In gesprek met ... Annerieke de Vries

Vrijdag, 21 december, 2018

Geschreven door: Annerieke de Vries
Artikel door: Roelant De By







Uit
alle stapels manuscripten die uitgeverijen ontvangen, zit af en toe een hele
bijzondere en originele bijdrage. Sluipwesp
van Annerieke de Vries is zo’n manuscript. Kortom, hoog tijd om de auteur
uit te nodigen voor een vraaggesprek. De locatie is een druk café vlak
tegenover het OLVG waar Annerieke werkt als leidinggevende op de OK. Haar
werkdag zit er op en we nippen voorzichtig aan een glaasje witte wijn.
Annerieke:
‘Het is wel heel grappig wat er allemaal gebeurt. Waar ik erg blij om ben, is
dat mensen die nooit lezen mijn boek niet weg kunnen leggen. Ik heb zelfs een
dyslect aan het lezen gekregen. Daar ben ik heel blij mee.’
Roelant:
‘Omdat de meeste lezers jou nog niet kennen zou je misschien iets kunnen
vertellen over waar je vandaan komt, uit wat voor gezin en dergelijke?’
Annerieke:
‘Ik ben geboren aan de rand van Amsterdam. Kort na mijn geboorte overleed mijn
vader. Heel erg traumatisch met name voor mijn moeder die opeens weduwe werd met
twee kleine kinderen. Ik heb een 15 maanden oudere zus. Mijn moeder is toen met
ons teruggegaan naar haar ouders in Amersfoort. Daar ben ik opgegroeid en naar
school gegaan. Na de middelbare school wilde ik beginnen met een opleiding tot operatie-assistente.
Een plek daarvoor vinden was destijds niet gemakkelijk. Alleen bij het academisch
ziekenhuis in Leiden was er een mogelijkheid. Toen ging ik als heel jong, bleu
meisje daar maar naartoe. Dat was een heftige periode. Ik weet nog heel goed
toen ik, na drie maanden theorie, voor het eerst in een OK kwam. Terwijl ik,
bij wijze van spreken, nog niet eens aan een pols durfde voelen, werd daar net
een 16-jarig meisje binnen gebracht, wiens been eraf gereden was. Haar gekrijs
hoor ik nog steeds. Ik heb achteraf wel een paar uur onder de douche staan
huilen. En ondertussen mijzelf afvragend of dit echt wel iets voor mij was. Dat
was mijn vuurdoop. Na een jaar in Leiden kon ik overgeplaatst worden naar een
ziekenhuis in Amersfoort. Daar heb ik de opleiding afgemaakt en begonnen met
werken als zodanig. Een leuk vak is het. Erg prettig om met een team ergens aan
te werken. Je staat zo intensief met elkaar op de vierkante meter te werken dat
dat ook een bepaalde band geeft.’
Roelant:
‘In je boek staan diverse verwijzingen naar het werk op een OK, en de sfeer
daar. Erg grappig.’
‘Laatst was ik na een
grote operatie van een vat tot op mijn onderbroek zeiknat van het bloed. Gedoe
dat ik zonder boxer thuiskwam. Dacht ze dat ik met dat ding van de OK bezig was
geweest. Je weet wel.’




Annerieke:
‘Ja, en weet je wat het erge is? Ik heb daar ook gewoon een naam bij. Er zitten
inderdaad elementen in waarvan de mensen kunnen opmaken dat ik van huis uit operatie-assistente
ben. Maar terwijl ik daar werkte dacht ik wel bij mijzelf dat ik dat niet tot
mijn pensioen zou gaan doen. Ik ben een beetje zoekende geweest. Heb ondertussen
wel mijn man daar leren kennen (collega op de OK), heb twee kinderen met hem gekregen
en ben weer gescheiden. Hij zit een stukje in het boek. Hij komt uit een
familie die allemaal aan golf doet.’
Roelant:
‘Ik maak uit jouw boek op dat je zelf niet golft.’
Annerieke:
‘Nee, klopt. Is dat zo duidelijk dan? Ook hoe ik het beschreef?
Nou
ja, dat is niet zo erg want Maud weet ook niks van golfen. [we lachen beide
hartelijk] Ik heb het vanuit Maud geschreven en die kijkt er ook met
verbijstering naar, hahaha.’
“Ik staar door de
glazen deur naar buiten. In de verte wappert een vlaggetje op een dunne stok.
Er staan twee personen naast hun kar, ze kiezen een stok uit hun tas. Ze
wandelen naar de vlag en een van hen hurkt bij een wit stipje op de grond… Hij
vouwt zijn beide handen onder elkaar om de stok en kijkt van het stipje naar de
vlag en weer naar de stip. Het lijkt minuten te duren voor hij in beweging
komt, maar dan laat hij de stok schommelen als de slinger van de antieke
pendule die vroeger bij mijn oma op de schoorsteenmantel stond.”
Annerieke:
‘Hoe ik met schrijven ben begonnen? Dat is wel een bizar verhaal eigenlijk.
Toen mijn kids een jaar of vijf, zes waren zat ik bij mezelf te denken dat er
meer op de wereld was dan de OK. Ik had zoveel commentaar op de leidinggevenden
daar dat ik mijzelf een keuze uit twee dingen voorlegde: of ik kan mijn mond
houden of ik kan het zelf gaan proberen. Ik koos voor het laatste en ben het
leidinggevende vak ingegaan. Dat was heel goed, ook voor mijn persoonlijke
ontwikkeling. Op een gegeven moment zat ik bij een congres voor leidinggevenden
voor operatiekamers. Het was in zo’n volle zaal net na de lunch toen zo’n
stuiterend blij ei de ingedutte boel wat kwam wakker schudden. Ik kreeg een
microfoon voor mijn neus en moest zeggen wat ik het liefste zou willen doen.
Daar floepte ik toen uit dat ik een boek zou willen schrijven. Achteraf
daarover nadenkend was dat zo bizar dat ik besloot om het te gaan doen ook.
Zo’n negen jaar geleden heb ik me opgegeven voor een schrijfcursus bij Sander Boom van uitgeverij
Atlas-Contact. Als onderdeel van die cursus moesten we een IKje schrijven. Dat
zijn korte anekdotes van maximaal 120 woorden. Sander was zeer positief over
mijn bijdrage. Hij noemde het een complete roman in 120 woorden. Dat gaf mij
veel goede moed om door te gaan. We hebben een echt schrijvers groepje gevormd.
Ondertussen gebeurde er van alles: ik was ZZP-er, hopte van de ene opdracht
naar de andere en ging scheiden. Ik wilde mijn vleugels uitslaan, mijzelf
ontwikkelen. Mijn ex is echt een prima vent, maar hij groeide niet met me mee
in mijn ontwikkeling. Bij een van mijn opdrachten moest ik doktersassistentes
van het Radboud om laten scholen naar ander werk. Dan ga je in gesprekken
aftasten wat ze leuk vinden en wat ze zouden willen doen. Een van die, wat
oudere, dames voelde er voor om in
een mortuarium te gaan werken. Dat vond ik zo’n apart idee dat ik me erin
verdiept heb. Ik besloot dat ik mijn boek op die plek wilde laten afspelen. Over
die setting was Sander erg enthousiast. Dat was alweer een motivator om door te
gaan. Zo is Sluipwesp uiteindelijk ontstaan. Daar zijn nog vele
veranderingen in doorgevoerd. Ik heb ook hulp gehad van mijn oom Willem, die
diverse scenario’s geschreven had voor de tv. Aan zijn uiterst kritische
opmerkingen heb ik veel gehad. In eerste instantie had ik Maud wat ouder
gemaakt, met een kind van 18.’





Roelant:
‘Dat was de leeftijd een van jouw kinderen destijds!’
Annerieke:
[lachend] ‘Ja, dat klopt. Je refereert toch in eerste instantie aan jezelf. Maar
voor het verhaal is het beter als ze beide wat jonger zijn. Dan komt het des te
meer binnen dat Maud de omgang met haar eigen kind ontzegd wordt. Meerdere
plotlijnen bracht ik aan etcetera. Ondertussen was er privé van alles aan de
hand. Nieuwe liefde, mijn moeder werd ernstig ziek, drukke baan, kinderen.
Vandaar dat het nog jaren geduurd heeft voordat het boek in zijn huidige vorm
gepresenteerd kon worden. Ondertussen heeft het overlijden van mijn moeder, die
op alle manieren probeerde om haar ziekte een halt toe te roepen, mij ook iets
duidelijk gemaakt. Zij had nog zoveel te vertellen. Nu ga ik daarmee door en
vertel haar verhaal. Dat wordt mijn volgende boek. Dat wordt een roman, geen
biografie. Omdat het geen thriller is, komt het uit bij een andere uitgeverij.
Dat was voor mij ook een zoektocht. De OK-wereld is een gekke wereld, maar hoe
al die uitgeverijen werken en doen, is ook een aparte wereld, hoor.’
Roelant:
‘Heb je een voorliefde voor wespen of had je die gewoon nodig in je verhaal?’
Annerieke:
‘Hommels, die vind ik super. Daar heb ik wat mee. Dan loop je bijvoorbeeld
langs die kleine rozenstruiken en die ruiken heel erg lekker. Op die enkel
bladerige roosjes zitten altijd zo verschrikkelijk veel van die mooie hommels
in. Ik ben een hommel-freak, ja. Geen wespen.’
Roelant:
‘Je schrijft in je boek de volgende passage:
“Ik veranderde van
een schuchter dorpsmeisje in een zelfverzekerde vrouw.”
Annerieke:
‘Dat is niet bewust zo opgeschreven dat dat mijn verhaal is. Maar nu je dat zo
vraagt, denk ik dat het wel met die OK-wereld te maken heeft. Dat is wel een
hele harde wereld. Ik zeg weleens: je staat met het bloed in je klompen en de
kanker in je handen op de vierkante meter met elkaar samen te werken. Dat doet
iets met een mens. Dat is heel heftig. Dat is een groot verschil met hoe mijn
kinderen het nu hebben met hun studentenleven. Ik werd meteen in de grote, boze
mensenwereld geworpen waar je met mensen moet samenwerken die je moeder kunnen
zijn; de chirurg kan je opa zijn. Jouw verhalen over je eerste zoen bij het
schuurtje doen er dan niet zo toe. Mijn verleden als topsporter heeft me wel
geholpen om verder te gaan in moeilijke tijden. Ik zat in de Nederlandse zwemploeg.
Met name rugslag ging mij goed af. Maar uiteindelijk vond ik de kroeg ook heel
gezellig. In plaats van een Olympische medaille heb ik heel wat uurtjes
gezellig in de kroeg doorgebracht [we lachen uitbundig]. Heel toepasselijk
vindt dit interview ook in de kroeg plaats, hahaha.’
Dank
je wel Annerieke voor dit bijzonder gezellige interview.
Roelant
de By – vliegende reporter van De Perfecte Buren.

Lees HIER de recensie van ‘Sluipwesp’

Eerder verschenen op Perfecte Buren.

TijdvoorTijdschriften

Laat hier je reactie achter:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.