In gesprek met........Rudy Soetewey

Maandag, 10 november, 2014

Geschreven door: Rudy Soetewey
Artikel door: Roelant De By

Een aantal jaren geleden maakte ik kennis met het boek ‘Moord’ van Rudy Soetewey. Dat resulteerde al heel snel dat elk boek dat verscheen aan te kopen. Heerlijk spannende maar bovenal menselijke boeken die vanuit het midden van onze samenleving geschreven zijn. Ten allen tijde actueel en zo heerlijk Bourgondisch (waarover later meer). Rudy hebben wij mogen leren kennen als een enthousiast en ruimhartig mens die n.a.v. onze groepsrecensie voor zijn boek ‘Getuigen’ meteen met een leuk voorstel kwam voor een meet & greet. Zo gezegd zo gedaan. 


Sindsdien is er sprake van regelmatig contact en vorige week zijn we met z’n allen van het team DPB en lezers van de groepsrecensie op zijn uitnodiging richting Antwerpen getrokken om de Boekenbeurs te gaan verkennen. Dit was natuurlijk de kans om jullie als lezers eens uitgebreid kennis te laten maken met deze warmhartige Vlaming. Patrice had een, ietwat lang, gesprek met Rudy waarvoor dank je wel!!  


Wie is Rudy Soetewey?
Vlaams auteur van misdaadromans en toneelstukken. Voormalig leraar. Regisseert af en toe in het amateurtoneel.


Je woont al meer dan twintig jaar in Edegem (België). Ben je honkvast?
Waarschijnlijk wel. De eerste tien jaar van mijn zelfstandig bestaan ben ik tien keer verhuisd, dus dat was niet zo’n honkvaste ‘start’, maar nadat ik uiteindelijk vond wat ik zocht, zag ik niet zo meteen een reden om te verkassen. Als je je plek eenmaal gevonden hebt…


Je bent afgestudeerd in aardrijkskunde-wetenschappen, heb je in die richting ook gewerkt? Of ben je na je studie meteen gaan schrijven?
Ik heb een volledige carrière in het onderwijs achter de rug, waarbij ik een hele trits vakken heb ‘gegeven’. Bovendien ben ik maar beginnen schrijven omstreeks mijn dertigste. Een laatbloeier zeg maar. 🙂 Fulltime schrijven leek me nooit een optie. De meeste (Vlaamse) schrijvers hebben nog andere activiteiten. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Angelsaksische landen betekent een bestseller in Vlaanderen niet dat je voor de rest van je leven kan rentenieren.


Kun je iets van die studie toepassen in het schrijven?
In letterlijke zin niet. Maar de neiging om dingen ’te verklaren’, wordt er met zo’n job natuur-lijk ingeslepen. Ik moet met andere woorden alert blijven dat ik niet te ‘uileggerig’ word. ‘Zelf laten ontdekken’ is bijna altijd beter dan iets kant en klaar in te lepelen. Denk ik. Oud-leerlingen zeggen me soms wel eens dat ik nogal een ‘verteller’ was in de klas. Dat ze me vaak aan de praat probeerden te krijgen, en dat dat ook geregeld lukte. 🙂 Stiekem vond ik dat zelf trouwens best wel leuk.


Is het in België mogelijk om de kost te verdienen met het schrijven van boeken en toneel-stukken?
Het is niet helemaal onmogelijk, maar er is dan wel een veelvoud aan extra ‘shnabbelen’ nodig om te overleven. En zoals het spreekwoord zegt: de uitzonderingen bevestigen de regel. Het taal-gebied – Vlaanderen – is met z’n vijf miljoen inwoners al niet erg groot, en hoe je het ook draait of
keert, Nederland en Vlaanderen vormen misschien wel theoretisch één taalgebied, maar het is voor schrijvers zeker niet één enkele markt. De meerderheid van Vlaamse auteurs is in Nederland on-bekend, en vice versa. Jammer genoeg. En als je boeken niet massaal en onafgebroken verkocht worden, wordt overleven op louter auteursrechten quasi onmogelijk. Tenzij je een erg traag werkend metabolisme hebt, een gratis verblijf in een grot hebt weten te bemachtigen, en de inwoners-van je dorp je eten brengen. 🙂


Vertel eens over je eerste boek ‘Bedrieglijke eenvoud’?
Bedrieglijke eenvoud is een bundel kortverhalen, met telkens een verrassende ontknoping. De bundel werd gepubliceerd in 1993, en is alleen nog op de tweedehandsmarkt af en toe te vinden. Essentieel bij alle verhalen is de onverwachte ontknoping. Het gaat telkens om een situatie die eenvoudig en duidelijk lijkt, maar waarin de lezer ongewild zichzelf op het verkeerde been zet. Een spel met perceptie, zeg maar, toen het woord nog niet bestond. 🙂 (Een voorbeeldje: je kunt perfect een verhaal vertellen met een vogel als verteller, zonder dat de lezer doorheeft dat het om een vogel gaat. Als je dit pas bij het einde onthult…)



Wat is je favoriete eigen geschreven boek, waaraan heb je de meest bijzondere/emotionele/leuke herinneringen?
De moeilijkste aller vragen. Daarop kan ik echt onmogelijk eenduidig antwoorden. Elke titel heeft zijn eigen anekdotes, herinneringen, ontstaansgeschiedenis, enzovoort. (Ik geef over dat specifieke onderwerp – de link tussen mijn boeken en mijn leven – trouwens af en toe een lezing. 🙂 Als er geïnteresseerden zijn…) Boeken zijn de kinderen van de schrijver luidt het cliché, en voor-aleer een waarheid de status van cliché krijgt, moet ze die voetafdruk echt wel verdiend hebben. ‘De laatste reis’, een historische roman, was emotioneel de zwaarste om te schrijven, maar heeft me achteraf gezien wel geholpen bij een verwerkingsproces. Het is de letterlijke toepassing van het adagio dat je afstand moet nemen als je over feiten wil schrijven. Maar natuurlijk, als je een prijs wint met een boek, zoals de Hercule Poirotprijs met Getuigen, of De Diamanten Kogel met 2017, dan kan je dat een beetje vergelijken met de gevoelens van trots die je als ouder voelt als je kind wordt gelauwerd. Dat nemen ze me ook nooit meer af.






Behalve schrijven van boeken heb je ook al heel wat toneelstukken op je naam staan. Is er een verschil qua schrijven hierin? Zo ja, wat is dat dan?
Voor toneel schrijven kent meer beperkingen, inherent aan waarvoor het bedoeld is. Bijna uitsluitend dialoog, bijna altijd met één enkele plaats van handeling, en een aantal de facto onmo-gelijkheden in de actie: je kunt moeilijk een echte trein over de buhne laten denderen, zeker als je voor het amateurtoneel schrijft. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, en bestaan er vaak creatieve oplossingen voor dergelijke beperkingen. Een toneelstuk beslaat ongeveer 75 bladzijden dialoog en actie, waardoor er letterlijk minder schrijfwerk aan te pas komt. Veel hangt echter af van de auteur zelf. Zowel voor romans als voor toneelstukken besteed ik veel tijd aan de voorbereiding, aan het uitzoeken van de details, aan het zorgen dat er geen losse eindjes overblijven… Dat kost allemaal tijd, waardoor de productie zakt. Soms zorgt dat laatste wel eens voor frustraties, zeker als je vaststelt dat een hoge productie (veel romans op korte tijd bv.) belangrijker wordt dan kwa-liteit. Je zit nu eenmaal met het gegeven dat een lezer een roman véél sneller gelezen heeft dan je ‘m als schrijver kan schrijven. Een lezer vraagt dan vaak spontaan na het lezen van een roman meteen aan de auteur wanneer de volgende komt, maar mensen als Simenon, die soms een boek op een week schreef, zijn de uitzondering, niet de regel. Of misschien heb ik gewoon teveel tijd nodig, geen idee. Samengevat: in theorie zou een toneelstuk sneller moeten kunnen geschreven worden.


Welke van deze twee heeft de voorkeur?
Idealiter probeer ik tegelijk aan een toneelstuk en een roman te werken. Zeker nu mijn activiteiten op de arbeidsmarkt zijn afgesloten, wordt dat iets gemakkelijker. Een echte voorkeur heb ik niet. Het feit dat lezers mijn thrillers appreciëren, is natuurlijk een grote stimulans om te blijven schrijven. Tegelijk is het natuurlijk ook zalig om een zaal toeschouwers te horen lachen met iets dat je zelf achter je bureautje hebt verzonnen. Ik zie mezelf nog niet zo snel een keuze maken.

TijdvoorTijdschriften



Dit jaar in mei is je boek “Inbraak” op het toneel opgevoerd. Hoe voelt dat? Was je nauw betrokken bij dit proces? Hoe werkt zoiets?
‘Inbraak’ was er eigenlijk eerst als toneelstuk. Het was het laatste van de acht die ik heb geschreven dat nog niet was opgevoerd. Een wereldpremière dus. Ik was er helemaal niet bij betrokken, en dat maakte het alleen maar interessanter, omdat je ideeën dan worden geconfronteerd met de interpretaties van anderen. In Vlaanderen heb je toneelagenten, waar je je toneelstuk deponeert, en waar theatergroepen terecht kunnen om toneelstukken te ontlenen en te lezen. Daarna kunnen ze dan beslissen wat ze willen opvoeren. Per opvoering wordt een opvoeringsrecht betaald. Een systeem dat relatief goed werkt, alles bij elkaar genomen. Al staat de hele sector de laatste jaren nogal onder druk – zoals de boekensector, trouwens. De almachtige greep van het ‘kijkkastje’ op de modale burger wordt er niet kleiner op.


Zie je een van je boeken ook nog verfilmd worden? Welke denk/hoop je dan? Met wie in de hoofdrollen?
Moeilijk om exact op te antwoorden. Natuurlijk hoop je stiekem al wel eens dat een boek ooit verfilmd zal worden. Elk van mijn thrillers zijn voor verfilming vatbaar, denk ik. Het probleem is alleen dat er bij film zoveel elementen een rol spelen, dat een verfilming niet zo meteen voor de hand liggend is. Er zijn signalen, maar meer kan ik daarover momenteel niet kwijt. 🙂
Getuigen en 2017 zijn beide titels die zich zeker lenen voor verfilming. Met wie? Tegen de tijd dat zoiets zou moeten beslist worden, is er alweer een nieuwe en momenteel onbekende schare acteurs op de voorgrond getreden, wat namen noemen zo goed als onmogelijk maakt. Vlaanderen heeft overigens een grote groep uitstekende acteurs: kiezen laat ik aan anderen over. (Ik speel trouwens met het idee om van een van mijn titels zelf eens een scenario te maken – just for the fun.)







Je schrijft gemiddeld iedere twee jaar een boek, waar haal je die inspiratie vandaan?
Heel vaak komt de inspiratie voort uit ergernis. Ergernis over een maatschappelijk fenomeen, ergernis over wat ik om me heen zie gebeuren, ergernis soms ook over de onverschilligheid van ons paradijsvolkje, dat alles maar vanzelfsprekend vindt, en zich laat manipuleren dat het een lieve lust is, zonder dat zelfs maar erg te vinden. Ergernis, dus. Wat als gevolg heeft dat ik nog jaren zal kunnen doorgaan. 🙂







Hoeveel boeken moet je in België verkopen als men spreekt van een ‘bestseller’?
Ik weet eigenlijk niet of daar een ‘officieel’ cijfer voor bestaat. Buiten de big shots, in Vlaanderen namen als Pieter Aspe en Deflo, denk ik eigenlijk dat momenteel elke uitgever die met een titel voorbij het break-even-punt raakt, deze in gedachten als een bestseller beschouwt. De impact van de media en bijhorende hype op de verkoop is zo groot geworden, dat er voor aandacht gevochten wordt op leven en dood. Gelukkig zijn er nog blogs. 🙂






‘Inbraak’, werd in 2001 genomineerd voor de Hercule Poirotprijs en in 2002 voor de Schaduwprijs én De Gouden strop. ‘Moord’ uit 2007 werd genomineerd voor de Gouden Strop en voor de Hercule Poirotprijs in datzelfde jaar. In 2009 vervolgens ‘Vrienden’, dat werd genomineerd voor de Hercule Poirotprijs 2009. ‘Getuigen’ kwam uit in 2011, werd genomineerd voor De Diamanten Kogel 2011 en won de Hercule Poirotprijs 2011. In 2013 won je de Diamanten Kogel voor zijn boek: ‘2017’. Dit is nogal een lijst. Wat doet dat met je als schrijver en mens?
Je vergeet er nog één. 2017 was ook genomineerd voor de Hercule Poirotprijs. 🙂
Wat zoiets doet met een mens? Dat hangt natuurlijk af van de aard van die mens. Maar uiteindelijk komt het voor ons allemaal neer op twee elementen, denk ik: we willen allemaal Aandacht en Appreciatie. De twee A’s. Al naargelang je jeugd, ga je met die twee anders om, ga je anders om met het verlangen ernaar, en is dat verlangen groter en acuter, of dwingender, of niks bijzonders. In mijn filosofie geldt dit voor letterlijk iedereen. Een prijs winnen met iets dat je zelf hebt gecreëerd, is dan natuurlijk een ondubbelzinnige uiting van Appreciatie, en gaat per definitie gepaard met Aandacht. Het streelt misschien wel het gevoeligste en best verborgen deel van de mens. Dit maar om duidelijk te maken dat ik heel trots ben op de prijzen. Maar ook, en eigenlijk ongeveer evenveel, op de nominaties. Zo’n nominatie is evengoed een uitgesproken vorm van Appreciatie, en doet dus evengoed deugd. Schrijven is een eenzame bezigheid, en zoveel contact met je lezers heb je meestal niet. Elke vorm van Appreciatie is dan ook welkom – al zijn er uiteraard auteurs die beweren dat dat er voor hen niet toe doet. Niet iedereen is blijkbaar bereid om toe te geven dat hij/zij behoefte heeft aan een dosis AA, dat hij ook maar een mens is. So be it. 🙂


Welke nominatie en/of prijs ligt je het meest aan het hart?
Zoals je ondertussen al wel zal gemerkt hebben, ben ik niet zo goed in rangschikken. Ze liggen me beide aan het hart, ook al zijn ze verschillend. Ik vind het alleen jammer dat er in verhouding zo weinig aandacht voor is in de media. Dit geldt overigens ook voor De Gouden Strop. Als je de thrillerprijzen vergelijkt met de Grote Literaire Prijzen is er voor de eerste nauwelijks nog aandacht. Dit was ooit anders. De verklaring voor die evolutie ken ik niet – al lijkt het alsof de hoogte van het prijzengeld op z’n minst een belangrijke rol speelt. Hoe hoger, hoe spectaculairder – en zonder sensatie kom je niet meer aan bod. Eigenlijk zou ik kunnen stellen dat de thrillerprijzen zelf me in zekere zin nauw aan het hart liggen. De redenering dat ‘populair’ synoniem is voor ‘goedkoop’ en ‘gemakkelijk’ jaagt me gewoon de gordijnen in. Maar ook dat went. Je moet alleen zorgen dat je kwaliteitsgordijnen hebt hangen. 🙂


Wat staat er nog op je schrij-ver-langlijstje? Heb je nog wensen?
Hoe langer ik boeken schrijf, hoe fascinerender ik het ambacht schrijven begin te vinden, en hoe meer elementen ik ontdek waarin ik nog kan bijleren. Dat ambachtelijke heb ik altijd al fijn gevonden, en hoe meer ik erover leer, hoe meer ik vaststel dat er nog ontzettend veel te leren valt. Wensen? Lang genoeg gezond blijven om te kunnen schrijven en leren.


Je nieuwste boek komt binnenkort uit, kun je ons daar al iets over vertellen? Titel? Thema?
Hoewel de nieuwe thriller door de uitgever is aanvaard, en normaal gesproken uitkomt in februari/maart 2015, moet er over titel en cover nog definitief beslist worden. Dus daarover kan ik momenteel niet zoveel kwijt. Samengevat zou je het als ‘een zoektocht naar de waarheid’ kunnen omschrijven, tegen een specifieke, industriële achtergrond. Een verhaal overigens waarin de fictie ondertussen al een paar keer is voorbijgestoken door de realiteit. Amusant aan de ene kant, maar tegelijk ook redelijk creepy. Haast een bevestiging ook van het actualiteitsgehalte. Altijd fijn.



Het schrijven lijkt je heel gemakkelijk af te gaan, je blogt daar ook over. Is dat ook werkelijk zo, of is dat anders?
Om een boutade te gebruiken: als iets gemakkelijk lijkt, is dat bijna altijd een teken dat er hard aan gewerkt is. En dat geldt voor alles. Ik besteed veel tijd aan het polijsten van teksten, net om die zo vanzelfsprekend mogelijk te maken. Moeilijke taal gebruiken, en complexe zinnen opzetten,
is helemaal niet zo moeilijk. (Om een voorbeeld te geven: denk je echt dat ingewikkelde zinnen maken zoveel moeite kost? Presumeert u heuselijk dat labyrinthische fraseringen abondate slameur vindiceert? 🙂 ) Ik vind het belangrijk dat een lezer wordt meegesleept door het verhaal. De taal mag het leesplezier niet hinderen. Een heikel punt hier is uiteraard het verschil tussen Vlaams Nederlands en Hollands Nederlands – om het zo maar te omschrijven. Daarover bestaat al zolang discussie, dat ik er geen bedenkingen meer wil over maken. Sommige Nederlandse lezers vinden het gebruik van een Vlaamse ’tongval’ of schriftuur vervelend of hinderlijk, en vice versa, en anderen vinden dat juist fijn. Maar waarom zou een Vlaming anders moeten schrijven dan hij/zij doet, en waarom zou een Nederlander anders moeten schrijven dan hij/zij doet? Verrijking? Iemand? 🙂 Tenzij het als argument misbruikt wordt om de eigen markt af te schermen.



Heb je een bepaald schrijfritueel, moet het stil zijn, trek je je terug, of kun je overal schrijven?
Ik ben een redelijk planmatig schrijver, en ik besteed veel tijd aan het vooraf uittekenen van het verhaal. Het denkwerk dat daarvoor nodig is, gebeurt bijna volledig tijdens wandelingen, en dat kan min of meer overal. Zodra ik dan effectief aan de tekst begin te werken, maakt het niet meer zoveel uit of er nu lawaai is of niet. Uiteraard zijn er grenzen: als men nieuwe ramen plaatst op een meter afstand van de plek waar ik met mijn laptop zit, lukt werken niet zo best. Wel heb ik de laatste jaren telkens een maand schrijfvakantie genomen, in de Franse provincie Drôme, in een huisje in the middle of nowhere. De regelmaat die ik daar kan creëren – schrijven van 9u30 tot 12u30, middagmaal, schrijven van 14u00 tot 17u00, gevolgd door wandelen, aperitief en bezoek aan het plaatselijk restaurantje – vind ik zalig. Dat is voor mij vakantie in de echte zin van het woord. En die regelmaat verhoogt de productie aanzienlijk. Alles heeft ermee te maken. Voor mij werkt het.


Wat is volgens jou het grootste verschil tussen de Nederlandse en Vlaamse boekenwereld?
Om daar objectief op te antwoorden ken ik die boekenwereld niet goed genoeg. Een fundamenteel verschil lijkt me wel de schaal: Nederland telt nu eenmaal grosso modo vier keer zoveel inwoners als Vlaanderen, wat de potentiële ‘markt’ daar ook vier keer groter maakt. Bovendien heb ik altijd het gevoel gehad dat er in algemene termen in Nederland meer gelezen wordt dan in
Vlaanderen. De huidige tijdsgeest – het economisch fetisjisme dat elke activiteit onmiddellijk winst moet opleveren – heeft echter catastrofale gevolgen voor de boekenwereld. Lange-termijn-denken lijkt niet meer van deze tijd. Met het gevolg dat niet alleen hypes komen en gaan, maar dat ook uitgeverijen komen en gaan, aan een verbijsterend tempo.


Sommige Vlaamse woorden hebben in het Nederlands een totaal andere betekenis. Denk je daaraan tijdens het schrijven? Welk(e) woord(en) vind jij het meest bijzonder/raar/lachwekkend?
Daarover zijn waarschijnlijk veel boeken te schrijven. Wat ik, als Vlaming (en ik niet alleen, denk ik) soms redelijk lachwekkend vind, is de tegenstelling tussen het opgestoken vingertje dat je als Vlaming van sommige Nederlanders krijgt als je een Vlaams woord gebruikt – dit is géén goed Nederlands, hoor je dan – en het zogezegd correcte alternatief, dat dan helemaal geen Nederlandse oorsprong kent. Denk hierbij bijvoorbeeld aan ‘fruitsap’ versus ‘jus d’orange’. Waar het dan in zo’n situatie dan natuurlijk écht over gaat, is het vingertje, en niet de woorden zelf. 🙂



Schrijf je voornamelijk voor je Vlaamse lezers of ook voor de Nederlandse?
Ik maak dat onderscheid eerlijk gezegd niet. Ik denk dat de meeste titels universele thema’s aansnijden, met 2017 misschien als kleine uitzondering. (Misschien heb ik met 2017 wel de fout gemaakt niet genoeg te benadrukken dat het géén politieke thriller is, maar een misdaadroman tegen een specifieke maatschappelijke achtergrond. Maar uiteindelijk is élk boek dat.) Ik geloof niet dat mensen fundamenteel erg van elkaar verschillen. We zijn natuurlijk het product van onze opvoeding, en van de context waarin we zijn opgegroeid en waarin we leven, maar fundamenteel zoeken we allemaal toch min of meer naar hetzelfde. AA, weet je nog? 🙂 Dus neen, geen onderscheid.


Je bent in Nederland nog niet echt door het grote publiek opgemerkt terwijl je in België een beroemdheid bent. Waar ligt dat aan denk je? Je boeken krijgen in Nederland goede recensies dus daar kan het niet aan liggen.
Ik ben na het lezen van deze vraag even moeten bekomen van de slappe lach. 🙂 Beroemdheid? Ik? Helemaal niet. En voor alle duidelijkheid, ik heb ook niet de ambitie om dat te worden. Ik probeer alleen maar om als auteur bij te leren. Bekendheid is tegenwoordig trouwens volledig afhankelijk van aandacht in de mainstream media. En voor hen ben je maar interessant als je ze op de een of andere manier hogere kijkcijfers kunt bezorgen. Zoiets blijft echter per definitie nooit lang duren. In die context moet je als individu de keuze maken, denk ik. Wil je persoonlijke aandacht? Oké. Dan moet je daar doelgericht activiteiten voor organiseren, met alle gevolgen en risico’s van dien. En blijft er niet veel tijd meer over om te schrijven. Iemand die twee jaar achter een bureautje zit, en dan een roman uitbrengt, is niet meteen aantrekkelijk voor de voorbijflitsende glamour-en-glitter-wereld. De social media hebben het contact tussen schrijver en lezer wel vergemakkelijkt, maar brengen tegelijk ook nieuwe risico’s met zich mee. Het ‘anonimiseert’ inter-menselijke contacten in zekere zin, en dat brengt bij sommigen het slechtste boven. Jammer genoeg. (Ik zie zelfs een analogie met oorlog en oorlogswapens: met het zwaard een gevecht aangaan, is iets helemaal anders dan een kanon afvuren op mensen die je niet eens kunt zien. Om over drones maar te zwijgen. Via social media contact met iemand hebben is niét hetzelfde als persoonlijk contact. Denk ik dan.)


Zit er volgens jou een verschil tussen de NL lezers en de Vlaamse?
Als je naar het grote plaatje kijkt, niet, denkt ik. Uiteraard zijn er wel culturele verschillen. Een fundamenteel verschil lijkt me dat Nederlanders over het algemeen assertiever zijn dan Vlamingen. Nederlanders zijn zelfverzekerder, uiten sneller hun mening, en argumenteren vlotter – wat niet betekent dat de gebruikte argumenten ook altijd correct zijn. 🙂 Vlamingen lijken me minder uitgesproken, voorzichtiger, minder zelfbewust ook. Laten we maar voorzichtig zijn en de kat eerst uit de boom kijken. Zoiets. Maar natuurlijk zijn dergelijke bedenkingen per definitie grove veralgemeningen.
Bij het lezen van besprekingen van 2017 viel me wel op dat een aantal Nederlandse lezers blijkbaar een probleem(pje) hadden met de twee paragrafen Frans die in het boek voorkomen. Ze vonden het een tekortkoming dat daarvan geen vertaling in het boek staat. Die kritiek heb ik van geen enkele Vlaamse lezer gekregen. Een van de redenen waarom ik die vertaling er niet heb laten bijplaatsen, was net de bedenking dat het als een belediging zou kunnen overkomen voor diezelfde Nederlandse lezers! Verkeerde inschatting, dus. 🙂


Trekken jouw boeken volgens jou overwegend mannelijke of vrouwelijke lezers? Waar baseer je dat op?
Perfecte Buren.


Laat hier je reactie achter:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.