In gesprek met...... Pieter Aspe

Woensdag, 20 mei, 2015

Geschreven door: Pieter Aspe
Artikel door: Roelant De By



Op dit moment in de leesclub de nieuwste van Pieter Aspe: ‘De doos’. Karin ging

met deze enthousiasteling persoonlijk in gesprek.


Wie is Pieter Aspe en is dit dezelfde persoon als Pierre Aspeslag?
Pieter Aspe is het pseudoniem voor Pierre Aspeslag. Het eerste boek/manuscript heb ik onder mijn eigen naam ingestuurd. Manteau, toen nog onderdeel van Uitgeverij Meulenhoff waren enthousiast over het boek, maar niet zo erg over de naam. Zij hebben toen voorgesteld om daar Aspe van te maken. Zelf vond ik Pierre Aspe niet klinken en daar heb ik zelf dan Pieter van gemaakt. Das in het kort het verhaal rond Pieter Aspe.


Is dit dan een beetje het hoofdpersonage? 
Ik denk dat iedereen die personages gebruikt daar een deel van de auteur in steekt, de ene keer wat meer dan de andere keer. Ik weet wat ik er van mezelf insteek, een ander niet. Uiteraard put je altijd uit jezelf, dus automatisch komen er veel dingen van jezelf in of dingen die je vervormt of die je gehoord hebt van andere mensen die je zelf meebeleeft hebt en die dingen worden dan een ‘potje’.


Je hebt uiteenlopende banen gehad (magazijnier, verkoper, fotograaf, seizoenagent bij de zeevaartpolitie,……..) Had je toen al het gevoel/roeping dat je wilde schrijven? Had je een voorbeeld auteur?
Ik ben begonnen met boeken lezen, uiteraard! Véél gelezen en dan denk je daar wel eens aan om zelf iets te schrijven. Ik ben der toen aan begonnen, maar na twee of drie weken was ik dat beu en dan dacht ik: ‘Ik heb nu twintig bladzijden en wat nu’? Dat is eigenlijk het grootste probleem als beginnend schrijver. Dan weet je het niet meer of dan heb je teveel en dan trekt het op niets meer. Dat is heel moeilijk.


De eerste jaren heb ik veel baantjes gedaan, omdat het me ook allemaal niet beviel. Dat waren allemaal van die dingen die niemand anders wilde doen, maar ja, ik moest iets verdienen hé! Daarom heb ik zoveel dingen gedaan, omdat me niets beviel.
Tussenin heb ik wel gedacht van een boek te schrijven, maar ja ………………….


Er waren praktische dingen, je moest dan na het werk schrijven. Ik was toen negentien of twintig, maar dan zijn er toch andere dingen die je liever doet na je werk dan boeken schrijven. Dus ja, hoe doe je dat? En waarover? We hebben ook niet echt een bekende traditie. Toen waren er nog niet heel veel schrijvers vergeleken met nu, nu zijn er heel wat. Vroeger had je de vaste namen en die waren onaantastbaar. Niemand durfde zich daarmee vergelijken, dat waren vaste waarden en je daarmee vergelijken was ondenkbaar! 


En kun je daarmee je kost verdienen? Vroeger was er maar een beperkt publiek die boeken kochten, de meesten gingen naar de bibliotheek.


Na 36 Van In boeken, hoe begin je in godsnaam nog aan een nieuw boek en hoe verzin je nog een plot en verhaal daarrond? Waar blijf je de inspiratie halen?
Wat heel erg belangrijk is, is de eerste zin, maar ook de laatste zin, want na die laatste klap je het boek dicht en die moet blijven hangen. Maar een eerste zin is belangrijk, waarom? Pak dat je de schrijver niet kent, dan is die eerste zin belangrijk om verder te lezen. Spreekt deze eerste zin aan dan is dat de trigger om verder te lezen.


Het is al gebeurd dat ik absoluut niet wist hoe ik moest beginnen aan het verhaal en er is een boek (kweet nu niet meer welke titel) dat begint met: ‘Heb je Pierre al gezien vandaag’? (Leuk detail; Pierre is Pieter zijn echte naam) Dan zijn er twee dingen in de zin ‘Wie is Pierre’ en ‘Waarom hebben ze hem nog niet gezien’? En zo doe je verder. Een derde zin kan dan bijvoorbeeld zijn ‘We zien hem iedere dag……..’


Zo zaten we ooit op een zondagavond in een café en een meisje vroeg mij of ik al begonnen was met schrijven en ik zei: ‘Nee, k ga morgen beginnen’. Toen vroeg ze waarover het zou gaan en ik zei ‘geen flauw idee’ en ze vroeg me hoe ik dan ging beginnen. Dat meisje noemt Celine en ik zei tegen haar dat ik zou beginnen met ‘Celine is dood’ en zo ben je dan vertrokken, want dan volgt de vraag ‘Wie is Celine en waarom is ze dood’?


Ik heb wel een idee, maar hoe mijn verhaal begint en wat er allemaal gaat gebeuren dat weet ik meestal nog niet! Ik werk ook niet met allemaal papiertjes rondom mij, het enige wat ik wel noteer is de namen, omdat ik heel slecht ben in het onthouden van namen en eventueel de leeftijden. Dit gaat niet over de vaste personages, want die ken ik, maar er komen in elk boek bijkomende personages, zoals de verdachte enzovoorts. Als die na bijvoorbeeld tien bladzijden weer terugkomen, dan weet ik dat niet meer en daarom schrijf ik die namen op. En dat is eigenlijk het enige wat ik noteer.


Vraag me niet wat erin een boek staat, maar ik weet wel wat ik al gebruikt heb. Dan gaat er altijd een belletje rinkelen dat zegt: ‘ Dat heb ik al gebruikt’!
Ik begin traditioneel de maandag, kweet niet waarom, maar dat is zo. Als ik half maart aan een nieuw boek begin en de vijftiende valt op een maandag, dan begin ik die maandag. Valt die maandag bijvoorbeeld op de negentiende, dan begin ik de negentiende, maar het moet een maandag zijn.




Ben je Van In nog niet beu?
Van In op zich ben ik zeker niet beu, maar wat wel begint te beperken is het kader, de locatie Brugge. Niet omdat het Brugge is, maar die locatie leent zich niet voor bepaalde types van verhalen. Het zou dan ongeloofwaardig overkomen. Van In werkt bij de politie, hij is het hoofdpersonage die het onderzoek doet enzovoorts. Je kunt moeilijk vanuit een ander standpunt werken, bijvoorbeeld in het hoofd van de misdadiger, want dan is het geen Van In verhaal meer. Het is altijd – er gebeurt een misdaad en Van In lost de misdaad op! Dat is de formule van een detective. Dat werkt beperkt, want ik ben gebonden aan ‘Van In moet het oplossen’. De hoofdpersonages ben ik zeker niet beu en ondertussen zijn er al een aantal personages, bijvoorbeeld assistentes vervangen, dus daar kan ik me dan eens in uitleven, dan laat ik er eentje afvloeien of doodgaan en dan wordt die vervangen, maar de hoofdpersonages, Van In, Versavel, Hannelore en de wetsdokter die blijven. Een leuke anekdote, de naam van de Wetsdokter heb ik zelf verzonnen. Hij bestaat bij mijn weten niet. Hij klinkt Pools en ik denk niet dat iemand die naam echt uitspreekt, maar als je die naam ziet staan weet je wel gelijk over wie het gaat.


Toen je aan de Van In-reeks begon had je toen zelf gedacht/verwacht dat dit zo een succes zou worden?
Het is nooit begonnen als reeks, het is begonnen als één boek. Stel je hebt de ambitie om een boek te schrijven. Je schrijft dan dat boek en dan denk je dat je taak volbracht is. Een boek is geen twee, toch? Maar vanaf boek twee of drie als de uitgever me dan vroeg of dat ik nog een boek zou schrijven, heeft hij gezegd: ‘Een vervolg of zo’? Toen heb ik bij mezelf gedacht: ‘Moest ik nu eens met dezelfde personages verder werken, want ik had toch mijn basis. Pas vanaf boek vier kwam het idee voor een serie. Het is dus nooit met het idee begonnen om een serie te maken. Het is dus echt begonnen als alleenstaand boek. Ik denk ook dat het moeilijk op voorhand te bedenken is, want wat als het niet werkt?


Ik denk ook niet dat iemand kan voorspellen, niet in Vlaanderen en niet in het buitenland dat dit iets zou zijn dat zou blijven ‘groeien’. Het is heel merkwaardig dat het zolang al blijft en, zolang al goed blijft in de zin dat het zijn weg nog vindt. Het blijft verkopen, maar dat weet je nooit op voorhand. De meeste uitgevers maken dit nooit mee dat als je een manuscript opstuurt dat dit dan zoiets wordt.


De vraag of de serie Aspe er toe bijgedragen heeft tot dit succes is nihil. De oplage voor de eerste aflevering was ongeveer 50.000 en is dan gestegen naar 60.000, maar daarna is dat terug beginnen normaliseren. Er is een piek geweest, maar niet om te zeggen dat die verdubbeld of verdriedubbeld is. Wat wel veranderd is, is de naambekendheid. De televisie speelt een grotere rol bij de naambekendheid dan de geschreven pers. En ook bij de jeugd. Ik schrik soms als ik kinderen van zeven of acht jaar hoor zeggen: ‘Kijk, dat is Pieter Aspe’. En dat is door de televisie, want zonder televisie zouden die kinderen mij nooit herkennen.


Voordeel van een serie is dat de liefhebber ze allemaal in zijn kast wilt hebben. Het nadeel is dat je altijd met dezelfde personages werkt en dezelfde soort verhalen. Het grote voordeel is dat mensen het verzamelen en ook weten wat er komt. De mensen leven er ook een groot stuk in mee. Wij horen ze dikwijls vragen: ‘ Laat Van In niet doodgaan hé’!


Vind je zelf dat er een verschil is tussen je eerste Van In en je laatste? Heb je zelf een favoriet van die 36?
Der zal wel een verschil zijn, maar voor mij zelf moeilijk om te beoordelen. Het zou vreemd zijn mocht er geen verschil zijn, maar ik zie dat niet. Het is natuurlijk ook over twintig jaar. Ik lees ze ook niet allemaal opnieuw, maar stel dat ik dat wel zou doen, dan zou ik het ook weten. Er zijn mensen die zeggen dat mijn manier van schrijven geëvolueerd is en de manier van vertellen en dat zal ook wel zo zijn. De personages blijven in essentie hetzelfde.


Mijn favoriet, das heel simpel, dat is nummer één, omdat je dan alles voor de eerste keer krijgt. Het bericht van de uitgever dat je boek uitgegeven wordt dat is één van de mooiste berichten die je in je bus kan krijgen. Een tweede keer is dat al heel anders en nu, tja, daar wordt niet meer over gepraat hé! Maar de eerste recensies, de eerste krantenknipsels, het feit dat je het boek ziet liggen, dat je mensen je boek ziet lezen, de boekenbeurs…. Alles wat de eerste keer op je afkomt, beleef je maar één keer op die manier en dat heeft allemaal te maken met je eerste boek en daarom boek één.






Ondertussen ben je een voorbeeld voor vele anderen en krijg je de stempel een fenomeen en literair icoon te zijn, niet alleen in Vlaanderen maar ook ver daarbuiten! Hoe sta je daar zelf tegenover? (vind je dat bijv een eer?)
Het fenomeen en literair icoon, dat zeggen andere mensen. Wat andere mensen over mij zeggen of denken daar kan ik niets aan doen en aan de andere kant word je natuurlijk vereerd als ze zeggen dat je een icoon bent, dan dat ze zeggen dat je goed ben voor de vuilnisbak. Dat is natuurlijk een groot verschil. Er zit ook wat commerciële ‘prietpraat’ achter, ze moeten iets vertellen hé!
De mensen zijn heel trouw. Er zijn bijvoorbeeld mensen die mij al twintig jaar volgen en nog altijd even enthousiast zijn of nog enthousiaster. Er zijn mensen die een jaar of drie ingestapt zijn en nu al de hele serie hebben. Dat doet natuurlijk heel veel plezier. Ik doe dus gewoon mijn best voor de mensen die mijn boeken lezen om telkens weer iets nieuws te geven wat hen kan boeien.


Is het waar dat je élke dag exact 1700 woorden schrijft? Waarom 1700 en sla je echt geen dag over?
Elke dag behalve op zondag, want dat is rustdag. Nooit minder, maar soms een paar meer. Dit om simpele reden dat ik door elke dag 1700 woorden te schrijven, na 50 dagen een verhaal klaar heb.


Jouw eerste boeken zijn verfilmd voor tv in de serie Aspe. Hoe is dat voor een schrijver? Was dat een droom, of juist niet? Hoe groot is je inspraak bij het tot stand komen van een dergelijk project?
Verfilmd worden geeft een soort ‘meerwaarde’. Het is een mooie bevestiging dat andere mensen erin geloven om dit te vertalen naar een ander media. Er zijn ondertussen 127 afleveringen gemaakt en je wordt dat gewend. Het is weer hetzelfde verhaal als met het eerste boek. De eerste keer dat ik het op de set zag was dat voor mij redelijk pakkend. Iemand heeft dat verfilmd en daar lopen ze nu!


In het begin was er sprake om tien boeken te verfilmen, tien dubbele afleveringen, omdat er op dat moment maar elf boeken bestonden. Dat heeft redelijk veel succes gehad en bij VTM (commerciële Vlaamse zender) hoorde ze de kassa natuurlijk rinkelen. Toen hebben ze gezegd dat ze graag wilden verder doen, maar ik zei dat ik niet zo snel boeken kan schrijven dan dat ze verfilmd zouden worden. VTM heeft toen zelf voorgesteld om er afleveringen van vijftig minuten van te maken, omdat dat het normale formaat voor een serie is en daar kunnen ze dan mensen opzetten die dit formaat kennen. Het wordt dan een ander soort verhalen die ik dan een beetje heb opgevolgd, maar ondertussen weten bepaalde van die scenaristen misschien meer dan ik over Van In. Zij zijn daar meer mee bezig geweest dan ik. Ik heb het geluk gehad dat het heel professioneel gebeurt is. Er was iemand die het héél scherp in de gaten hield en ook Herbert Flack (die de rol van Van In speelde) was daar heel streng op: het moest zo en mocht niet anders! Zijn personage moest Van In zijn uit het boek, dus hij was eigenlijk de grootste ‘waakhond’. Als hij vond dat het niet Van In was, dan speelde hij het ook niet.


Er wordt zelf gewerkt aan een filmscript van Pijn3. Is dit al concreet en aan wat kunnen de fans zich verwachten?
Ze zijn daar mee bezig, maar zelf weet ik daar ook nog niet veel over, ik heb daar nog niets van gelezen. Ik weet dat er een scenario is, maar ik heb het nog niet gelezen. Zolang er geen groen licht komt voor de productie ga ik het ook niet lezen, want dat is verloren tijd. Het belangrijkste is de financiering. Als die rond is komt er een film, komt die niet rond is er geen film. Komt die financiering rond zullen ze mij het script wel opsturen en dan begint het werk pas. De film staat helemaal los van de series, dus waarschijnlijk met andere (hoofdrol)spelers dan in de serie. De vraag is nog altijd of de film er ooit komt, wordt hij ooit gemaakt? Het is wel heel concreet en zodra er geld is ……….


De trailer van je nieuwste ‘De Doos’ is een parodie op 50 tinten grijs. Waarom en wie bedenkt zoiets?
De uitgever heeft dit bedacht. In februari was de film ’50 tinten’ in de zaal en het gaat over grijs en kleur en een parodie op die ’50 tinten grijs’ dat ik dus kleur breng in al dat grijs. De uitgever van ’50 tinten grijs’ heeft bezwaar gemaakt en daarom is het in de trailer ‘ 50 tinten thuis’, uitgegeven door WPG zelf.
Klik hier voor de trailer

Schrijven Magazine



De Doos wordt aangekondigd als ‘een oase van leesplezier’, wat mag ik mij daar bij voorstellen en waarom zou ik het boek dan ‘moeten’ lezen volgens jou?
Ik hoop dat al mijn boeken een ‘oase van leesplezier’ zijn en het is een manier op duidelijk te maken ‘lees het’! Als je van de vorige tevreden bent, ga je van deze ook heel tevreden zijn. Het is ontspannend, het is lichtvoetig en het is toch spannend. Ik bedoel dus dat er een ontknoping is en het wekt de nieuwsgierigheid op. Het is niet gruwelijk, de moorden worden amper beschreven. Meestal staat er: ‘Hij is dood’ en hij is doodgeschoten of verdronken, maar daar stopt het. Het is meer voor het plezier van het lezen en dat is het grootste argument om een boek te lezen. Het is prettig om te lezen, hoor ik van andere mensen.


Ik zag je regelmatig verschijnen in de serie Aspe en nu ook weer in de trailer voor je De Doos. Heeft dit een bepaalde reden of vind je dat gewoon leuk?
Zelf vind ik dat heel vervelend. De opname van de trailer voor ‘De Doos’ bijvoorbeeld dat heeft 6 uur geduurd. Het was op een zondag in Leuven, mijn vrije dag. Ik zeg niet dat het lastig is, maar ik vind het vervelend. Dan moet je ook nog wachten op de resultaten en dan duurt de trailer een 45 seconden. Maar zo werkt het. Ze hebben een idee wat het moet worden, het wordt dan uit verschillende hoeken opgenomen en ze hebben dus massa’s beelden teveel om er dan de goede uit te selecteren. In de serie kwam ik gemiddeld een vijf seconden in beeld, maar je moet daar wel een viertal uur aanwezig zijn hé.
In beeld komen vind ik helemaal niet erg, maar de tijd die je erin steekt…….


Je hebt misdaadboeken, jeugdboeken en novelle’s geschreven. Is er nog iets dat je graag zou willen doen op schrijfgebied? Een kookboek?
We zijn bezig met een aantal dingen te bedenken, maar dat zal misschien voor na boek veertig zijn. Dus na boek veertig komt er waarschijnlijk wel iets anders, maar ik weet het nog niet. Dat is voor ons een deadline, maar dat hebben we gezegd na boek twintig en dertig ook. Na boek veertig is het zeker een moment van bezinning. Komen er nog Van In’s of komt er iets anders en wat dan? Het zou een kookboek kunnen zijn, maar dan wel met een professionele kok uiteraard en ik zou dan voor een verhaaltje kunnen zorgen dat daarbij past. Bij de vraag of hijzelf een ‘kok’ is zei zijn echtgenote: ‘Ik denk het niet é’, met als tegen antwoord van Pieter/Pierre: ‘Ik eet het gewoon op’.






Er is een Aspe Award in het leven geroepen. Sta jezelf mee aan de basis daarvan en wat is de bedoeling van die award?
De bedoeling is om nieuw talent aan te trekken en dat is nu dit jaar met een
verhalenwedstrijd. We zullen wel zien wat er gebeurt. De eerste prijs is € 1500,- wat toch geen ‘flut’prijs is. Je kunt er eens mee op reis gaan of een nieuwe tv kopen. De tweede prijs is alle boeken, wat toch ook een consistente prijs is en de derde prijs is een jaar gratis Omer. En wat nog belangrijker is, het wordt gepubliceerd. Want wat is het probleem van een debutant, je steekt daar toch veel tijd in, zelfs in een kort verhaal en dan heb je nooit de garantie dat het gepubliceerd wordt. Met deze Award gaan er toch een aantal mensen de kans krijgen om gepubliceerd te worden onder mijn naam, dus ze krijgen ook een publiek. Als daar dan reactie op komt, moet dat toch de grootste steun zijn die je kan krijgen als beginnend schrijver. De wedstrijd is bedoeld voor iedereen, jong en oud. 


Een leuk weetje – In deze verhalenwedstrijd start iedereen met dezelfde zin ‘De les eindigde met een vers uit het evangelie van Mattheus’. Deze zin is de eerste zin uit Aspe zijn zevendertigste boek.


Aspe NV, kun je in het kort vertellen wat dit inhoud?
De bedoeling is dat er nog initiatieven ontwikkeld worden. Nu is dat rond mezelf met ‘De Oxymoron Theorie’. Dit is Pieter zijn allereerste, nooit uitgegeven boek. Toen was er nog geen sprake van Van In of wie dan ook. Dit boek komt uit in juni 2015. Dit is stap één van de NV. De Award is stap twee en wat er dan met mij nog gebeurd of met anderen, dat ga je dan lezen in die folder van Aspe NV die om de drie maanden uitkomt. De NV is eigenlijk symbolisch, het is dus niet een rechtspersoon of vennootschap, het is een imprint. Het is dus onder dezelfde uitgeverij een ander merk creëren. Het is iets redelijk nieuw en voor Vlaanderen is het compleet nieuw.


In 2010 heb je de Ouvreprijs van Hercule Poirot gewonnen. Is er een prijs die je graag in je kast zou willen hebben staan?
Er zijn niet zoveel prijzen toegankelijk voor misdaad in België, naast de ‘Hercule Poirot’ en de ‘Diamanten Kogel’ bij ons, heb je nog in Nederland ‘De Gouden Strop’. Om dan maar iets te noemen zou ik die laatste graag nog willen. In bijvoorbeeld Amerika en de Scandinavische landen zijn daar wel prijzen voor. Omdat zijn boeken vertaald zijn, was mijn vraag welke prijs hij daar dan zou willen winnen? Het antwoord daarop was dat je daar geen vat op hebt en dat je altijd eerst opgemerkt moet worden.


Wat staat er in je eigen boekenkast en lees je zelf veel? Wat lees je dan en heb je een favoriete auteur?
Ik las vroeger heel, heel veel en nu veel minder, dus wat staat er in mijn eigen boekenkast? In, letterlijk ‘zijn eigen boekenkast’ staan van al zijn titels één exemplaar per druk.


In de boekenkast met te lezen boeken staat een beetje van alles. Vroeger las bijvoorbeeld boeken van Frederick Forsyth, zoals ‘De dag van de Jakhals’ (1971) Een paar weken geleden heb ik eens iets gelezen van Baldacci en die zijn ook heel goed. Ik kom daar meestal niet toe, maar ik ken die namen wel. Ik heb die een zes maanden terug eens van iemand gekregen, die heeft hier dan een hele tijd gelegen toen ik dacht: ‘Ik ga hem eens proberen’ en dat is me heel goed bevallen. ‘De eenzaamheid van de priemgetallen’ van Paulo Giordano heb ik ook gelezen, maar dat is meer literair. ‘Hard hart’ van Ish Ait Hamou , ook uitgegeven bij WPG. Dat is een jonge Marokkaan, die eigenlijk choreograaf is van opleiding en die bekend geworden is door ‘So you think you can dance’.


Als je niet schrijft, hoe vul je dan je tijd in?
Dat hangt een beetje van de periode af. Ik doe redelijk veel interviews, daarom niet altijd over boeken. ‘Acte de présence’, hoewel dat eerder beperkt is. Een boek lezen en gaan signeren. Als je alles bij elkaar optelt vul ik daar zo een beetje mijn middagen mee. Bij mooi weer zitten we op het terras. Research, als ik aan een boek begin dan ga je dingen gaan bekijken of met mensen praten. Eigenlijk draait alles zo’n beetje rond boeken en wat daarmee te maken heeft.


Echte hobby’s heb ik niet. Ik dwaal bijvoorbeeld wel graag rond in de Kloosterstraat (Antwerpen) op zoek naar ‘rare’ dingen. (Pieter heeft een levensgrote ‘Kuifje in maanpak’ in de huiskamer staan) Snuisteren naar leuke objecten, want snuisteren op zich is ook heel leuk. Tenslotte kun je niet blijven kopen. De laatste aanwinst is Jerommeke met een dienblad…. Voor den Omer?!






Perfecte Buren.


Laat hier je reactie achter:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.