Het grote TOS mysterie

Zaterdag, 29 januari, 2022

Geschreven door: Wouter Goudswaard
Artikel door: Nico Voskamp

Wetenschappelijke insteek zit verhaal dwars

[Recensie] Wat TOS inhoudt, weten we. De afkorting staat voor Taal Ontwikkelings Stoornis. Het is geen dyslexie en zeker geen domheid maar ‘gewoon’, zoals sommige kinderen moeite hebben met rekenen of aardrijkskunde, moeite met taal.

Bijzonder aan dit boek is dat het a. in stripvorm komt, en b. is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Imme Lammertink onderzocht waarom het leren van taal niet voor ieder kind vanzelfsprekend is. Voor de kenners: het onderzoek heeft de titel: Examining the contribution of procedural learning to grammar and literacy in children.

Het verhaal begint met een potje voetbal. Geheel gendercorrect schoppen een meisje (Naomi), een jongetje van kleur (Amir) en een blank jongetje (Jeroen) tegen een bal. Een beetje onhandig, want de bal gaat door een open raam en komt in het laboratorium van taalwetenschapper Roos terecht.

Ze is bezig met onderzoek naar taalpatronen. Appie de robotaap helpt daarbij: hij roept zinnen in een verzonnen taal zoals “TEP WADIM LUT!” Daar laat Roos kinderen naar luisteren om te zien of ze er een patroon uithalen, want dat is hoe wij mensen taal leren. Wij herkennen patronen.

Foodlog

Het is zoiets als een melodie ontdekken, laat ze de drie kinderen uitproberen met de taal die Appie de robotaap uitkraamt. En inderdaad herkent Jeroen, de jongen met TOS, de patronen niet. Dat verandert als professor Roos de drie kinderen een andere manier van patronen herkennen voorlegt, daarin blijkt Jeroen juist wel heel goed te zijn.

Zo simpel als het hierboven staat, zo stroperig komt deze uitleg in het stripverhaal naar voren. Zelfs voor geoefende lezers is het nodig een paar keer heen en weer te bladeren om te snappen wat hier bedoeld wordt. Dat komt, vrees ik, door de kwaliteit van het stripverhaal.

Iedere strip/comicliefhebber weet dat een goed beeldverhaal een kunstvorm is die nauw luistert. Als de plaatjes wat houterig zijn, de acties van de stripfiguren niet helemaal logisch zijn, de lichaamstaal van diezelfde figuren niet aansluit bij de tekst en acties die ze uitvoeren, en als ook nog de boodschap wat omfloerst gebracht wordt, dan raakt de lezer de draad kwijt. Niet erg, je kunt terug bladeren en de boodschap alsnog oppakken, maar het is handiger als die meteen helder is.

Klinkt dit kritisch – dat is ook zo. Als je een (strip)verhaal maakt om kinderen met mogeljjke TOS, en hun ouders, te helpen, maak het dan kristalhelder. Zo helder dat ook een kind met TOS het onmiddellijk snapt. Anders schiet je je doel voorbij.

Dat doel is intussen ook deze lezer wel duidelijk, namelijk dat mensen taal leren door patronen te herkennen. En dat voor niet talig ingestelde mensen, visuele patronen veel sneller herkenbaar zijn dan talige patronen. Je kunt de uitkomsten van het wetenschappelijke onderzoek er uithalen, maar moeizaam. Misschien kan in een volgende editie van dit nuttige stripboek het verhaal wat meer gestroomlijnd worden. Het onderzoek brengt goede inzichten over het TOS-mysterie naar voren, die het verdienen met een breed publiek gedeeld te worden.

Ook verschenen op Nico’s recensies en Tiktok