In gesprek met ... Anita Terpstra

Donderdag, 30 augustus, 2018

Geschreven door: Anita Terpstra
Artikel door: Roelant De By

‘Ik
ben geboren en getogen in Hallum. Een klein lintdorpje dat ligt in het noorden
van Friesland, op de weg naar Ameland. In Zwolle heb ik de school voor
journalistiek gedaan. Daarna nog kort in Amsterdam gewoond, stage gelopen bij
een vrouwenweekblad. Daarna wou ik verder studeren. Kunstgeschiedenis. Ik dacht:
als ik Amsterdam nou heel leuk vind, dan blijf ik hier. Maar het was me net
iets te groot en te druk. Ik stapte altijd in de verkeerde tram bijvoorbeeld.
Ik had geen fiets daar, dus dat was weleens onhandig. Er was ook heel veel
keuze; zoveel mogelijkheden om iets te doen en te ondernemen dat ik gewoon in
het aanbod verzoop en prompt nergens naar toe ging.’
Roelant:
’Keuzes maken vind je moeilijk?’
Anita:
[lachend]’Tja, toen ben ik naar Groningen gegaan en heb daar jarenlang gewoond
en kunstgeschiedenis gestudeerd. Tijdens die studietijd kon ik mijzelf
onderhouden. Ik heb freelance werk gedaan voor de Viva en werkte in de
bibliotheek. Toen kwam ik mijn huidige partner tegen, ook een Fries, en zijn we
gaan samenwonen in Leeuwarden.’
Leeuwarden
is ook de locatie waar ik Anita tref. Een grand café in het centrum waar de
bediening een apart, rustig hoekje voor ons heeft vrijgemaakt. De
achtergrondmuziek is zelfs uitgezet voor ons. We bestellen iets uit de
lunchkaart. Op mijn vraag of zij zich een echte Fries voelt, reageert ze
laconiek.
Anita:
‘Ach, wat is dat nou, een echte Fries? Voel jij je een echte Amsterdammer? Oh
ja? En wat is dat dan?’
Als
ik in mijn antwoord dingen noem als gezelligheid, directheid en een grote mond,
voelt Anita zich daar meteen op aangesproken.
Anita:
[lachend] ‘Oh dan ben ik ook een Amsterdammer! En je hebt drie dochters! Oh,
ja; respect! [we lachen hartelijk] Ik heb een broer die ook drie dochters
heeft. Ik heb zelf twee zoons samen met mijn geregistreerde partner. We zijn
niet getrouwd, dus noem ik hem zo. Vinden mensen vaak grappig of afstandelijk,
maar het omschrijft wel precies wie hij is. We zijn inmiddels 15 jaar samen. We
hebben ervoor gekozen om naar een, voor ons beide, nieuwe stad te verhuizen. In
het begin moest ik een beetje wennen in Leeuwarden, maar inmiddels ben ik hier
erg blij. Heel mooie stad is het. Culturele hoofdstad dit jaar, dat helpt ook.
De afgelopen jaren zijn er zoveel leuke restaurants en cafés bijgekomen; zoals
deze. Momenteel draait hier een expositie over Escher. Schitterend gewoon.’

Roelant:
‘Tussen al je thrillers door heb je
Een
huis vol
geschreven, een roman.”
Anita:
‘Dat is het verhaal van mijn familie. Grote familie van protestantse huize. Beide
opa’s waren koppige mensen. Toen zij excuses tegenover de kerk moesten maken,
deden ze dat niet. Toen ze 36 was, is de vrouw van een van mijn opa’s overleden
(hersentumor). Hij kreeg toen nul komma nul steun van de kerk. Toen dacht hij:
barst dan maar. Hij was er helemaal klaar mee. Ik ben zelf wel gereformeerd
opgevoed. Maar die kerk is meer bedacht door mannen die de vrouwen in een
bepaalde hoek hebben gedrukt. Daar heb ik helemaal niks mee.’
Roelant:
‘Voel je je feministe?’
Anita:
‘Ja, zeker. Absoluut. Als je in mijn boek Een
huis vol
kijkt, dan zie je dat pas 60 jaar geleden de wilsonbekwaamheid van
vrouwen is afgeschaft. Vrouwen konden toen niet eens naar de bank om geld op te
nemen. De Man was hoofd van het gezin. Onvoorstelbaar gewoon dat een vrouw als
minder wezen werd gezien, die de leiding van een man nodig had.’
Roelant:
‘Hoe was je jeugd?’
Anita:
[tikkeltje verbijsterd] ‘Tja, gewoon. Klein dorp; op de fiets naar school.
Leuke tijd gehad. In die tijd werd er gewoon goed voor kinderen gezorgd. Mijn
ouders waren warm en liefdevol. Maar er werd niet gepraat. Nu zien mijn ouders,
dat onze manier van met de kinderen omgaan heel anders is dan hoe zij het
vroeger deden. Mijn moeder is op haar 14e van school gehaald om thuis te
helpen. Mijn eigen kinderen kunnen zich dat niet voorstellen. Door het schrijven
van dat boek kwam ik erachter, dat er ook een emotionele kant zit aan het
opvoeden. Vroeger moest je gewoon doen wat je ouders zeiden; nu probeer ik meer
de dialoog aan te gaan. En ook te vragen hoe hun dag is geweest enzovoorts. Maar
je moet wel oppassen dat je niet doorslaat daarin. Dan krijg je het gevaar van
curling-ouders.’





Roelant:
‘Curling-ouders? Nog nooit van gehoord.’
Anita:
‘Ouders die alle oneffenheden voor de kinderen wegpoetsen. Tegen de tijd dat
die kinderen uit huis gaan, kunnen ze totaal niet omgaan met tegenslag. Toen ik
Een huis vol schreef merkte ik pas
hoe zelfstandig mijn moeder was op haar 14e. Zij runde een heel huishouden. Dan
denk ik van mijn eigen kinderen: “nou die kunnen hun handjes wel wat meer laten
wapperen”. Gisteren kwam mijn jongste thuis van training en smeet zijn tas in
een hoek. Toen ik zei dat hij dat moest opruimen, greep hij de inhoud als een
knoedel bij elkaar en gooide dat op het wasrekje. Dan moet ik er echt bij gaan
staan en een voor een alles netjes laten ophangen. Dan sputtert hij dat hij er
niet bij kan. Dan zeg ik: “verzin maar hoe je er wel bij kan”. Echt, ze zijn zo
makkelijk. Ik kan daar de hele dag achteraan om op te ruimen. Echt geen zin in.
Ik
ben fulltime schrijver. Hoe ik tegenover e-books sta? Prima, kost minder
boompjes. Als mensen maar niet illegaal gaan kopiëren, verdienen schrijvers
daar ook aan. Het is niet tegen te houden. Ik heb er zelf ook net een gekocht.
Hij zit nog in de verpakking, hahaha. Maar ik heb daar allemaal geen invloed
op. Misschien ben ik heel naïef, maar ik denk dan vooral: als mensen maar
lezen. Dan ben ik blij. En als alles bij elkaar wordt geveegd en ik kan daar
uiteindelijk van bestaan: helemaal prima. Als feministe kan ik natuurlijk niet
afhankelijk zijn van het inkomen van mijn partner. [we lachen uitgebreid]. Zo’n
tien jaar geleden ben ik via een literair agent bij Cargo terecht gekomen. Toentertijd
had je niet al die social media. Ik had geen idee wat er zich achter die muren
van zo’n uitgeverij bevond. Tegenwoordig zijn de drempels wat lager lijkt het.’
‘Mijn
nieuwste boek heet Vonk. Het gaat
over een echtpaar dat danst bij het Nationale Ballet. Zowel op als naast het
podium zijn ze een stel. Het lijkt allemaal heel mooi en perfect tot hun huis
in brand vliegt. Dan blijkt dat die brand is aangestoken en ze beschuldigen
elkaar daarvan. Vervolgens gaat de hele beerput open. Ik heb twee perspectieven
gebruikt: dat van hem en dat van haar. Ze liggen allebei zwaargewond in het
brandwondencentrum. Kunnen niet met elkaar communiceren, weten ook niet van
elkaar wat er gezegd wordt. Daartussen beweegt zich een rechercheur. De lezers
moeten maar uitvogelen welke van de twee ze geloven. Het speelt zich allemaal
af in de balletwereld. Ik hou erg van ballet, maar heb het nooit zelf gedaan.
Ik kom uit een dorpje; daar was geen balletschool. Onlangs heb ik de balletten
‘Ode aan de Meester’ en ‘Sarcasmen’ van Hans van Maanen voor het eerst live gezien.
Prachtig. Die balletten spelen beide een rol in mijn boek, met name die laatste
want dat gaat eigenlijk over mijn twee hoofdpersonen, Mischa en Nikolai. Dat is
waar het om draait: elkaar zien, elkaar niet zien; aantrekken, afstoten. Dat
komt allemaal in dat ballet samen. En dus nu in mijn boek. Sinds Anders [boek van Anita Terpstra uit 2015]
heb ik wel het gevoel dat ik mijn eigen specifieke stijl heb gevonden. In die
zin dat ik graag de psychologische kant van het verhaal wil vertellen. Wat
beweegt mensen; waarom doen ze wat ze doen? Gewone mensen die net een verkeerde
afslag hebben genomen. Dat boeit me enorm.’
Dank
je wel, Anita, voor dit ontzettend gezellige interview.
Roelant
de By voor de Perfecte Buren.  









Lees hier ook de RECENSIE van ‘Vonk’

Eerder verschenen op Perfecte Buren.

Trouw

Laat hier je reactie achter:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.