Broed

Vrijdag, 4 maart, 2022

Geschreven door: Jackie Polzin
Artikel door: Nico Voskamp

Spitse taal in het kippenhok

[Recensie] Je hebt boeken – obese boeken veelal – vol meanderende zinnen. Zinnen die zandzakken van alinea’s vullen met meestal wollige, soms semidiepzinnige taal en maar dooremmeren om een punt of juist een komma te maken. 400 Bladzijden haalt zo’n verhaal gemakkelijk. Zo’n boek is dit niet.

Jackie Polzin schreef met Broed een bescheiden roman – in omvang. Het gaat over kippen en een bewoonster van een huis, dat is het wel ruwweg. De verteller beschrijft dag voor dag wat er gebeurt in haar huis, en wat er gebeurt in het kippenhok waar vier niet erg snuggere kippen leven, en houdt dat beschrijven een jaar lang vol.

Dat klinkt niet spannend, zelfs niet aantrekkelijk genoeg om het boek te gaan lezen. Toch zou ik het doen. De originele stijl van Polzin zorgt er vanaf bladzijde 1 voor dat u door wilt bladeren naar bladzijde 2, 3 en verder. Die stijl houdt het midden tussen droogkomisch, flegmatiek en filosofisch.

Neem deze observatie over het waarschijnlijk meest gehate huishoudelijke klusje:

Nederlandse Natuurkundige Vereniging

“Schoon is geen natuurlijke toestand. Van alle omstandigheden die zich zomaar kunnen voordoen, is schoon er geen. Schoon is een tijdelijke toestand, onlosmakelijk verbonden met de handeling van het schoonmaken. Nergens wordt dit zo duidelijk als in je eigen huis. Iedere alleenstaande niet-schoonmaker moet deze waarheid uiteindelijk onder ogen zien.”

De verteller heeft kippen, dus, waar ze mee samenleeft. Te mooi om niet te citeren is haar verhandeling over kip Gloria, die roerloos al twee dagen op haar legplek zit.

“Tenzij ze ’s nachts in het donker heeft gegeten, heeft ze niets gegeten. Kippen eten en drinken niet ’s nachts, omdat ze niet goed kunnen zien in het donker en omdat de nacht stikt van de roofdieren. In het hok zitten geen roofdieren, maar dat weten de kippen niet Een kip heeft alleen weet van wat ze kan zien. Het leven van een kip zit vol magie…

Gloria heeft een waanzinnige glinstering in haar ogen, maar zo is een kippenoog gewoon. Het oog van de kip is het laatste restant van de dinosaurussen, een kleine poort naar het tijdperk van hersenen ter grootte van een walnoot. Er valt geen betekenis te ontlenen aan een kippenoog omdat daar geen betekenis schuilgaat. Maar ook: de waanzin in het oog vertroebelt alles.”

Sorry lezer, iets meer geciteerd dan gebruikelijk. De verleiding bij dit lekker gekke boek was te groot. Als tegenwicht daarvoor hou ik de bespreking kort. Kunt u gezwind aan het boek beginnen. Het zal u niet teleurstellen.

Ook verschenen op Nico’s recensies