Hierna

Vrijdag, 13 maart, 2020

Geschreven door: Kurt Tucholsky
Artikel door: Tea van Lierop

Vanaf je wolk nadenken over het mens-zijn, met gepaste humor

[Recensie] Stel je voor dat je vanaf een wolk commentaar mag leveren op wat geweest is in je bestaan als levende aardbewoner en dat je met schaamrood op de kaken beseft dat alles wat je deed bijgehouden werd door een bovenaardse boekhouder. Wat voor een gevoel zou het geven wanneer je leest dat je 393 keer de sleutel gezocht hebt en 11876 sigaretten gerookt hebt? En hoe zou het voelen wanneer je dit allemaal mag bespreken met een vriend waarmee jullie op een wolk zitten terwijl de benen vrij kunnen bungelen? In dialogen en beschouwingen deelt Kurt Tucholsky zijn zielenroerselen met ons. De bundel bestaat uit een aantal columns die de auteur schreef onder pseudoniem Kaspar Hauser voor Die Weltbühne tussen 1925 en 1928. 

Tucholsky was een van de belangrijkste publicisten van de Weimarrepubliek, zo is te lezen in het voorwoord. Hij maakte veel gebruik van schuilnamen omdat hij dacht dat men moe zou worden zijn werkelijke naam steeds weer tegen te komen. Opmerkelijk is dat de verschillende Tucholsky’s zelfs met elkaar in debat gingen. Het schijnt dat Nederlandse auteurs zoals Annie M.G. Schmidt, Karel van het Reve en Simon Carmiggelt zich lieten inspireren door Tucholsky’s werk. 

Een aantal columns begint met een beeldend, steeds ander zinnetje waarin hun situatie direct duidelijk wordt zoals: “We zaten op een wolk en lieten onze benen bungelen.” Meer hoeft er niet uitgelegd, het is duidelijk en hilarisch tegelijk. Wat is het heerlijker dan vrijblijvend te filosoferen over het leven dat achter de rug is en die gedachten te combineren met wat je nu weet. De columns zijn allemaal verschillend en de ene is nog origineler dan de andere. Een heel sterke is die waarin de auteur beschrijft hoe er opgewonden gereageerd wordt wanneer er opnames van de aarde gemaakt zijn die, achter elkaar gezet en door versnelling, interessante beelden opleveren.

“Hij had het over timelapse of zoiets.. Je kunt daarmee de mensen uit de film weghalen – je ziet dan alleen de dingen.’
‘Wat voor soort dingen?’ vroeg ik? 
‘Dingen!’ zei hij. ‘Jurken, kostuums, hoedenspelden, kasten, boeken, stoomschepen, lantaarns, papier, antennes, wat je maar wilt. Die zie je dan. Je ziet ze in fabrieken in elkaar gezet worden, maar de mensen zijn niet te zien, begrijp je?’ “

Boekenkrant

Behalve humor en technische hoogstandjes is er de nodige tragiek wanneer de mannen hun aandacht vestigen op aardse goederen zodra het tijdelijke wordt ingeruild voor het eeuwige. Hoe anders kijken de nabestaanden naar de overledene wanneer ze diens spullen stuk voor stuk in de handen nemen en  terugdenken aan hun dierbare. Het is alsof ze meer gaan houden van hun geliefde nu deze niet meer in hun midden is.

Zo statisch als de hemel lijkt schijnt er toch nog een ontsnappingsclausule te bestaan, dat ontdekt de man wanneer hij plotseling alleen is. Er waren voortekenen dat zijn vriend somber was, maar dat hij daadwerkelijk naar de aarde terugging kwam als donderslag bij heldere hemel. De hemelse technicus ‘O’ die aan knoppen draait, gaf de gelegenheid en daar zag hij zijn vriend op de commode liggen. Ook zijn toekomstige vrouw kon je zien, een klein meisje met een lappenpop. 

Het mooi uitgevoerde boekje met harde kaft heeft behalve een helder voorwoord van Meta Gemert een aantal zeer mooie afbeeldingen van wolken. Een oproep om wolkenfoto’s op te sturen resulteerde in kwalitatief prachtige opnamen in diverse kleuren en soorten. Op de foto van pagina negenenveertig heeft een gedeelte van de wolk een bijzondere gedaante, maar dit terzijde, het ontdekken van beelden in wolken is van alle tijden. De foto’s geven te denken en dat is bij deze columns geen overbodige luxe. De schrijver legt de vinger op het menselijk falen wanneer hij het heeft over vriendschap, eerlijk zijn en verval, maar weet met relativering (in De berg van het lachen staan de details) de balans weer in evenwicht te krijgen.

Eerder verschenen op Metdeneusindeboeken