Wij zijn onze hormonen

Dinsdag, 20 september, 2022

Geschreven door: Max Nieuwdorp
Artikel door: Marnix Verplancke

Interview Max Nieuwdorp: “Heel veel ziekten beginnen in de darmen, ook Parkinson bijvoorbeeld”

De Amsterdamse endocrinoloog Max Nieuwdorp schreef een diepgravend boek over de hormonen in ons lichaam, en hij is categorisch: Wij zijn onze hormonen.

[Interview] Om de zeventien minuten wordt in ons [België/red.] land iemand gediagnostiseerd als diabetespatiënt. Er zijn inmiddels ongeveer een half miljoen diabeten en dat getal blijft stijgen. Het aantal mensen dat kampt met een schildklierafwijking ligt niet veel lager. Beide aandoeningen worden veroorzaakt door hormonen. Diabetes ontstaat wanneer het lichaam te weinig insuline aanmaakt in de alvleesklier of minder gevoelig is geworden voor die insuline. Dat hormoon zorgt ervoor dat de glucose in ons bloed afgeleverd wordt in de cellen. Bij een gebrek eraan blijft er dus meer ‘suiker’ achter in ons bloed, wat tot complicaties kan leiden in hart, brein, benen, nieren, zenuwen of ogen. Bij problemen met de in de schildklier geproduceerde hormonen komt het mechanisme dat ons metabolisme, onze lichaamstemperatuur en onze hartslag regelt in het gedrang.

We staan er niet iedere dag bij stil, maar hormonen spelen een essentiële rol in ons leven. Ze worden overal in het lichaam gemaakt, van de epifyse in onze hersenen over de maag en de dunne darm tot in de eierstokken en de teelballen, en ze staan in voor zowat alles, van een goede slaapkwaliteit en botstructuur, tot de juiste reactie op onverwacht gevaar en de elasticiteit van de huid. Vandaar dat de Amsterdamse endocrinoloog Max Nieuwdorp het boek waarin hij uitlegt hoe belangrijk al die hormonen wel voor ons zijn een duidelijke titel heeft meegegeven: Wij zijn onze hormonen.

“Ons lichaam geeft op een paar manieren signalen door tussen de verschillende onderdelen ervan,” legt Nieuwdorp uit, “Je hebt zenuwen die dat doen via de zenuwbanen, maar ook hormonen die via de bloedbaan heel snel op de plek aankomen waar ze door de juiste receptoren opgevangen worden. Het zijn stoffen die ons lichaam in klieren aanmaakt, en die – wat het opmerkelijkste is – met elkaar communiceren. De mate van werking van de schildklier kan dus een invloed hebben op je geslachtshormoon en je geslachtshormoon kan dan weer je diabetes of je stresshormoon  beïnvloeden. We merken dat er een soort hiërarchie van hormonen bestaat, met als belangrijkste de geslachtshormonen en daarna de schildklier en de stresshormonen.”

Heaven

Wat ik uit uw boek opgestoken heb is dat er nogal wat fout kan lopen met hormonen.
“Schildklier en diabetes zijn qua aandoeningen het meest frequent, terwijl iedereen te maken krijgt met de overgang. Mannen in mindere mate, maar toch. Er zijn twee periodes in het leven wanneer het lichaam echt onder druk komt te staan, de puberteit en de overgang. In de puberteit wordt de boel aangeslingerd en zie je dat de auto-immuun-schildklierziekte zich vaker ontwikkelt, een bewijs dat die hormonen met elkaar praten. Hetzelfde zie je tijdens de overgang. Als de vrouwelijke hormonen abrupt uitvallen zie je dat het insulineniveau in de problemen komt en dat er overgewicht ontstaat, en dat geldt ook voor mannen in de overgang. Het principe erachter is dat je maar beter een dikke jas aan kunt hebben als je de kou ingaat. Als je ouder wordt heb je meer kans op ziekte en dan kun je een reserve gebruiken. Mensen die met overgewicht het ziekenhuis binnenkomen doen het bijvoorbeeld beter dan mensen met een te laag gewicht. Je legt dus een buffertje aan.”

En je begint meer op je partner te lijken, schrijft u.
“Wanneer je een ouder koppel in dezelfde jas op je af ziet komen fietsen, kun je die nog met moeite uit elkaar houden, lachen we in Nederland wel eens, maar dat is ook echt zo. Mannen maken minder testosteron aan en vrouwen minder oestrogeen. Je ziet daardoor ook dat mannen emotioneler worden als ze ouder worden en vrouwen kunnen opeens gezichtsbeharing krijgen. Maar dat is natuurlijk voor ieder mens anders. Of Poetin nu meteen zoveel emotioneler geworden is het voorbije decennium weet ik bijvoorbeeld niet.”

Maar ook op veel jongere leeftijd is de mannelijke hormonenhuishouding niet los te denken van de vrouwelijke, zo blijkt, want wanneer de vrouw zwanger is, verandert ook haar partner.
“Precies, wat we zien is dat het mannelijke libido lager wordt en de emotionaliteit hoger. Wat dit vooral bewijst is dat ons lichaam niet los staat van dit van de partner. Die veranderde hormoonhuishouding van de vader houdt ook na de geboorte van het kind nog een aantal maanden aan, wat ik in feite logisch vind. Als natuur zou ik ook proberen om die man wat minder jager te maken in de periode dat de baby klein is. Dat verhoogt zijn kans op overleven. Je wil immers niet dat de vader meteen weer de hort op gaat, je wil hem bij zijn kind houden.”

Is overspel dan hormonaal?
“Ik heb er naar gezocht, maar ik heb er geen bewijs voor gevonden. Ik denk dat dit veeleer sociaal is.“

Peuters maken een minipuberteit door, schrijft u, waarbij hun geslachtshormonen soms rare sprongen nemen en meisjes opeens hun poppen inruilen voor een elektrische trein. Toont dit dat de keuze van het speelgoed hormonaal gestuurd wordt?

“In de eerste drie jaar van je leven is je brein nog heel plastisch. Ik denk dat het dan via die minipuberteit je persoonlijkheid boetseert. Het jongenslichaam wordt dan klaargemaakt om zaad te gaan produceren in de testikels en dat van meisjes om eicellen tot rijping te brengen. Iedereen die peuters heeft herkent die fase waarop ze opeens dwars gaan liggen. Maar daaruit afleiden dat alles vastligt in het brein zou fout zijn. Dat is deels zo, maar er is ook persoonlijke finetuning van de natuur. Naast de vrije wil hebben ook hormonen hun plaats. Zij kunnen de scherpe kanten eraf halen of via cumulatie een lichaam een andere kant op duwen. Het is dus niet zo dat we alleen maar nurture zijn, maar we zijn ook meer dan louter nature. Het is een interactie en hormonen spelen daarbij de rol van bemiddelaar. Onze omgeving heeft een grote invloed op ons.”

Ook op een ander vlak denk ik dan, wat met de chemische stoffen in die omgeving?
“Het aantal spermacellen neemt angstwekkend snel af. Tezelfdertijd zie je dat de aanwezigheid van plastics en PFAS steeds meer toeneemt. En dan zijn er nog de weekmakers, ftalaten, die in plastics zitten, en daardoor in nogal wat zaken die baby’s, peuters en kleuters in hun mond steken. Wat er vooral zo verraderlijk aan is, is dat het cumulatief werkt. Een keer sabbelen op een plastic speeltje is niet schadelijk, dat wordt het pas wanneer je dat regelmatig doet en dus keer op keer die ftalaten binnenkrijgt. Op het moment dat je er iets van merkt heeft je lichaam al zoveel van die stof binnen dat het mogelijk te laat is om er iets aan te doen. De een kan die stoffen beter afbreken dan de ander, je hebt nu eenmaal snelle metaboliseerders en langzame, maar iedereen stapelt wel iets op. Hoeveel we opstapelen over de jaren weten we niet. Dat is nooit onderzocht. Een tweede vraag is welk effect dit heeft op het individuele lichaam. Want het is nu eenmaal zo dat lichamen anders reageren. Bij een hormoonziekte ligt de een er helemaal uit en kan hij nooit meer werken, terwijl de ander nog marathons kan lopen. Ook op dat vlak is er nog weinig onderzoek gebeurd, en het is ook moeilijk natuurlijk wanneer je over effecten spreekt die het gevolg zijn van gedrag dat uitgesponnen is over dertig jaar of zo.”

We hollen dus altijd achter de feiten aan?
“Inderdaad, maar wat we wel met zekerheid weten is dat er sinds de jaren zeventig iets significant veranderd is in onze omgeving, en dan heb ik het niet alleen over die PFAS en weekmakers, maar ook over onze voeding. We zijn van verse voeding overgestapt op langdurig houdbare en intensief bewerkte voeding waar heel wat E-nummers aan toegevoegd zijn. Auto-immuunziekten zoals type 1-diabetes en bepaalde darmziekten zijn verdrievoudigd sindsdien. Zuiver genetisch is daar geen verklaring voor. We hebben immers al duizenden jaren dezelfde genen. Wat is er veranderd? Het zouden medicijnen kunnen zijn, maar het meest waarschijnlijke is toch voeding. Daar zouden we ons van bewust moeten zijn.”

En er is ook stress natuurlijk, toch ook een belangrijk kenmerk van het hedendaagse leven.
“Stress heeft twee kanten. Acute stress is positief, dan staan we scherp en kunnen we even pieken, maar chronische stress is dat niet. Die zorgt ervoor dat de genen die betrokken zijn bij het repareren van cellen en je leverfunctie de verkeerde kant op gaan. Zo begin je je eigen lichaamsfunctie aan te passen. Dat heb ik ook persoonlijk ondervonden. Toen mijn vrouw zwanger was van ons derde kind werd bij ons zoontje van twee een uitgezaaide leverkanker vastgesteld. De kans op overleven was klein, maar uiteindelijk heeft hij het gehaald. Bij mijn vrouw leidde de spanning over ons zoontje tot een verhoogde aanmaak van het stresshormoon cortisol, en ook de foetus in haar buik kreeg daar dus mee te maken. En dat heeft een blijvende invloed gehad, want onze dochter ontpopte zich na de geboorte tot een snel geprikkelde slokop en nog steeds moet ze op haar voeding letten want ze komt veel sneller aan dan de rest van ons gezin. Wellicht is dat te wijten aan wat men epigenetische verandering noemt, als je vroeg in je leven wordt blootgesteld aan het stresshormoon cortisol, blijven bepaalde genen voor altijd anders afgesteld. Ook hier is de boodschap dat we op onze hoede moeten blijven, want er is echt wel iets te doen aan stress. Daar kiezen we zelf voor. Veel mensen rennen maar door omdat ze denken dat het moet, maar dat is niet zo. Dat leggen ze zichzelf op.”

Hippocrates zei ooit dat alle ziekten in de darmen beginnen. U voerde in 2006 de eerste poeptransplantatie van Nederland uit, waarbij micro-organismen van de ene darm overgebracht werden in de andere. Hoe belangrijk zijn die darmen? “Hippocrates had gelijk. Heel veel ziekten beginnen in de darmen, ook Parkinson bijvoorbeeld. Het voordeel van een poeptransplantatie is dat je in een beweging de darmflora kunt veranderen en je nadien een paar weken hebt om nauwkeurig te kijken wat die veranderde flora in het zieke lichaam doen. De eerste keer dat we het deden was bij iemand met een chronische diarree veroorzaakt door de bacterie Clostridium difficile. Het resultaat was verbluffend. De patiënt was gewoon genezen, en dat geldt voor alle patiënten die hiermee te maken krijgen. Poeptransplantaties zijn op dit vlak de gangbare praktijk geworden en worden vaak in capsules toegediend, als om het even welke andere pil dus. Ook voor auto-immuuniekten  zoals type 1 diabetes lijkt het te werken, maar voor veel andere ziekten staan we helemaal nog niet zo ver, zoals bij schildklierziekten, reuma, diabetes of overgewicht. Je kunt dus niet iedere ziekte te lijf gaan met een poeptransplantatie. Bij overgewicht zijn darmbacteriën bijvoorbeeld een van de factoren, naast een overactief brein, een omgeving die te veel prikkelt en voedingsstoffen met een te hoge calorische waarde. Daar kan een poeptransplantatie misschien een beetje aan doen, maar de olietanker zul je er niet mee keren.”

Een baby die via aan keizersnede geboren wordt heeft zijn natuurlijke poeptransplantatie al gemist, schrijft u.
“Bij een geboorte via een keizersnede kom je steriel ter wereld. Bij een natuurlijke geboorte passeer je het poepgaatje van de moeder en krijg je automatisch wat stoelgang binnen. De vraag is of je hetzelfde effect kunt bekomen door met een swapje van de anus van de moeder rond de mond van de via een keizersnede geboren baby te wrijven. Het is zoals met die PFAS en ftalaten, je weet dat pas over dertig jaar natuurlijk, maar zelf zou ik eieren voor mijn geld kiezen en het swapje laten uitvoeren.”

Zullen hormoonpreparaten ons het eeuwige leven bezorgen?
“Ik denk het niet. Misschien dat insuline en groeihormoon in de toekomst iets zouden kunnen betekenen. Hoe ouder je wordt hoe meer afvalstoffen van buitenaf je opslaat in je lichaam. Je wordt een beetje een vuilnisvat. Die twee hormonen hebben daar het meest effect op.

Maar hormonen kunnen de schade die we doorheen de jaren oplopen niet ongedaan maken. Daarvoor zit het verouderingsproces te ingewikkeld in elkaar. Een leeftijd van 120 moet haalbaar zijn, maar als je daar voorbij zou willen gaan zou je al op veel jongere leeftijd naar een vertraging van je stofwisseling moeten gaan, bij wijze van spreken al vanaf de geboorte. Dat lijkt me niet eenvoudig, ook al omdat er een keerzijde is: een groter risico op kanker. Je kunt immers niet zomaar gaan rommelen in het menselijk systeem. Wil je langer leven? Leef dan gezond. Minder stress is heel belangrijk, en zingeving. We merken dat gelovigen een beetje langer leven, en mensen die yoga doen, en dat is wellicht te verklaren door stressreductie.”

Eerder verschenen in De Morgen