In gesprek met ... Melissa Skaye

Woensdag, 6 maart, 2019

Geschreven door: Melissa Skaye
Artikel door: Roelant De By

Melissa:
‘Ik ben geboren in Amsterdam. Toen ik 13 was verhuisden we naar Hoorn. Dat vond
ik toch erg! Want ik wilde niet bij mijn vriendinnetjes weg; ik deed nogal
dramatisch toen: mijn leven was voorbij. Maar toen we goed en wel hier in Hoorn
woonden en ik op een hele leuke school terecht kwam, kreeg ik al snel nieuwe
vrienden. Daarbovenop kreeg ik een pony. Nou, dat was in Amsterdam nooit
gelukt. Ik zat meteen helemaal in die paardenwereld. Toen mijn vader op een
gegeven moment aan me vroeg of ik wel terug naar Amsterdam wilde, zei ik meteen
nee, absoluut niet.’
We
zitten in haar gezellige huiskamer in Hoorn. Een licht Amsterdamse tongval is,
na al die jaren in Hoorn, nog steeds hoorbaar. Ze praat gemakkelijk. Als we het
over haar schooltijd hebben, komt er nog een leuke anekdote ter sprake.
Melissa:
‘Wiskunde was een verschrikking voor me. Alleen maar onvoldoendes gehaald. Toen
kwam dat eindexamen. Ook drama, dus ik zat op dat telefoontje te wachten dat ik
gezakt was. Dat kwam maar niet. Wel geslaagd dus. Ik dacht hoe is dat mogelijk?
Bij de diploma-uitreiking kreeg ik mijn cijfer: een zes. Mijn toenmalige
wiskunde leraar was overspannen en had een verkeerd cijfer ingevuld of zo. Ik
kwam die leraar tegen en toen zag deze zijn fout pas in. Die laatste drie haren
die hij nog had, heeft hij toen ook uit zijn kop getrokken. Maar ik had mijn diploma.
Daarna wou ik iets met dieren gaan doen. Een tijdje als dierenartsassistente
gewerkt, toen bij een dierenasiel en ook bij een dierenwinkel gewerkt. Als je
kijkt naar het aantal opleidingen waaruit je tegenwoordig kan kiezen, is dat
enorm. Dat was in mijn tijd niet zo. Ik hou van dieren en deed daarom iets in
die richting. Achteraf bleek ik er niet zo geschikt voor. Bij dat asiel nam ik
zielige dieren meteen mee naar huis. Bij die dierenarts moesten we soms dieren laten
inslapen. Dan zat ik zelf meteen te janken. Dat kon gewoon niet. Neem nou deze
hier [ze wijst op een mooie, witte kat op de grond]. Dit is Toby. Toen dit nog
een heel kleintje was, bleek al dat ie doof was. Toen zeiden ze iets van nou
dan doe je ‘m zeker wel weg. Ben je besodemieterd, zei ik. Nee hoor, die zit al
helemaal in mijn hart. Hè, dikkie-dik [zegt ze liefkozend tegen de poes]. De
achtertuin hebben we helemaal beveiligd dat ie niet de straat op kan gaan. En
dan heb ik nog een kat, Maine Coon Bobby; ook wit.’
Roelant:
‘Jullie hebben geen honden?’
Melissa:
‘Nee, wel gehad. Ik zo’n kleintje uit het asiel. En toen ik mijn man leerde kennen,
had hij een kruising van een herder en een rothweiler. Een wilde hond die
daarvoor van een junk was geweest. Was geen doen eigenlijk, want als ie op
straat een puppy zag, wilde hij die verscheuren. Ik trekken aan die riem, en om
een boom heen gooien; die hond maar blaffen tot dat hondje weer weg was. En ook
met mijn eigen hondje ging dat niet heel soepel. Nee, sindsdien heb ik het bij
katten gehouden. Ik heb ook mijn hele leven konijnen gehad. Op een gegeven
moment zelfs zes. Maar toen die doodgingen, vond ik het welletjes. Klaar. Een
kat is gewoon heel gezellig en huiselijk. 




Roelant:
‘Je liefde voor dieren blijkt ook uit je boeken. Ik las in een eerder interview
met jou dat je het erger vindt om een dier iets aan te doen in je boek dan een
meisje, Hahaha. Dat is heel erg!’
Melissa:
‘Ja, daar kan ik gewoon niet zo goed tegen. In deel een, Virtuele Tango, gebeurt wel iets met een konijn, maar dat beschrijf
ik niet zo dat je als lezer erbij bent. Dat is achteraf. Dat vond ik al gruwelijk
genoeg. Ik weet nog dat mijn dochter hier op de bank dat boek zat te lezen en
opeens een kreet van afschuw slaakte: mama, wat doe jij nou! Hoe kun je dit
doen! Want zij houdt ook heel veel van dieren.’
Roelant:
‘Het is wetenschappelijk aangetoond dat jeugdigen die wreed zijn tegen dieren
op latere leeftijd grotere kans hebben om wreedheden tegen mensen te begaan.’
Melissa:
‘Ja, daar heb ik ook programma’s over gezien. Voor mijn boeken haal ik ook veel
uit de realiteit. Ook voor deel vijf gebeurt er iets in dat plot en dat is echt
gebeurd. Dat zou je bijna niet geloven; het kan niet, maar toch is het zo.
Natuurlijk heb ik altijd een knipoogje naar geloofwaardigheid; daar hou ik
gewoon van. Maar ik wil daar nét niet overheen. Een van mijn proeflezers, die
vond dat wat ongeloofwaardig. Toen heb ik haar duidelijk gemaakt dat het echt
gebeurd was. Ik besloot wel om dat in het nawoord nog extra te vermelden.’
Roelant:
‘Dat doet mij denken aan het boek De Ster
van het Noorden
van D.B. Johns. Daar gebeuren ook allerlei vreemde zaken in
Noord-Korea die je je niet voor kunt stellen. Achterin beschrijft hij ook dat
alles waar is wat er staat, compleet met voetnoten en bronvermelding.’
Melissa:
‘Terwijl je al lezende denkt: dat bestaat niet. Ja, je moet je niet meer
verbazen tegenwoordig. In bed ’s avonds vinden mijn man en ik het heerlijk om
nog even TV te kijken en dan het liefste naar die moordprogramma’s, die reality
documentaires.  Heerlijk! Dan zeggen we
tegen elkaar: wat hebben we het toch goed! Maar ik gebruik het wel in mijn
boeken. Bijna alles daarin is op feiten gebaseerd. Zoals bij In Onschuld,
waar Yara wakker wordt in haar eigen tuintje en niets meer weet; dat is echt
gebeurd. Oké, nou maak ik er verder een prachtig verhaal van compleet met
hypnose- ik fantaseer er van alles bij- maar de aanzet was echt gebeurd. En in Meedogenloos, samen met Joris, hebben we
ook lekker raak zitten verzinnen. Om en om een hoofdstuk, dat werd steeds
gekker. We hebben de grootste lol gehad. [hilariteit alom] Op een gegeven
moment zei ik tegen hem: wat flik jij nou? Die dood? Ja, dat werd een blok aan
ons been; weg ermee. Dan zaten we met elkaar te bellen, dat gaat vlotter dan
typen, en dan lagen we helemaal in een deuk. Die samenwerking was erg leuk. Er
komt ook nog wel een vervolg, maar ik weet nu effe niet wanneer.’
Roelant:
‘Familie is ook belangrijk voor je.’
Melissa:
‘Ja, zeker. Ik zou het heel raar vinden als ik een kinderloos leven had gehad.
Dat had niet bij mij gepast ook. Af en toe zou ik ze achter het behang willen
plakken, maar dat terzijde. We hebben een grote familie en daar houd ik van. Ik
hou erg van gezelligheid, kletsen, lachen. Lekker met z’n allen, de hele familie
bij elkaar, dat is geweldig.’
Roelant:
‘Je vader is al vroeg overleden.’
Melissa:
“Op mijn vijftiende is mijn biologische vader overleden. Hij was paragnost.
Prompt laat ik een paragnost in mijn boeken opdraven, Will de Jager. Opeens zat
die man in mijn manuscript. Ik dacht nog, hè, waarom doe ik dit? Ik snapte er
geen bal van. Maar dat moest gewoon zo wezen. Toen bedacht ik me dat mijn vader
daarboven het leuk vond om ook een rol te krijgen. Nou oké, dan kan je hem
krijgen ook.’
Roelant:
‘Wat lees je zelf graag?’
Melissa:
‘Als ik aan een thriller bezig ben, lees ik geen andere thrillers. Ik wil niet
onbewust beïnvloed worden. Ik ben nu voor de zesde keer al bezig met de boeken
van De Reiziger. Heerlijk. Mijn
schrijven begon met Fantasy. Daar mag echt alles! Over Jeremy heb ik nu vier
delen geschreven. Daar ben ik heel trots op; staat prachtig in mijn boekenkast.
Dat is nu klaar. Nu schrijf ik alleen maar thrillers verder. Mijn fantasyboeken
zijn bij Zilverspoor uitgegeven; mijn eerste thrillers bij Ellessy, en vanaf
deel vier zit ik bij LetterRijn. Ik heb een aantal proeflezers, vier, en daarna
mag Theo [van Rijn, de uitgever] er overheen gaan. Het is heerlijk om thrillers
te schrijven. Maar soms gaat zo’n verhaal er met je vandoor. Dan word ik midden
in de nacht wakker en schiet mijn bed uit omdat ik net iets heb bedacht. Meteen
opschrijven. Gelukkig heb ik dat niet elke nacht, hahaha. Maar het ergste is
het als je boek af is en je er niets meer aan kan veranderen, dat er dán
allerlei dingen door je hoofd schieten. Dat vind ik echt afschuwelijk.’




Roelant:
‘Je werkt dus niet met een vast sjabloon?’
Melissa:
‘Nee. Niet zoals Jet van Vuuren bijvoorbeeld. Een schat is dat. Die heeft een
heel schema en alles. Ik heb ook geen apart schrijvershuisje of iets
dergelijks. Ik doe alles vanuit huis. Dat heeft als nadeel dat je veel
gemakkelijker afgeleid wordt. Mijn mobiel gooi ik wel in een hoek, maar als ie
gaat, ik heb een ringtone van Tina Turner, dan hoor ik het toch. Isa Maron
heeft ook zo’n apart schrijvershuisje. Ook zo’n fijne collega. Wel heerlijk om
zoiets te hebben. Dat zou ik ook best willen. Ik ben nu bezig met deel zes in
mijn VT reeks. Geen idee hoe lang ik met die serie doorga. Misschien ga ik
hierna weer een stand-alone schrijven. Ik heb ideeën genoeg.’
Dank
je wel, Melissa, voor dit bijzonder gezellige interview.
Roelant
de By – vliegende reporter van De Perfecte Buren.


Lees HIER de recensie van ‘Jeremy Jago 1: Het geheim van de passage’
Lees HIER de recensie van ‘Jeremy Jago 2: ‘De kracht van Assingna’
Lees HIER de recensie van ‘Jeremy Jago 3: ‘De strijd om Gemini’
Lees HIER de recensie van ‘Verknipte tegenstander’
Lees HIER de recensie van ‘Verminkte toekomst’
Lees HIER de recensie van ‘Virtuele tango’
Lees HIER de recensie van ‘Verboden tranen’
Lees HIER de recensie van ‘In onschuld’


Eerder verschenen op Perfecte Buren.

Wordt Vervolgd