In gesprek met ... René van Rijckevorsel

Woensdag, 11 juli, 2018

Geschreven door: René van Rijckevorsel
Artikel door: Roelant De By







Onze
vliegende reporter in gesprek met René van Rijckevorsel
‘Mijn
levensmotto is: “hoe meer je doet, hoe meer je kunt”. Discipline, daar gaat het
om. “Ask a busy man, when you want something done,” zei
Churchill al.
Zwanenbroeders is mijn derde boek. En dat
schrijven moet naast mijn meer dan volle baan. Dat betekent avonden, weekends
en vakantie. Gewoon doorwerken.’
Aan het
woord is René van Rijckevorsel. We zitten op zijn werkplek, het redactiekantoor
van Elsevier weekblad, vlak bij de Johan Cruyff Arena. Zijn pas verschenen boek
Zwanenbroeders speelt zich onder meer af in ’s Hertogenbosch. De
nauwkeurige beschrijving van de straten en omgeving doet vermoeden, dat René daar geboren is?
René:
‘Nee, eigenlijk als enige uit de familie kom ik niet uit Brabant. Grote
katholieke familie. Ik ben in Den Haag geboren en heb daar op school gezeten.
Niet op het Aloysius college [noot Roelant: een bekende rooms-katholieke school
in Den Haag, die in 2016 is opgeheven], maar op een openbare school, het
Maerlant, waar ook Rutte op gezeten heeft. Mijn ouders lieten me heel vrij in
mijn studiekeuze. Dat resulteerde in de keuze voor Nederlands en niet voor
rechten of medicijnen zoals de meeste van mijn familieleden. In Utrecht heb ik
dat gestudeerd. Ik weet eigenlijk niet meer, waarom ik toen niet voor Amsterdam
heb gekozen, hahaha.
Ik wou
altijd al in de journalistiek. Het was alleen een beetje slechte tijd om een
baan te vinden, toen ik afstudeerde. Dat was 1987. Ik ben toen als freelancer
begonnen. Voor bedrijven schrijven en video’s maken. Dat liep wel goed moet ik
zeggen. Maar dan ben ik mijn huidige
vrouw tegengekomen. Die was diplomaat. Die werd opeens in Tunis geplaatst. Toen
ben ik meegegaan. Daar ben ik begonnen als correspondent van de regio.

Dat was
een heel spannende tijd, de opkomst van de Fis en bovendien brak de Golfoorlog
uit. Op de laatste dag van de Golfoorlog, in 1991, werd een collega van mijn
vrouw vermoord, de tweede man van de ambassade. Dat was erg heftig. Die moord
is nooit opgelost! Die zomer zijn we terug naar Nederland gegaan. Dat verhaal
heeft heel lang in mijn hoofd gezeten. Ik wist niet goed wat ik er precies mee
zou gaan doen. Eerst dacht ik aan een non-fictie boek. Maar ik kwam niet achter
al die geheimen. Dus dat lukte niet. Toen heb ik even gedacht aan een roman,
maar dat ging aanvankelijk ook niet lekker.

Jaren
later heb ik iets aan de Bezige Bij laten lezen. Die zeiden: het is heel
spannend, waarom maak je er geen thriller van? Toen viel eigenlijk het muntje.
Faction, een thriller met waargebeurde elementen was ideaal voor mijn verhaal.
Helemaal fictie vind ik niet leuk; daar ben ik toch te veel journalist voor. Ik
wil ook dat de mensen na het lezen van mijn verhaal er iets van opgestoken
hebben. Dus dat is mijn eerste thriller geworden, die ook Tunis als
titel heeft. Ik had Tomas Ross als begeleider. Ze wilden ook een tegenhanger hebben voor al die vrouwelijke thrillerauteurs, de witte-wijn-thrillers zeg
maar. Ik heb veel van hem geleerd. Ten eerste: tempo, tempo, tempo. En verder
moet de hoofdpersoon de actie zelf uitlokken. Hij moet het zelf uitvinden, het niet
aangereikt krijgen. Korte hoofdstukken houden ook het tempo erin. Was erg
grappig om hem als begeleider te hebben.’
‘Later,
eind jaren 90 zijn we in Zimbabwe geweest. De tijd die we daar doorgebracht
hebben, is de basis van mijn tweede thriller geworden, Zim. Een fijne
tijd hebben we daar gehad. Het was wel het begin van de downfall van Mugabe.
Heel veel witte boeren zijn verdreven. Grappig genoeg heb ik de strijd van
vorig jaar tussen de vrouw van Mugabe en de vicepresident Mnangagwa al eerder voorspeld.
Dat staat al in mijn boek, terwijl het vorig jaar pas gebeurde. Dat is het
leuke van mijn vak. Als journalist zit je goed in de materie en kun je bepaalde
zaken aan voelen komen.’





Roelant:
‘Het grote voordeel van schrijver zijn, is dat je overal kunt wonen. Zwanenbroeders
speelt zich voor een gedeelte af in Zanzibar, Tanzania. Leuk detail dat je op
die plek waar zoveel prachtig houtsnijwerk en versiering is gemaakt, ook in
deuren en poorten, een “authentieke vervalsing” laat maken van kerkelijke
kunst.’
René:
‘Ik had twee boeken geschreven die zich in Afrika afspeelden. Ik wou ook een
linkje naar Nederland, maar ook Afrika erin. Vandaar Zanzibar. Een hele leuke
mix van culturen heb je daar. Uiteindelijk heeft mijn vrouw de diplomatie
verlaten en zijn we teruggekeerd naar Nederland. Het gesleep met die
opgroeiende kinderen werd een gedoe. We wilden de kinderen in Nederland verder laten
opgroeien. En ik heb ook veel te leuk werk hier, bij Elsevier. Ik werk hier al
sinds ’93-’94 of zo. Een paar jaar ertussenuit geweest naar Zimbabwe, maar
daarna mocht ik weer terugkomen.’
Roelant:
‘Toen ik even op je wachtte, heb ik in een willekeurige Elsevier gebladerd die
er lag, en mijn oog viel op een artikel over mensen die hun eigen land waren
ontvlucht en hier in Nederland politiek asiel hadden gekregen. Diezelfde mensen
gingen op vakantie terug naar hun land van oorsprong. Precies hetzelfde beschrijf
jij in je boek.’
René:
‘Ja, dat is toch krankzinnig! Af en toe zo’n klein zinnetje in je boek is leuk.
Dan laat je dat je hoofdpersoon zeggen en zich daarover verbazen. Dat hoeft dan
niet eens precies jouw eigen mening te zijn. Ik werk niet met schema’s of
zoiets. Het begin en het eind staan vast. Daartussen mag ik heerlijk losgaan.
Dat vind ik de leukste manier van werken.’
Roelant:
‘Dan komen we bij je nieuwe boek, Zwanenbroeders, een genootschap waar
je zelf ook lid van bent. Er zijn nogal strenge voorwaarden om daar lid van te
worden. Hoe is je dat gelukt?’
René:
‘Mijn hele familie komt al zo’n 200 jaar uit ’s Hertogenbosch. Ik ben al de
zesde generatie die lid is van de Zwanenbroeders. Mijn vader, grootvader,
overgrootvader enz. Tot mijn 40-ste had ik er niet zoveel oren naar. Maar toen
dacht ik: wie ben ik om met die traditie te breken? Ik ben alleen zelf niet zo
heel erg religieus. Maar dat aspect valt heel erg mee. Het is ook ontzettend
dierbaar om samen met mijn vader, die 84 is, naar een bijeenkomst te gaan. We maken
er een uitje van; mooi aangekleed in een rokkostuum, hotel geboekt. Het leuke
is ook: het gaat ergens over. Als je elkaar maar een á twee keer per jaar ziet,
ga je niet over je nieuwe auto praten, maar zijn het echt goede gesprekken.
Hoewel het opgericht is als Mariavereringsgenootschap zijn de gesprekken open
en niet dogmatisch. Het gaat over het leven. Sinds 1642 is het oecumenisch. Dat
is op zich al heel bijzonder. Dit jaar vieren we ons 700-jarig bestaan. Diverse
leden schrokken wel even, toen ze erachter kwamen dat ik een boek ging
schrijven waarin een belangrijke rol voor het genootschap is weggelegd. Ik heb
dat niet van tevoren gezegd.’
Roelant:
‘Ik vind het een erg goed boek. Het leest als een thriller van Dan Brown.’
René:
‘Ik doe het echt voor de leuk, dat schrijven. Voor het geld is het niet. Je
weet hoeveel schrijvers verdienen. Daar hoef ik het echt niet voor te doen. Het
is vanwege de ontzettend leuke reacties die ik krijg. Het geeft mij plezier om
te schrijven en het doet me veel plezier dat ik er zulke aardige dingen over
hoor. Ik schrijf boeken die ik zelf zou willen lezen. Ik heb tot nu boeken
geschreven in 2014, 2016 en nu 2018. 2020 ga ik niet halen ben ik bang. Ik heb
wel een begin van een idee, maar nog niets op papier. Komende vakantie ga ik
daar verder over nadenken. De aandacht voor dit boek is heel prettig; deze week
nog een mooie recensie in een landelijk dagblad.’
René,
dank je wel voor dit prettige interview.
Roelant
de By – vliegende reporter voor De Perfecte Buren



Lees hier de RECENSIE van ‘Zwanenbroeders’




Eerder verschenen op Perfecte Buren.

Technisch Weekblad

Laat hier je reactie achter:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.