In gesprek met René van Rijckevorsel

Maandag, 5 december, 2016

Geschreven door: René van Rijckevorsel
Artikel door: Roelant De By


Wie is Rene?
Een energieke man van 54
met een interessante en creatieve baan, een leuke vrouw, toffe kinderen en een
heerlijk leven in het mooie Haarlem. Niks te klagen!

Je hebt een succesvol
thrillerdebuut gemaakt met Tunis. Hoe heb je die tijd ervaren en wat is voor
jou het belangrijkste dat je hebt geleerd uit die periode qua schrijverschap?
Want je had natuurlijk al twee boeken gepubliceerd.
Een thriller/roman
schrijven is wel even wat anders dan mijn twee eerdere boeken (Verre Vrienden,
een brievenboek met Rik Kuethe, in 1998 uitgegeven door Thomas Rap, en
Taalamuses uit 2013, een verzameling taalstukjes uit Elsevier). Tunis was een
vrij lange bevalling omdat het op een gebeurtenis uit 1991 is gebaseerd die
veel emoties heeft losgemaakt. Pas toen ik de knoop had doorgehakt om er een
factionthriller van te maken, lukte het me.

Je werkt bij het blad
Elsevier. Hoe combineer je dat met je schrijven en gezin?
Discipline. ’s Avonds
ben ik doorgaans om een uur of 7 thuis, dan eet ik, en om 8 uur ga ik aan het
boek zitten. Ik geniet ervan, anders zou ik het niet doen. En hoe drukker ik
het heb, hoe beter. Mijn levensmotto is ‘hoe meer je doet, hoe meer je kunt’.

Je hebt een tijd in het
buitenland gewoond en gewerkt o.a. in Zimbabwe. Je verhalen spelen ook in het
buitenland af, komt dat omdat je zo gefascineerd bent door die landen of speelt
heimwee een rol? Zou je terug willen?
Ik heb het geluk gehad
dat mijn vrouw diplomaat was. Als journalist reisde ik met haar mee, naar
Tunesië (1990/1991) en naar Zimbabwe
(1996-1999). Een heerlijke tijd, zeker in Zim. We waren jong, hadden kleine
kinderen en woonden onder heerlijke omstandigheden in een van de mooiste landen
ter wereld. Ik heb die landen tot decor van mijn eerste twee thrillers gemaakt,
omdat ik ze nog goed denk te kennen en dus betrouwbaar de sfeer kan oproepen.
Als ik een ander land als decor had genomen, had ik research moeten doen en
erheen moeten gaan. Daarvoor ontbreekt het mij nu aan de benodigde tijd. Of ik
terug wil: niet meer om te wonen, wel voor een kort verblijf. Dat gaat er
binnenkort vast van komen. Ik geniet – ook doordat ik alles waar opriep tijdens
het schrijven – eerder van de mooie herinneringen dan dat ik last heb van
heimwee.


Tunis en Zim zijn
gebaseerd op een waargebeurd verhaal, kun je onze lezers daar iets meer over
vertellen? Hoe zijn die verhalen op je pad gekomen?
Tunis is gebaseerd op
een waargebeurde moord, op 27 februari 1991 op de diplomaat Robert Jan
Akkerman. Hij is op de laatste dag van de Eerste Golfoorlog doodgeschoten voor
zijn huis in Sidi Bou Saïd, een voorstad van Tunis. Hij was een directe collega
van Rolien, mijn vrouw, en onze beste vriend in Tunis. De moord is nooit
opgelost. In mijn thriller Tunis wordt de moord wel opgelost – op geheel
fictieve wijze uiteraard, al zit er wel wat subtiele wraak in het boek, jegens
de hooggeplaatsten op het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken, waar
ze niets hebben gedaan om de toedracht te achterhalen. In Zim is de basis
minder emotioneel. Maar toen ik er zat, trokken we ook op met een aantal
Nederlandse boeren die daar prachtige landerijen hadden. Niet lang nadat wij
zijn vertrokken, zijn die boeren het land uit verdreven door Mugabe. Dat
sluimerde al toen wij er woonden. Met het gegeven van zo’n verdreven boer wilde
ik iets doen.


Zou jij je boeken
typische ‘mannenboeken’ noemen? Hoe vind je dat eigenlijk dat boeken worden
bestempeld als zijnde voor man of vrouw?
Zeker niet. Ik krijg
veel enthousiaste reacties van vrouwelijke lezers. In Tunis is de hoofdpersoon
nota bene een vrouw. En in Zim zijn 2 van de 4 vertellers vrouw. Maar ik zit
wel in een fonds (Tomas Ross Crime) dat streeft naar meer ‘mannelijke’
thrillers als tegenwicht voor de vrouwelijke ‘witte-wijnthrillers in de
Vinex-wijk’.

Kun jij je voorstellen
dat je iets anders met net zoveel passie zou kunnen doen en wat zou dat dan
zijn?
Ik zou graag elke
dag golfen en een waanzinnig goede
handicap halen (onder de 10; nu speel ik van 17). En ik zou me ook graag
fanatiek toeleggen op schilderen of tekenen.

Je hebt ‘iets’ met taal?
Leg eens uit alsjeblieft? Wat is voor jou het mooiste aan de Nederlandse taal
en hoe sta jij ten opzichte van de veranderingen die de taal doormaakt? (denk
aan spreektaal/straattaal etc)
Ik vind de Nederlandse
taal niet bijzonder mooi of zo. Maar ik vind dat je je moerstaal niet moet
verkwanselen. Noch sprekend noch schrijvend. Slecht en onlogisch taalgebruik
vind ik ook een teken van domheid. Ik (dit is wel een beetje ouwemannenachtig)
erger me best vaak aan medetaalgebruikers die fouten maken, contaminaties
gebruiken, een lelijke uitspraak hebben, au-to zeggen in plaats van oto en ga
zo maar door. Het leukste van taal vind ik eigenlijk dat het zo’n subtiel
onderscheidingsmechanisme herbergt. Iemand hoeft maar een paar zinnen uit te
spreken of je kunt hem geografisch en sociologisch duiden. Ik ben tegen alle
vereenvoudiging: in spelling, in uitspraak, in woordgebruik et cetera.
Verandering daarentegen is prima. Een taal is een levend organisme.

Heb je al een idee voor
een volgend boek? Kun je daar al iets over vertellen?
Zeker heb ik dat. Ik
hoop dat het in 2018 uitkomt. Zoals ik het nu voor me zie, speelt het zich af
op Zanzibar, aan de Côte d’Azur, in Lyon en in ‘s-Hertogenbosch. Allemaal
plekken die ik ook goed ken. En ik ga proberen de spanning iets meer onderhuids
te laten zijn.


Zou jij jezelf een
internetexpert noemen? Hoe sta je dan bijvoorbeeld tegenover social media en de
invloed van het internet op de samenleving?
Al ‘doe’ ik al sinds
2004 internet vanuit de hoofdredactie van Elsevier, ik vind mezelf geen expert.
Ik ben geen absolute fan van sociale media: ze zijn hijgerig en iedereen denkt
zich een mening te mogen en kunnen permitteren. Aan de andere kant maak ik er
wel veel gebruik van, actief en passief. Twitter spreekt mij meer aan, omdat je
dan niet al die vakantiekiekjes en berichten over al dan niet overleden
huisdieren hebt, die Facebook zo irritant maken. Maar voor promotie van mijn
boek Zim doe ik wel weer vooral Facebook. Het grappige van internet is dat het
een ultramodern medium is, waar juist middeleeuwse praktijken,
samenzweringstheorieën en bijgeloof het meeste succes lijken te hebben (denk
aan jihadisme en de anti-vaccinatie-idiotie).
Stel dat je iemand uit
heden of verleden een prangende vraag mag stellen, wie zou dat zijn en welke
vraag zou je stellen?
Dat is niet zo moeilijk:
dan zou ik aan Robert Jan Akkerman vragen wie hem heeft vermoord en of hij weet
waarom.

Tot slot: wat doet Rene
over vijf jaar?
Bij leven en welzijn
hopelijk grosso modo hetzelfde als nu. Ik werk dan aan mijn vijfde roman en heb
dan al minimaal een gouden strop in the pocket ☺

René, hartelijk dank voor je enthousiaste medewerking aan dit gesprek. Ik ben heel benieuwd met welk boek je ons de volgende keer gaat verrassen en of dat ook weer de fascinerende mix heeft van feit en fictie zoals Tunis en Zim.
Heel veel succes met alles!

Patrice – Team De Perfecte Buren


Lees hier mijn recensie over René zijn laatste thriller Zim

Eerder verschenen op Perfecte Buren.