William haar eerste man. Ze leerde hem kennen op de universiteit waar zij terecht kon via een beurs. William werkte er als parasitoloog en is nu 71 jaar. Samen hebben ze twee, ondertussen volwassen dochters nl. Becka en Chrissy. Maar omdat William het niet zo nam met ‘trouw’ verliet ze hem niettegenstaande de nog steeds sterke gevoelens, en het verdriet zowel bij haar als bij haar dochters. Later leert ze David, een cellist kennen, die haar tweede man wordt. Bij het begin van het verhaal is die nog niet zolang overleden, maar zij wil daar ondanks de grote liefde voor elkaar niet te veel over kwijt. In dit boek gaat het over William. Die is ondertussen voor de derde keer getrouwd, nu met de veel jongere Estelle. Samen hebben ze een 10-jarige dochter, Bridget.

William en Lucy zijn elkaar blijven zien, spraken af met elkaar in een café voor een praatje over hun dochters. Tijdens zo’n gesprekje begint William over angstaanvallen die hij ’s nachts heeft. Hij vraagt haar hulp bij het onderzoeken van een familiegeheim, een geheim dat een volledig nieuw licht zal werpen op alles wat William meende te weten, over de mensen die hem het meeste na staan en onvermijdelijk ook over hemzelf.

TijdvoorTijdschriften

Dit boek is totaal anders dan de vorige twee. Die gingen over de allergrootste armoede waarin Lucy opgroeide. Zij schrijft er in dit boek eventjes over, over het gevoel van noodlot om nooit uit dat huis en stadje weg te kunnen komen, over hoe graag ze naar school ging ook al had ze er geen vriendinnen – maar ik was wel uit dat huis -. Lucy is wél uit dat huis geraakt, maar beseft heel goed dat de invloed van je kindertijd je levenslang blijft achtervolgen. Zelfs nu ze in New York woont voelt zij zich soms ‘onzichtbaar’ en denkt ze dat de geur van de armoede nog aan haar kleeft. Op die speciale wijze verwijst Strout naar haar vorige boeken. Kleine momenten, maar direct gevolgd met: “Dat heb ik al eens gezegd.”

Anders dus dan de vorige boeken maar evengoed terug zo’n literair pareltje, teer, diepmenselijk maar krachtig.

Lucy en William zeggen vaak: “Ach William toch” of “Ach Lucy toch.” Met veel overtuiging wil ik aan Elizabeth Strout zeggen: “Ach Elizabeth, Schrijf er nog een!” Toch nog een fragment, helemaal in het begin van het boek op p. 7. om de toon te zetten.

“Mijn tweede echtgenoot, David, is vorig jaar overleden,
en in mijn verdriet om hem had ik ook verdriet om William.
Verdriet is zo – o, het is zoiets eenzaams; dat is het
beangstigende ervan, denk ik. Het is alsof je langs de glaswand
van een heel hoog gebouw naar negen glijdt terwijl niemand je ziet.
Maar ik wil het hier over William hebben.”

Eerder verschenen op Boekensite Gent