In gesprek met .... Sandra Bernart en WIN!

Maandag, 19 september, 2016

Geschreven door: Sandra Bernart
Artikel door: Roelant De By

Vandaag start de blogtour van ‘Ik zag Menno’ van Sandra Bernart waar ook De Perfecte Buren aan meewerkt. Daarbij staat ze met deze roman op de shortlist van de Hebban Debuutprijs 2016! Hoog tijd dus voor mij om een babbeltje met dorpsgenoot Sandra Bernart te gaan maken.

Wie
is Sandra?
Sandra
Bernart (1973, Hamont) studeerde Economische Psychologie aan de Universiteit
van Tilburg. Ze publiceerde in verschillende verhalenbundels en op literaire
websites en haar korte verhalen vielen regelmatig in de prijzen. Ik zag Menno
is haar debuutroman, waarmee ze in de finale van de Coffeecompany Book Award
2015 stond en in de shortlist van de Hebban Debuutprijs.
Sandra
heeft een vlotte, toegankelijke en beschouwende schrijfstijl met een
humoristische ondertoon. Ze is gelukkig getrouwd met Bastiaan. Samen hebben zij
drie dochters, een zwarte Cocker Spaniël en een rode Westfalia buscamper. Ze
heeft een zachte G, maar daar merk je niets van als ze schrijft.
Jij
schrijft al van jongs af aan graag klopt dat? Maar je schrijft ook alles graag.
Zelfs je scriptie? Waar komt die honger naar schrijven vandaan volgens jou?
Dat
klopt. Ik vond het altijd fijn mijn eigen wereld te construeren en mijn
gedachten te uiten op papier. In dagboeken, gedichtjes of opstellen en later
mijn scripties. Hoewel de wetenschappelijke onderbouwing me belette om vrij te
kunnen schrijven. Als kind was ik me er niet van bewust, maar terugkijkend denk
ik dat het me een gevoel van controle gaf. Ik kon zo mijn eigen werkelijkheid
creëren en bepalen welke wending die kreeg. Ik was een onzeker en verlegen
meisje. Volgens mij moet ieder mens zich op een manier kunnen uiten. Voor mij
is schrijven het voertuig, voor een ander schilderen, muziek of haken.
Kun
je je nog herinneren wat je als eerste hebt geschreven?
Heb
mijn eerste dagboekje erbij gepakt. Dit schreef ik op mijn achtste op de eerste
bladzijde:
“Ik heb een liedje geleerd van ome Theo. Het was een heel vies liedje.”
Van
oorsprong ben je Vlaamse. Hoe ervaar jij het taalverschil tussen NL en het
Vlaams?
Dat
klinkt exotischer dan het is. Op het moment van mijn geboorte was er een
vroedvrouwentekort in Maarheeze (NL). Een ‘moederhuis’ gerund door nonnen net
over de grens was de uitvalsbasis voor veel zwangeren destijds. Ook de
kraamtijd werd daar uitgezongen. Ik heb de eerste tien dagen van mijn leven in
België doorgebracht, maar heb gewoon de Nederlandse nationaliteit van mijn
vader gekregen.
Het
schrijverscollectief waar ik lid van ben, heeft een aantal Belgische leden. Ik
merk wel degelijk een taalverschil tussen beide landen op het gebied van
schrijven, zowel in vocabulaire als in zinsconstructies. Het Vlaams is
bovendien vaak wat formeler.
Behalve
een boek heb je ook ervaring met korte verhalen? Wat is volgens jou het
grootste verschil tussen die twee en welke is moeilijker te schrijven? Heb je
een voorkeur?
Als
vingeroefening in manhaftigheid heb ik me jaren toegelegd op het schrijven van
korte verhalen. Daar heb ik veel van geleerd. Meer nog dan in een roman moet in
een kort verhaal alles kloppen, elk woord moet een functie hebben, anders is
het al snel ruis. Daarnaast moet je naar mijn idee niet teveel in een kort
verhaal willen stoppen. Beperk je tot een thema en probeer daar de kern van te
raken met een zekere spanningsboog. Het schrijven van een kort verhaal kan veel
tijd kosten, met name het redigeren en schrappen. In een roman heb je veel meer
ademruimte om thema’s uit te werken en de hoofdpersonages tot leven te wekken.
Maar ook daarvoor geldt dat elke zin een functie moet hebben: het moet de plot
voortstuwen, bijdragen tot de karakterisering van de hoofdpersonages of een
setting neerzetten. Zo niet: schrappen. Ik heb geen duidelijke voorkeur voor
een van de twee. Bij een roman moet de spanningsboog beter gedoseerd worden, is
de structuur nog belangrijker en zijn er vaak meerdere verhaallijnen en
personages die geloofwaardig uitgewerkt moeten worden. Voor mij als chaoot was
het lastig het overzicht goed te behouden tijdens het schrijven van mijn roman.
Je
debuutroman is genomineerd voor de Hebban Debuutprijs. Hoe was je eerste
reactie toen je dat hoorde? Hoe ging dat?
Holy
guacamole! Ik wist niet wat ik las. De dagen ervoor waren de grootste
kanshebbers bekendgemaakt en daar zat ik niet tussen. Dus ik was totaal verrast
toen ik ineens de cover van Ik zag Menno voorbij zag komen bij de bekendmaking
van de shortlist. Duurde een paar weken voordat ik weer geland was.
Vertel
eens wat over Menno? Hoe is het tot stand gekomen, hoe is het verhaal ontstaan?
Het
leek mij interessant om een controlefreak uit te dagen wat vrijer te gaan
leven. Toen ik zelf in Peñíscola (Spanje) was en een straatartieste ‘zonder
hoofd’ op een bankje zag zitten, ontstond dit idee. Hoe krijg ik een serieus,
berekenend type zover dat hij zonder gêne zijn dagen doorbrengt als
straatartiest? Dat werd de basis voor deze roman. Ik wilde dat het verhaal zich
vooral in het nu afspeelde, maar om de hoofdpersoon te leren kennen, vond ik
het belangrijk ook wat fragmenten uit zijn jeugd te tonen. Om te kunnen
begrijpen waarom hij zo graag grip op zijn leven wil houden. Het verlies van
zijn broer versterkte zijn gedrag. Het leek me wat saai om dit chronologisch te
vertellen, bovendien wilde ik het vooral luchtig beschrijven met niet te veel
drama rondom de verdwijning van Menno. Vandaar dat ik koos voor deze opzet.
Tijdens het schrijven bleken deze flashbacks een op zichzelf staande
verhaallijn te worden. Een soort eerste poging om in de huid van Menno te
kruipen. Zo had ik het vooraf niet bedacht.


Bevat
het verhaal biografische elementen?
Volgens
mij zitten er in elk boek autobiografische elementen. In alle personages uit
het boek zit wel een deel van mij. De controlefreakerigheid, naïviteit en
overpeinzingen van Vincent, de laisser-faire mentaliteit en drang naar avontuur
van Menno, de gevoeligheid en sportiviteit van Kim, het kinderlijke van Sara en
de passie en creativiteit van Rosana.
De zoektocht van Vincent is volgens mij een universele zoektocht, die veel
mensen al dan niet bewust doormaken en die ieder op zijn eigen manier invult.
De kern zit hem misschien wel in de onderliggende emotie: de overgang van leven
vanuit angst en controle naar een leven waarin vertrouwen en loslaten centraal
staan. Op dat vlak zijn er zeker parallellen te vinden met mijn eigen leven. De
manier waarop Vincent deze ontwikkeling doormaakt is volledig verzonnen. De
Peugeot 505, de rode fiets met witte hartjes en de surfplank zijn attributen
uit mijn jeugd. Verder durfde ik zelf vroeger niet te dansen en drink ik ook
wel eens een biertje.
Op
zoek naar Menno speelt grotendeels af in Spanje. Vanwaar die keuze? Bekend
grondgebied?
Ik
ben verliefd op Spanje. Ik kom er erg graag. Ook de taal vind ik prachtig.
Omdat ik de straatartieste die model heeft gestaan voor mijn boek in het
Spaanse vestingstadje Peñíscola zag, heb ik dit plaatsje aanvankelijk als
uitgangspunt genomen. Op een later moment zou ik het vervangen door een andere
stad. Gaandeweg het schrijven vond ik dit niet meer nodig.
Met
welke van de hoofdpersonages voel jij je het meest verwant?
Vincent
met een vleugje Menno.
Het
verhaal is met vlagen behoorlijk grappig, heb je daar bewust naar gezocht of
ontstaat zoiets vanzelf?
Dat
gaat vanzelf. Dat is mijn schrijfstijl, maar ook mijn manier van communiceren.
Ik moet ervoor waken dat ik niet te lollig wordt tijdens het schrijven. Een
valkuil.
Webdesign?
Vertel!
Ik
heb een tijdlang mijn dagen gesleten als zelfstandig webdesigner. Het bouwen
van een website is vergelijkbaar met het schrijfproces. Schrijven is een manier
van communiceren, van precies de juiste snaar treffen, van de kern raken. Van
niets, iets maken. Dit zag ik ook terug in mijn werk als webdesigner, waarbij
het er om gaat mensen te raken via een scherm, mensen te prikkelen,
nieuwsgierig te maken, zonder oogcontact. Met enkel tekst en beeld als gereedschap.
Als een ware schilder kon ik me hierin verliezen. Een pixeltje hier, een
pixeltje daar. Even zat ik in een andere wereld, tot alle pixeltjes als
puzzelstukjes in elkaar schoven.
‘Mensen
prikkelen zonder oogcontact.’ Een uitspraak van jou. Wat is de ultieme
uitdaging om mensen te prikkelen? Wat wil je daarmee bereiken?
Deze
uitspraak had vooral betrekking op webdesign, waarbij oogcontact volledig
ontbreekt en je toch mensen moet zien te raken met tekst en beeld. Ik zie het
niet als mijn roeping om mensen te prikkelen. Maar als dat per toeval lukt met
schrijven of gewoon als mens, kan ik daar wel om glimlachen.
Ben
jij als gesprekspartner sterker live of dan toch liever op afstand?

Ik vind het prettig om mijn woorden zorgvuldig te kiezen. Dat is live voor mij
lastiger, doe ik liever op papier zonder ruis, zonder tijdsdruk. Van groepen
word ik nerveus. Een op een gedij ik prima.
Je
bent moeder van drie dochters. Hoe is dat te combineren met werk én schrijven?
Ze
zijn inmiddels op een leeftijd (10, 11, en 13) dat ik niet de hele dag
schommels hoef te duwen of zandtaartjes moet eten. Dat geeft veel vrijheid. Ik
richt me momenteel volledig op schrijven. Dat doe ik als de meiden op school
zitten of in de avonduren. Is prima te combineren.




Wat
is voor jou het ultieme aan moederschap?
De
wederzijdse onvoorwaardelijke liefde. Ik zeg wederzijds, niet omdat ik voor
mijn kinderen kan spreken, maar omdat ik het volledig eens ben met de woorden
van Griet op de Beeck bij Zomergasten: Kinderen hebben een grenzeloze loyaliteit
aan hun ouders, waarbij ze zichzelf soms compleet wegcijferen. Andersom is
helaas niet altijd vanzelfsprekend.
Heb
je nog tijd voor andere dingen?
Meer
dan ooit. Ik heb een fase achter me liggen waarin dit anders was. Ik had mijn
eigen bedrijf, rende halve marathons, was hockeycoach en -trainer, organisator
van een avondcompetitie, lid van verschillende commissies, schreef aan een
boek, deed Insanity, volgde yogalessen, deed een kwarttriatlon, hield actief
een blog bij, was redactielid, schreef korte verhalen, werkte aan een
kinderboek, was webmaster bij vier verschillende verenigingen en had daarnaast
nog jonge kinderen. Een bijna ziekelijke dadendrang om zoveel mogelijk uit het
leven te halen, gevoed door het onzekere meisje in mij dat alleen maar gezien
wilde worden. Alles met een jus van perfectionisme. Dat gaat natuurlijk mis.
Een radicale pas op de plaats was nodig om mijn leven weer in balans te
krijgen. Nu geniet ik volop van de luxe dat ik weer baas ben over mijn eigen
tijd en heb ik mezelf aangeleerd om niet meer overal ja op te zeggen en niet
meer zoveel te pleasen. Erkenning komt van binnenuit. Erg bevrijdend.
Waar
ben je nu mee bezig?
Ik
schrijf momenteel aan mijn tweede roman, ben jurylid van een door mijn uitgever
(Uitgeverij Palmslag) georganiseerde schrijfwedstrijd, schrijf en beoordeel
korte verhalen in een schrijverscollectief en volg schrijflessen bij auteur
Roel Smits.




Zou
je ook een thriller of kinderboek kunnen schrijven? Ligt een genre in je natuur
denk je? Of kun je als auteur álles schrijven mits je daarvoor gaat zitten?
Ik
kan niet voor alle auteurs spreken. Mijn voorkeur ligt nu bij volwassen
literatuur. In het verleden heb ik ook kinderverhalen geschreven en ik sluit
niet uit dat ik me ooit wil wagen aan een plot gedreven thriller. Dan zal ik me
wel ernstig moeten verdiepen hierin, want ik ben zelf geen thrillerlezer.
Volgens mij een vak apart.
Wat
doe je graag in je vrije tijd?
Hardlopen,
wandelen met de hond, lezen, wijn drinken met manlief, dollen met onze meiden en
reizen met ons campertje.
Tot slot……..wat
heb jij met die rode camper?
 

(Sandra en Patrice wonen in hetzelfde dorp en die rode camper is niet te ontkennen 😉 )
Ik voel me soms wel
de dorpsgek in mijn busje. Die foeilelijke rode bus camper is mijn
boodschappenautootje en onze poort naar vrijheid. Na jarenlang backpacken is
dit een prachtig alternatief om met onze drie meiden en de hond door Europa te
toeren. Als het lukt, zijn we minimaal 6-8 weken per jaar op reis. Low budget,
maar de vrijheid om te gaan en staan waar we willen is onbetaalbaar.


Hartelijk dank voor dit interview Sandra en de gezellige klets. Heel veel succes gewenst de aankomende periode rondom de bekendmaking van de Debuutprijs en alles wat nog op je pad gaat komen met boeken en reizen! 


Om te vieren dat Sandra met ‘Ik zag Menno’ op de shortlist staat mogen we van uitgeverij Palmslag een gesigneerd exemplaar van ‘Ik zag Menno’ verloten onder onze leden! 


Wat moet je doen?
Like de pagina van uitgeverij Palmslag en van Ik zag Menno op Facebook en onze Frontpage. Ben je nog geen lid van De Perfecte Buren? Meld je dan snel aan op onze Facebookgroep. Dat is alles! Doe dat voor 22 september 24.00 uur en wellicht heb je na het weekend het boek al in huis!

Patrice – Team De Perfecte Buren

Eerder verschenen op Perfecte Buren.

Scènes