Het veulen

Zaterdag, 22 januari, 2022

Geschreven door: Vincent van der Linden
Artikel door: Johan Klein Haneveld

Niet helemaal overtuigend

[Recensie] Het veulen is volgens de achterflap het laatste boek ooit geschreven door Vincent van der Linden – hij schreef het in zijn laatste levensjaar, geïnspireerd door de heruitgaven van zijn boeken. Paul van Leeuwenkamp suggereert in zijn recensie van dit boekje dat er meerdere autobiografische elementen in zitten – niet dat hoofdpersoon Franko direct een afspiegeling van de auteur is, maar er zijn verwijzingen te vinden naar leven en werk van Van der Linden. Dat zou passen bij een dergelijk laatste boek van een schrijver die wellicht wel aanvoelde dat hij dicht bij het einde van zijn schrijfcarrière is aanbeland. Een schrijver bovendien over wie we achterin in de biografische informatie lezen dat hij graag Boeddhistische thematiek in zijn verhalen verwerkte. Nu ben ik zelf niet genoeg thuis in het Boeddhisme om daar goed onderbouwde conclusies uit te trekken, maar als ik dat associeer met onthechting en het loslaten van schadelijke gedachten en emoties om uit het wiel van wedergeboorte te ontsnappen, werpt dat ook meer licht op dit boek en als er inderdaad autobiografische aspecten zijn, wellicht op de manier waarop de auteur op zijn eigen leven reflecteerde.

Hoofdpersoon Franko is het ‘veulen’ van de titel: “Je loopt maar wat rond, neukt eens hier, neukt eens daar …” We volgen hem terwijl zijn leven om hem heen in duigen valt. Hij raakt zijn vriendin kwijt, wordt ontslagen, moet kleiner gaan wonen en ga zo maar door. Maar hij neemt niet werkelijk verantwoordelijkheid voor wat hem overkomt. Hij wil wel wat doen – werk gaan zoeken bijvoorbeeld – maar het komt er niet van. Dit alles wordt verteld met een vette knipoog. Zijn belevenissen hebben ook absurde elementen, alsof ze onderdelen zijn van een droom, niet de werkelijkheid. Zo lijkt er voor Franko nauwelijks tijd te passeren en is het gebouw waar hij werkte ondertussen verlaten en vol vuil geraakt. Hemzelf vallen de gaten in de gebeurtenissen niet op, zoals ze ons ook in dromen niet opvallen. Hij is ook bezig met dromen en koopt zelfs een keer een boek over droomuitleg. Precies op dat punt is er een scene die suggereert dat hij bij het oversteken van de straat wordt aangereden. De volgende scene lijkt het alsof er niets gebeurd is, behalve dat hij een afspraak bij de psychotherapeut gemist zou hebben. Kort daarna ontmoet hij karakters die refereren aan Mariken van Nieumeghen en Moenen (zoals de duivel in dat verhaal heet). Is Franko in de hel beland? Of in het vagevuur? Of in Stovokor? Want de Klingons uit Star Trek spelen ook een rol, ook al wordt Star Trek niet bij name genoemd. Het was misschien beter als de auteur hier iets anders voor had gekozen, want mij trok deze verwijzing helaas uit het verhaal. Of het moet zijn dat Van der Linden heeft willen refereren aan de manier waarop SF-liefhebbers hun favoriete boeken en series gebruiken om het leven te interpreteren en het zo een schijn van betekenis geven die het in werkelijkheid moet ontberen. De antwoorden worden aan de interpretatie van de lezer overgelaten, want het einde klopt wel, maar is geen afsluiting. Gecombineerd met de plezierige schrijfstijl van Van der Linden en zijn oog voor karakters en absurde situaties maakt dit het boek tot een aanrader, al geef ik zelf de voorkeur aan boeken die een meer afgerond verhaal vertellen. Liefhebbers van literatuur die zich op de grens van het fantastische genre begeeft en waar de realiteit nauwelijks van de droomwereld te onderscheiden is, zouden waarschijnlijk ten zeerste van dit boek kunnen genieten.

Eerder verschenen op Hebban

Geschiedenis Magazine