Hoe wegen wandelaars vinden

Vrijdag, 10 juni, 2022

Geschreven door: Franco Michieli
Artikel door: Elisabeth Francet

Verdwalen: een reflectie

[Recensie] Toen ik mij opzettelijk liet verdwalen in het Stropersbos, amper 500 ha groot maar erg makkelijk om er van de wandelweg af te dwalen en zonder omzien het overwoekerde naaldbos in te lopen, vond ik mezelf helemaal omsingeld door schouderhoge varens en tientallen omgevallen bomen terug. Verdwaald dus. Oriëntatiepunten noch technologische snufjes zoals een smartphone of gps waren voorhanden. De wandelkaart bleek waardeloos wegens geen velden of wegen te bekennen.

Ach, makkelijk toch, denk je dan… gewoon rechtdoor slalommen over stronken en plassen, dwars door de dichte begroeiing heen… tot je na een half uur vaststelt dat je al die tijd in een kringetje gelopen hebt. Dom natuurlijk, want boven de hoge naaldbomen is hier en daar de zon te zien. Na rijp beraad, nadere studie van bodem, begroeiing, richting van omgevallen bomen, stand van de zon, enz… hadden we min of meer een plan. Nog eens een half uur later bereikten we een wandelpad, waarmee we weliswaar nog niet aan het eind van ons avontuur waren, want het was hoegenaamd niet duidelijk waar op de kaart we ons nu bevonden. We besloten de kaart op te bergen en ons vooropgezette plan (louter afgaand op de stand van de zon) door geen enkel ander argument te laten dwarsbomen en bereikten circa drie kwartier later de rand van het bos, zelfs ongeveer de plek waar we wilden terechtkomen.

Dat dit zo’n wonderlijke en buitengewoon vruchtbare ervaring werd én naar meer verdwalen smaakte, dank ik grotendeels aan geograaf, natuurverkenner en schrijver Franco Michieli en zijn boekje Hoe wegen wandelaars vinden. Het werkje is een pleidooi voor het verdwalen buiten bekende wegen en bakens, onze aangeboren drang tot ontdekken tegemoet, terwijl het toeval ons allerlei interessante ontmoetingen (met dier en plant) biedt. In de hedendaagse samenleving domineren de angst voor (stel: ik val en breek een been; heb ik wel voldoende proviand bij?, wat met het everzwijn of godbetert de wolf?) en de afkeer (tijdverlies, nutteloosheid, ongemak) van het verdwalen. Michieli overtuigt echter probleemloos: verdwaal en je zal er de onvergetelijke ervaring van het vinden (niet het verliezen) en een pak meer vertrouwen in oeroude instincten en aangeboren kennis aan overhouden.

Na het lezen van dit verfrissende boekje vol waardevolle inzichten, voegde ik in het Stropersbos de daad bij de gedachte. En ja, Michieli heeft gelijk: de zin om vaker en geleidelijk aan in iets grotere gebieden te gaan verdwalen en bewust meer te vertrouwen op de oeroude band met de natuur, is nu opmerkelijk groter.

Trouw

“Verbinding zien wij vooral als iets tussen mensen. We dienen met onze manier van leven iets waardevols van het bestaan te tonen aan onze medemens. En toch is het blikvernauwing om dit alles alleen maar te betrekken op de mens, op zijn verrichtingen en ideeën. Het ontneemt ons het zicht op hoe we echt in de werkelijkheid staan. En doordat we onszelf wijsmaken dat we genoeg hebben aan onszelf, zien we niet iets te eerbiedigen heiligs in dat wat anders is dan wij. De vrijheid behouden om te verdwalen, in staat zijn te ontsnappen uit het (inter)net dat ons allemaal gevangenhoudt, in de subtiele stilte van de natuur te wachten tot iets zich aan je voordoet – en ondervinden hoe het voelt als je daardoor de weg weer kan vinden – dat is de meest oorspronkelijke spirituele ervaring.”

Eerder verschenen op Geen dag zonder boek