Ik heet Lucy Barton

Vrijdag, 15 december, 2017

Geschreven door: Elizabeth Strout
Artikel door: Tea van Lierop

Lucy in de Sky with Diamonds

“Eens – nu jaren geleden – moest ik bijna negen weken in het ziekenhuis blijven. Het was in New York en ’s nachts had ik vanuit mijn bed een ongehinderd uitzicht op het Chryslergebouw met zijn geometrisch schitterende lichtjes.”

Dit is de openingszin van Ik heet Lucy Barton en die spreekt meteen tot de verbeelding: is het toeval dat dit mooie gebouw is uitgekozen als decor voor het verhaal van Lucy? Is de naam Lucy toevallig dezelfde als in het liedje van de Beatles uit 1967. Het is bekend dat LSD een rol gespeeld heeft bij Lucy in the Sky with Diamonds, in het verhaal van Lucy komen geen hallucinerende middelen voor, maar er is wel degelijk een verlangen naar escapisme.

Verrassing

Lucy ligt in het ziekenhuis vanwege complicaties na een blindedarmoperatie. Ze herstelt maar heel langzaam van een bacteriële infectie. Tot haar grote verrassing staat haar moeder plotseling aan haar bed en blijft er dagenlang zitten. Er is in Lucy’s leven totaal geen sprake geweest van een veilige omgeving, in de gesprekken van Lucy met haar moeder komen jeugdherinneringen als stukjes informatie aan de oppervlakte.

Wordt Vervolgd

“Misschien kwam het door het donker met alleen dat bleke kiertje licht dat onder de deur door scheen, en het sterrenstelsel van het schitterende Chryslergebouw vlak achter ons waardoor we anders met elkaar konden praten dan ooit was gebeurd.”

Tegelijkertijd geven flashbacks aanvulling op dit compleet onaangepaste, zonderlinge gezin. Zonderling, zo werden ze ook beschouwd in de gemeenschap waarin ze woonden. Deze lappendeken van zowel moeders en Lucy’s weergaven van de werkelijkheid geeft uiteindelijk een beeld van een dappere vrouw die na een valse start haar leven probeert te herscheppen.

Buitenbeentjes

Het arme gezin moest rondkomen van het beetje geld dat vader verdiende met een baantje in de handel in landbouwmachines, geen vast werk, want hij werd regelmatig ontslagen. Moeder deed naai-en verstelwerk om een centje bij te verdienen.
Dat de kinderen buitenbeentjes waren werd wel duidelijk wanneer ze speelden met de andere kinderen op het schoolplein. “Jullie stinken,” werd er gezegd. De onderwijzer in groep vier deed er nog een schepje bovenop door haar zusje Vicky publiekelijk te schande te maken, hij benadrukte dat armoede geen excuus is voor ongewassen zijn. Thuis werden ze vaak om het minste en geringste gestraft, er werd geslagen en het avondeten bestond uit brood met melasse. De materiële en de immateriële tekortkomingen hebben Lucy en haar broer en zus gevormd, alle drie zullen ze op hun eigen manier verder moeten.

Zaadje

In een koud huis kun je geen huiswerk maken, daarom bleef Lucy graag op school. De warmte van het gebouw bracht haar niet alleen een veilige plek om te leren, maar bezorgde haar ook de enorme troost die uitging van de boeken, ze voelde zich minder alleen. Haar intelligentie en haar logische manier van denken en handelen zijn haar redding, ze gaat het huis uit en mag naar de universiteit. Intussen is er al een zaadje in haar geplant: ze wil schrijfster worden.

Leven in een andere omgeving is voor Lucy een heuse cultuurshock. We krijgen van huis ongemerkt een heel pakket normen, waarden en, niet te vergeten, vaardigheden mee. Wanneer die ontbreken zoals bij Lucy, stap je als een buitenaards wezen de nieuwe wereld in. Heel subtiel worden schijnbaar normale zaken pijnlijk duidelijk. Stel je eens voor dat je nooit mee kan praten over een boek, een film, een tv-serie! Wat zullen de mensen denken? Lucy heeft het ouderlijk huis kunnen ontvluchten, maar is nog steeds geïsoleerd, nu doordat haar verleden haar stigmatiseert. Bij het gewone leven hoort ook eten koken, weer zo’n hiaat in haar kennis, ze heeft geen flauw idee van de ingrediënten waarover gesproken wordt in recepten.

“‘Wat is dit, snoepje?’ vroeg hij. Ik zei dat het knoflook was. Ik zei dat ik volgens het recept een teen knoflook in olijfolie moest bakken. Voorzichtig legde hij uit dat dit een bolletje knoflook was en dat het moest worden gepeld en in tenen moest worden gesplitst. Nu zie ik – haarscherp – die ongepelde dikke bol knoflook voor me die midden in de olijfolie in de koekenpan lag.”

De aanpassing aan het ‘normale’ sociale leven vergt improvisatietalent. Lucy laat zich echter niet uit het veld slaan, ze is sterk en vindt een baantje in de buurt van het college, ze koopt haar kleren in een tweedehandswinkel, die kon je in de jaren zeventig best dragen. Daar heeft de docent, waarmee ze korte tijd een verhouding had, een andere mening over. Hij vergelijkt haar met een docente die dure kleren droeg met de woorden: “Jij hebt meer inhoud, maar Irene heeft meer stijl,” waarop Lucy reageert met een citaat van Shakespeare: “Maar stijl ís inhoud.” De botterik antwoordt: “In dat geval heeft Irene meer inhoud.” Toch zet dit haar aan het denken over haar sociale achtergrond en het wel of geen diepgang hebben, zij begint kritisch te kijken wat er wel en niet bij haar past. Ze toont karakter.

Trauma

De verhalen in het hoofd van Lucy moeten geschreven worden. Ze ontmoet per toeval een bekende schrijfster, Sarah Payne. In een workshop (Lucy houdt niet van dat woord!) ontmoet ze de schrijfster weer en gaat haar wereld open; dat schrijven gaat wel lukken. Het verwaarloosde meisje met een moeder die nooit iets liefs tegen haar zei, wordt in de workshop geconfronteerd met een opmerking van een medecursiste. Een keiharde opmerking tegen die aardige schrijfster. Het kwetste Lucy ook en toen ze het later ter sprake bracht, sprak Sarah deze woorden:

”’Dat weet ik wel, ik zag het. En iedereen die zijn opleiding gebruikt om een ander zo te kleineren – nou ja, zo iemand is gewoon een waardeloze trut.’ Ze gaf me een knipoog, met haar uitgeputte gezicht, en draaide zich om. Ik heb haar nooit meer gezien.”

Rest alleen nog het opruimen van de demonen uit het verleden. Een bijna onmogelijke opgave. Haar nieuwe leven, haar huwelijk, haar kinderen, de ziekenhuisopname en het gemis van de kinderen trekken een zware wissel op Lucy’s leven. De haat-liefde verhouding met haar ouders, het verlangen naar normale betrekkingen met haar broer en zus, haar ambities om de verhalen op te schrijven, het redden van haar huwelijk, de relatie met haar kinderen, al deze belangen schijnen met elkaar te botsen.

Vanaf haar ziekenhuisbed ziet Lucy het schitterende Chryslergebouw met de fonkelende sterren, hetzelfde decor komt terug wanneer Lucy met haar moeder spreekt. Wat ze niet tegen haar moeder zegt, is dat het Chryslergebouw een stralend baken is van de grootste en mooiste verwachtingen van de mens. Later stuurt haar moeder als antwoord op een bedankje voor het ziekenhuisbezoek, een kaart terug van het Chryslergebouw bij nacht. Het lijkt alsof de sterrenhemel het decor moest zijn van een fractie van het begin van een herstel van de moeder-dochtersrelatie.

Het verhaal is verteld, bij het lezen is er een enorme identificatie met het hoofdpersonage, wat een sterke vrouw! En wat is het moeilijk om te leven zonder erkenning en steun van je ouders. Bij stukjes en beetjes komt de persoon Lucy tot leven, elke keer komt er weer een plukje informatie bij. Het wordt nooit echt een geheel, maar dat hoeft niet. En passant komen heftige thema’s als Aids, uitroeiing van de Indianen en WOll ook nog aan bod. Vele ruwe schetsen vormen het totaalbeeld waarmee het boek afgesloten wordt. Met verwondering sloeg ik het boek dicht.

Eerder verschenen op Met de neus in de boeken

Boeken van deze Auteur:

Het verhaal van William

Opnieuw Olive